Peking probeert India uit kamp Amerika te houden

De Chinese president Wen Jiabao bezoekt New Delhi met een grote zakendelegatie. China hoopt op een betere relatie met zijn grootste Aziatische buurland.

SHANGHAI - China en India hebben besloten hun handel uit te breiden, maar het wederzijdse wantrouwen is onverminderd.


De struikelblokken tussen de twee rivaliserende Aziatische grootmachten blijven het grensconflict over een Indiase provincie die door China als Zuid-Tibet wordt geclaimd en Peking's hechte banden met Pakistan.


Dat is het resultaat van een tweedaags bezoek van de Chinese premier Wen Jiabao aan New Delhi. Wen was met een 400 man sterke zakendelegatie naar India gekomen. Er werden contracten getekend ter waarde van 12 miljard euro, voor onder meer infrastructuur, milieubescherming en telecommunicatie.


Peking had gehoopt met het bezoek, het eerste in vijf jaar, de kille relatie met zijn grootste Aziatische buur te verbeteren. Dat doel is nog ver verwijderd, aldus Indiase analisten. De kans dat het lukt, wordt in India gering geacht, omdat het strategische concessies van China vergt die Peking niet wenst te maken.


De moeizame verhouding werd donderdag diplomatiek omschreven in het slotcommuniqué na het overleg tussen de Indiase premier Manmohan Singh en zijn Chinese collega Wen. 'Er is genoeg ruimte in de wereld voor de ontwikkeling van zowel India als China', aldus de tekst. 'Er zijn genoeg gebieden waarop India en China kunnen samenwerken.'


China hoopt dat het aantrekken van de economische banden voldoende is om India te paaien. De Chinezen willen de ruim een miljard Indiërs vooral uit het kamp van de VS houden. Peking volgt met argusogen hoe Washington al geruime tijd bezig is New Delhi - dat voorheen vooral op de voormalige Sovjet-Unie leunde - te lokken met samenwerking op economisch, militair en nucleair-strategisch gebied.


Washington steunt ook de Indiase wens om een vaste zetel-met-vetorecht in de VN-Veiligheidsraad te verwerven. Wen zou Singh nu gezegd hebben dat daar met China ook over te praten valt.


Peking ziet het Amerikaanse charme-offensief richting Delhi als onderdeel van een strategie om China onder de duim te houden. Chinese analisten vrezen een groeiende ring van VS-bondgenoten om zich heen, van Zuid-Korea, Japan en Taiwan via de Filipijnen naar Thailand.


Tot onvrede van Peking lijken nu ook Vietnam en India naar de Amerikaanse kant te hellen. Beide landen hebben met China territoriale conflicten en zij zien een betere band met Washington als nuttig tegenwicht tegen een assertiever China.


Ook in Centraal-Azië speelt het geopolitieke touwtrekken tussen de eerste en tweede economie ter wereld. Peking heeft samen met Rusland de groeiende invloed van de VS in landen als Kazachstan en Kirgizië weten terug te dringen. China heeft verder de banden met Birma, Laos en Cambodja versterkt, en naast India's oude vijand Pakistan ook Sri Lanka naar zijn kamp gelokt.


Peking probeert de laatste tijd vaker de 'pan-Aziatische' kaart te spelen in het machtsspel, onder het motto: 'Wij moeten als Aziaten met elkaar samenwerken om de invloed van de VS in onze regio verminderen.' Veel landen in Azië vertrouwen Peking echter niet, omdat de Chinese regering de neiging heeft zich in regionale conflicten bazig en drammerig op te stellen. Buurlanden voelen er niet voor terug te keren naar verhoudingen van eeuwen geleden, toen de keizers in Peking hun buren behandelden als ondergeschikten.


Met India staan de Chinese beleidsmakers voor een lastige keuze. Het is geen klein land dat eenvoudig geïntimideerd kan worden, en de concessies die New Delhi verlangt zijn pijnlijk. Peking zou allereerst zijn claim op de Indiase provincie Arunachal Pradesh ('Zuid-Tibet', volgens China) moeten inslikken. Het is een gebied waarover beide landen in 1962 een grensoorlog voerden. Bovendien zouden de Chinezen Pakistan (door Peking omschreven als 'Vriend in goede en slechte tijden') moeten afvallen in diens claims op Kashmir, dat deels door India wordt beheerst.


En dan zijn er de gevoeligheden over Tibet en de in India verbijvende dalai lama, en over nieuwe dammen die China bouwt in naar India lopende rivieren. Zo is feitelijk de hele, bijna 4.000 kilometer lange grens door het Himalayagebergte gevoelig gebied. De kans dat de in 1954 door de Indiase premier Nehru geopperde slogan Hindi-Chini bhai-bhai (Indiërs en Chinezen zijn broeders) kan worden afgestoft, is daarom miniem.


Op economisch terrein is wat meer toenadering gevonden. Het streven is de wederzijdse handel in vijf jaar op te krikken van 45 naar 75 miljard euro. Maar de vraag is of het de klacht van India wegneemt dat China meer profiteert.


China importeert vooral grondstoffen als ijzererts uit India, en voert machines en consumentenprodukten uit. Dat resulteert in een Chinees handelsoverschot dit jaar van 18 miljard euro. Indiase bedrijven klagen net als westerse bedrijven dat Peking zijn eigen industrie sterk beschermt.


Beide landen roepen nu een forum in het leven waarin zakenleiders aanbevelingen kunnen doen voor verbeteringen. Maar de wrijving gaat niet zomaar weg. 'Peking heeft geen vrijemarkteconomie, al beweert het van wel', verklaarde een Indiase analist deze week geprikkeld.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden