Peking-Shanghai: altijd autoloze zondag

In razend tempo wordt het immense China bedekt met een net van snelwegen. Begin dit jaar hadden ze een totale lengte van zestienduizend kilometer, bijna veertienduizend meer dan vijf jaar tevoren....

Peking en Shanghai puilen uit van de mensen, maar de nieuwe supersnelweg tussen beide metropolen is zo goed als leeg. Sinds Peking zit er nu vierhonderd kilometer op, en nog altijd zien de autostrada en haar klaverbladen er uit als op een autoloze zondag in Nederland.

Vanuit de verte kondigt zich een rammelkast aan, een wagen vol uitstekende boomstammen. Daarna een tijdje stilte. Een andere kar. Weer stilte. Een officiële stoet van snelle limousines, begeleid door verkeerspolitie. En weer een tijd niets. Een elektronisch bord boven de weg meldt in groene karakters dat er tot Shanghai geen files worden verwacht. Nog bijna negenhonderd kilometer te gaan.

Op het land naast deze postmoderne superhighway wordt prehistorisch geploegd. Niet met een tractor, zelfs niet met een os, maar met brute mankracht. Een simpeler ploeg bestaat er niet: een puntige houten paal, waaraan een touw vastzit om hem te trekken en een dwarspaal om hem in de grond te drukken. Voorop zwoegt de trekker, achter hem de drukker. Ze zijn deel van de wereld van contrasten rond de splinternieuwe Jinghu Lu, de weg (lu) over de Gele Rivier en de Yangtze van Jing (Peking) naar Hu (Shanghai).

In razend tempo wordt het immense China bedekt met een net van snelwegen. Begin dit jaar hadden ze een totale lengte van zestienduizend kilometer, bijna veertienduizend meer dan vijf jaar tevoren. De komende vijf jaar moet er 25 duizend kilometer bijkomen. De groei van het net van verharde wegen blijft niet achter: van 1,16 miljoen kilometer in 1995 via 1,4 miljoen in 2000 tot 1,6 miljoen in 2005. Wegenkaarten zijn verouderd zodra ze uitkomen.

Niet zelden verschijnen al snel in het gloednieuwe wegdek scheuren en gaten. Dat wijst op sjoemelende functionarissen. De fantastische bedragen die omgaan in de wegenbouw, lokken een niet minder fantastische corruptie uit. Volgens de Chinese Rekenkamer is in 1999 in deze sector 2,5 miljard gulden verdonkeremaand, ofwel 15 procent van het hele budget voor de wegenbouw.

Ook de Jinghu Lu vertoont rare oneffenheden, en het is verdacht dat nu al hier en daar reparaties moeten worden uitgevoerd die dwingen tot wegomleiding. Maar wat een verschil met vroeger, toen Peking-Shanghai een dagenlang gezwoeg was over drukke, smalle en gevaarlijke wegen die alle tussenliggende dorpen en steden aandeed.

Dat probleem bestaat niet meer. De snelweg mijdt de steden en snijdt de dorpen dwars doormidden. Niet de weg heeft zich aangepast aan de bebouwing, maar omgekeerd. In China is zo'n verminkingsoperatie geen probleem: de grond is van de overheid, de huizen ook, dus de overheid kan er mee doen wat ze wil. Vaak is de schadeloosstelling voor de afgebroken huizen onvoldoende.

Omdat de doorsneden dorpen economisch niet interessant zijn, is er vaak niet eens een afslag of inrit. De snelweg gaat hun voorbij, in alle betekenissen. Toch meldt een oude muur in zo'n gepasseerd dorp in koeien van karakters: 'Dorpskameraden, goede reis.'

Ook Wangchao in de buurtschap Linze, driehonderd kilometer benoorden Shanghai, is in tweeën gesneden. Voor de eerste buitenlanders die er ooit geweest zijn, loopt de bevolking uit. In het lokale eethuisje, een huiskamer boven een beekje dat dienst doet als open riool, vertelt de eigenaar dat de weg niets heeft veranderd, behalve dat sommige mensen een nieuw huis hebben moeten bouwen.

Bijna alle jongeren van het dorp zijn via de oude weg naar Shanghai of Peking getrokken om werk te zoeken. Kunnen ze zomaar weg? 'Ja, ze hoeven alleen maar te verklaren dat ze niet van Falun Gong zijn.' Waarom? 'Omdat Falun Gong tegen de regering is.' Mag dat dan niet? Vijfduizend jaar traditie geeft het antwoord: 'Als Chinees vind ik dat je het eens moet zijn met je regering.'

In hun bakstenen lelijkheid lijken praktisch alle dorpen op elkaar. De armoe druipt er aan alle kanten af. De straten zijn meestal paden. Particuliere auto's ontbreken geheel. En dwars door die misère heen snort af en toe een snelle auto of rammelt een rumoerige vrachtwagen. Menig verminkt dorp wordt door een moderne geluidswering behoed voor toekomstige akoestische vervuiling.

De weg wordt brandschoon gehouden. Niet met machines, maar met de hand, want dat is veel voordeliger. Het aanbod op de arbeidsmarkt is immens, en de loonkosten zijn te verwaarlozen. Machines zouden de werkloosheid alleen nog maar groter maken. Graven, ploegen, bouwen, transporteren, schoonmaken: het gebeurt in China met hele legers handarbeiders tegelijk.

Een vrouw is met een prikstok bezig weggeworpen vuil te verzamelen. Reizende Chinezen zijn immers gewend de schillen en de dozen uit het raampje te gooien. Een veld naast de weg ligt bezaaid met afval, maar daar doet niemand wat aan. Op de snelweg blijkt ook gefietst te mogen worden, maar dan alleen door degenen die, gewapend met bezems en gestoken in fluorescerend tenue, naar de plek rijden waar ze moeten gaan vegen.

Die schoonmaakwoede strekt zich niet uit tot de sanitaire faciliteiten voor de weggebruiker. De toiletten in de pompstations en wegrestaurants zijn net geïnstalleerd, maar de strijd voor een minimale hygiëne is nu al verloren. Dankzij een penetrante stank kan een blinde de weg vinden naar de overlopende pisbakken en de open sta-wc's met hun niet doorgetrokken drollen. Natuurlijk ontbreekt toiletpapier. Water om je handen te wassen is er evenmin.

In een splinternieuw, maar nu al morsig wegrestaurant zitten een paar vrachtwagenchauffeurs hun noedelsoep op te slurpen. Een van hen is van de provincie Hebei op weg naar de provincie Jiangsu. Het is de eerste keer dat hij de nieuwe weg neemt. Hij is er erg te spreken over: 'De oude weg is zo langzaam, zo vol en zo gevaarlijk. Veel chauffeurs houden zich niet aan de verkeersregels. Er zijn erg veel ongelukken. Deze weg is veel beter.'

Als de nieuwe weg veiliger is, dan komt dat niet omdat de verkeersregels beter worden nageleefd, maar omdat er nog erg weinig verkeer is. Chinezen, we mogen die generalisering best maken, kunnen niet rijden. Niet in de stad, en op de snelweg evenmin. Achteruitkijkspiegels zijn slechts versiersels, kop- en achterlampen optioneel. Richtingaanwijzers worden in de regel wel gebruikt, maar vaak pas wanneer de manoeuvre al begonnen is.

Omdat langzaam verkeer bij voorkeur op de linker weghelft rijdt, is inhalen steeds weer een avontuur. Vooral bij vrachtwagens is het uitkijken. Het zijn geen moderne trucks, maar ouderwetse open wagens, volop bepakt en bezakt. Het zeil rond de uitpuilende vracht wappert in de wind en verhindert ieder zicht op het achterkomende verkeer. Nog een wonder dat er maar zo weinig wagens op hun kant aan de rand van de weg liggen.

Bij de tolpoorten blijkt waarom de weg zo schaars wordt bereden: hij is peperduur. Heen en terug samen 365 gulden, ongeveer even veel als een vliegticket. Iedere provincie ziet de weg als een melkkoe. Iedere provincie mag ook zelf de maximumsnelheid vaststellen. Maar of die nu 100 of 110 is, in de praktijk is er geen enkel verschil.

Vlak voor een tol in Hebei, die de automobilist een rib uit het lijf kost, staat een onbedoeld cynisch bord: Welcome again. Overal langs de weg staan in het Chinees en steenkolen-Engels aanmaningen: Buckle up. Don't try fatigue driving. No drunken driving. Rear and Collision. En na een benzinepomp: Good lucky to you.

De weg voert door een van China's dichtstbevolkte en welvarendste streken. Die welvaart is de boeren van Hebei dan voorbijgegaan. Zonder middelen bewerken ze zeven dagen in de week de grond, waar hun voorouders rusten onder kegelvormige heuveltjes.

Tussen de velden en broeikassen - niet van glas en metaal, maar van plaggen en plastic - rijzen stinkende complexen op: overjarige chemische fabrieken, rijp voor het museum van industriële archeologie. In Shandong is een leger van menselijke mieren bezig de kale hellingen te terrasseren met pikhouwelen en de blote hand.

In Jiangsu veranderen land en weg. De huizen worden groter en minder lelijk, er verschijnen praatpalen, er komt steeds meer verkeer, containerauto's wijzen op de naderende haven. De snelweg komt Shanghai binnen ter hoogte van de derde verdieping van de aanpalende woningen. Even later is de vertrouwde stadschaos terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden