REPORTAGE

Peking kweekt Tibetanen met een rood hart en Chinese ziel

Wie eenmaal wordt toegelaten tot Tibet stapt een wonderlijke wereld binnen, merkt correspondente Marije Vlaskamp. China probeert er met miljardeninvesteringen en een opleiding voor model-Tibetanen de loyaliteit van het Tibetaanse volk te winnen.

Jonge jongen die krijgt Tibetaanse les op de Lhasa Primary SchoolBeeld Wassink Lundgren

Met twee tassen gemalen gerst als cadeau gaat Yu Lulu een Tibetaanse oma 'adopteren'. Ze hoopt dat die oma haar helpt met de taal, cultuur en de dorpsroddels in de gesloten Tibetaanse boerengemeenschap, waar Yu Lulu net als Han-Chinese ambtenaar is gestationeerd. 'Over een jaar spreek ik dankzij oma vast al Tibetaans!', zegt Yu.

Ze heeft een bleek gezicht, lieve bruine ogen en barst van het idealisme. Yu Lulu is via het 'Go West-programma' voor pas afgestudeerde Chinese ambtenaren voor een jaar uitgezonden naar Zhanggai, een slaperige dorp in Midden-Tibet. Haar werk bestaat uit huisbezoeken afleggen.

Alles wat Yu Lulu en haar twee jonge collega's zien, en wat de 1.940 boeren in het gehucht vertellen, rapporteren ze aan hun meerderen in de dorpsraad.'Want de overheid heeft voor elk probleem een oplossing', zegt Yixi Zhuoma, de Tibetaanse collega van Yu. Het nest versleten dekbedden waar oma in slaapt, de twee schonkige koetjes in haar hof of de Chinese vlag naast de traditionele gebedsvlaggen op het dak: geen detail blijft ongezien.

(Tekst gaat verder onder foto).

Hoe China wil dat wij Tibet zien

Fotograaf Ruben Wasskink Lundgren maakte tijdens de trip ook een fotoreeks van Tibet graag wil dat wij het zien. Propagandabeelden van nijvere boeren, prachtige landschappen en arbeiders met goede werkomstandigheden in een medicijnfabriek.

Ook op het grote plein voor het Potala-paleis, de voormalige winterresidentie van de dalai lama, is de Chinese president Xi Jinping niet ver weg.Beeld Wassink Lundgren

Niet alleen in Zhanggai, maar overal op de Tibetaanse hoogvlakte worden partijorganisaties opgetuigd met jong talent en ervaren rotten, van zowel Han-Chinese als Tibetaanse afkomst. In totaal 21 duizend kaderleden dringen diep door in boerengemeenschappen en stadswijken, op scholen, in fabrieken en kloosters. Overal is de partij, om de kleinste kiem van ongenoegen te signaleren. Winning hearts and minds op zijn Chinees.

Op de weg naar de stad Shigatze rijden 57 legervoertuigen voorbij. Een SWAT-team rent met wapens in de aanslag over een boerenweggetje. Wisseling van de wacht: de nieuwe lichting soldaten oefent met materieel. Leger en paramilitaire politie zijn na hevige onlusten in maart 2008, toen gewelddadige protesten in Tibet en omliggende provincies met Tibetaanse minderheden aan bijna honderd mensen het leven kostten, nooit meer vertrokken.

Ze herstelden met harde hand de orde toen de straten van Lhasa door plunderaars in brand werden gestoken - het geweld werd voorafgegaan door demonstraties van boeddhistische monikken die protesteerden tegen de Han-Chinese dominantie over Tibet. Na deze opstand nam het Tibetaanse protest een andere vorm aan: in Tibet en de omliggende provincies met Tibetaanse minderheden hebben al meer dan 130 mensen, overwegend jongeren en geestelijken, zichzelf verbrand.

(Tekst gaat verder onder locater).

Oktober 1950

China behandelt Tibet als provincie, sinds communistische troepen in oktober 1950 de Himalaya binnentrokken. China viert dit jaar de oprichting van de zogenaamde Tibetaanse Autonome Regio (TAR), precies vijftig jaar geleden, maar volgens de Tibetaanse regering in ballingsschap hebben Tibetanen bitter weinig autonomie in hun eigen gebied. Al is een openlijke discussie over het minderhedenbeleid en problemen als etnische onrust, discriminatie en achterstand officieel taboe, Peking hanteert sinds 2008 naast harde repressie ook andere tactieken om Tibet onder de knoet te houden. Zo zuigt de éénpartijstaat nu zo veel mogelijk Tibetanen het systeem binnen. Met goedbetaalde banen in dienst van de staat, zoals ambtelijke betrekkingen of functies in staatsfabrieken, is een nieuwe klasse gecreëerd van Tibetanen die loyaal aan de Volksrepubliek zijn.

Fungeerde Tibetaans partijkader tien jaar geleden als politiek correcte franje en deden hogergeplaatste Han-Chinezen het woord, nu neemt Yu Lulu's Tibetaanse collega automatisch de leiding. Yixi Zhuoma is ontwikkelingswerker en missionaris tegelijk. Terwijl ze de problemen van de zeshonderd Tibetanen in het dorp die onder de armoedegrens leven - minder dan 380 euro per jaar - in kaart brengt, verkondigt ze hoe goed het leven onder de rode zon van Peking is.

Ambtenaren als Yixi Zhouma en Yu Lulu verzamelen volgens buitenlandse critici van het Tibetbeleid ook politiek gevoelige informatie. Over personen die sympathie hebben voor de dalai lama, de Tibetaanse geestelijk leider in ballingschap, of mensen die stiekem de grens met Nepal willen oversteken, of die vinden dat Tibet beter af is zonder al die Han-Chinezen. Wie niet aan Pekings kant staat is zonder meer een separatist, dus een bedreiging van de sociale stabiliteit. Dat soort mensen wordt extra in de gaten gehouden en 'gecorrigeerd'.

(Tekst gaat verder onder foto).

Yixi Zhouma (midden) en Yu Lulu (rechts) met een collega.Beeld Wassink Lundgren

Geen tijd, druk-druk-druk met geld verdienen: het Chinese virus van koortsachtig vooruit willen komen, grijpt ook in Tibet om zich heen. Een volk, dat altijd leefde op het ritme van seizoenen en rituelen van het Tibetaans boeddhisme, is overweldigd met economisch spierballenbeleid. Geen enkel gebied in China wordt zo volgepompt met geld uit de staatskas. Of het nu om kostbare treinlijnen gaat of een keur aan nieuwe musea, zoals het Yak-museum. Een oppervlakte van 10 duizend vierkante meter staat vol met historische waarheden: van de prehistorische wilde yak tot de nuttige rol van het getemde rund tijdens de 'socialistische bevrijding' van Tibet. Netjes gerangschikt in glazen vitrines, spotje erop, goudgeel dekentje eronder, zo zien Chinezen minderhedencultuur graag. Voor de afwisseling videoclips met prachtige documentairebeelden van een vrijwel verdwenen nomadische levensstijl.

Dit museum kostte 35 miljoen euro. Een schijntje, waarmee de staat laat zien dat het de socialistische versie van de Tibetaanse cultuur waardevol vindt. Cultuur moet behouden blijven, want spiritualiteit, heilige meren en mysterieuze kloosters lokken dit jaar 1,5 miljoen Chinese toeristen naar Tibet. Er gaan meer Chinezen op vakantie naar Tibet, dan er Tibetanen op de hoogvlakte wonen. Cultuur is er net zo'n grondstof als ertsen en mineralen.

Maar een Tibet dat slechts dienst doet als wingewest en vakantiebestemming is een onrustig Tibet, bewezen de onlusten in 2008. Daarom probeert Peking loyaliteit te kopen met welvaart - en die wordt kunstmatig gecreëerd met geld uit de staatskas. Volgens onderzoek van Andrew Fischer, ontwikkelingsspecialist van het International Institute of Social Studies in Den Haag, subsidieert Peking Tibet met een bedrag dat goed is voor 116 procent van het Tibetaanse bruto binnenlands product, slechts met het doel zo veel mogelijk banen voor Tibetanen in staatssector te scheppen. Fischer waagt zich niet aan schattingen van de geldstromen waarmee de centrale overheid woningbouw, mijnen en infrastructuur in Tibet financiert. 'Dat zijn onvoorstelbaar hoge bedragen. De staat overstelpt Tibet met belachelijk grote hoeveelheden geld, die de plaatselijke bevolking en de werkelijke Tibetaanse economie overweldigen.'

Zelfs de schoonmaakster bij staatsfarmaceut Ganlu in Lhasa verdient bijna 700 euro per maand, het driedubbele van het gemiddelde inkomen van een Tibetaanse stadsbewoner. 'En dat is maar de schoonmaakster. In mijn workshops zitten afgestudeerden van de Academie voor Tibetaanse geneeskunde, die verdienen meer', aldus Wang Guo, directeur van Ganlu. Hij is een Tibetaan, die voor het gemak zijn Chinese naam gebruikt. Hij bestiert vierduizend vierkante meter fabrieksterrein in de Open Economische Zone Lhasa, dat een jaar na de rellen is opgeleverd. Hij is opgetogen over dat industrieterrein. 'De inrichting, de voorzieningen, het management zijn precies hetzelfde als industrieterreinen in het Chinese binnenland. Economische ontwikkeling in Tibet is goed voor de sociale stabiliteit en groei van de communistische partij.' Want dit jaar mocht hij de 60ste werknemer het partijembleem op de borst spelden, zegt hij trots. 'Met 387 man personeel zijn 60 partijleden niet veel. Maar ze zijn zeer gemotiveerd.'

Donderdagavond is stapavond in de stad Shigatze. Het nieuwe winkelcentrum annex luxehotel wordt omgeven met straten waar Sichuanese families souvenirwinkels, theehuizen en kledingwinkels uitbaten. Geen winkelende Tibetaan te zien, maar in een achterafstraatje verraden dekens met oneindige geluksknopen voor deuren de aanwezigheid van Tibetaanse barretjes. De meiden drinken qingkejiu, koppige gerstelikeur, de jongens maken een tray Lhasa bier soldaat.

Winkelmeisjes, chauffeurs, marktkooplui: dit is niet de nieuwe, bevoorrechte Tibetaanse aristocratie die zwaar gesubsidierde salarissen in de staatssector opstrijkt. Volgens Fischer is dat slechts 12 procent van de beroepsbevolking in Tibet - en veel ambtelijke banen gaan nog altijd naar Han-Chinezen. Maar het geld dat deze gepriviligeerde klasse in dienst van de staat uitgeeft, druppelt langzaam door naar de private economie, naar de restaurants, mobieletelefoonwinkeltjes en autodealers. Daarom hebben wij ook een druk leven in de stad, vertellen de winkelmeisjes. 'Ons leven is niet te vergelijken met dat van onze ouders. Die zitten in achterlijke dorpen. Wij rijden op elektrische scooters. Wij verdienen. Het is een andere wereld.' Over Han-Chinezen of politiek praten ze niet, al worden ze langzaam dronken.

Oude vrouw die thee inschenkt is 'model familie' georganiseerd door de staat.Beeld Wassink Lundgren

Kloostermuren

De lastigste plaatsen om zieltjes te winnen voor een atheïstische organisatie die de communistische partij is, zijn de kloosters. Daar is materiële vooruitgang minder belangrijk dan in de steden. Achter de witgepleisterde kloostermuren zoekt Peking zijn toevlucht tot karrevrachten regels, propaganda en ouderwetse controle. Op de daken rond de gouden tempel van het Tashilhunpo-klooster wapperen Chinese vlaggen, in de zaal waar monnik Zhaxi Wangjia ontvangt, hangen een gefotoshopt groepsportret van vier generaties Chinese partijleiders naast de panchen lama, de hoogste Tibetaanse geestelijke na de dalai lama.

De dalai lama zegt geregeld dat hij weigert te reïncarneren zolang China de dienst uitmaakt in Tibet. Daar heeft Peking wetgeving voor uitgevonden: er komt een nieuwe dalai lama, waarschijnlijk eentje die aan de Chinese leiband loopt, want hij zal reïncarneren volgens in 2007 ingevoerde wetgeving, die bepaalt dat Peking het laatste woord heeft over elke reïncarnatie. Of het een monnik van een dorpstempel is of de hoogste levende boeddha, zonder formele procedure bij de Chinese overheid kunnen ze niet aan hun volgende leven beginnen. Twee recentelijk overleden geestelijken in zijn klooster zijn keurig volgens de regels gereïncarneerd, zegt Zhaxi Wangjia. 'Hoe dalai straks zijn zaakjes regelt, maakt me niet uit. Ik heb niets met hem te maken.' Dat een monnik zijn geestelijk leider aanspreekt als 'dalai' is neerbuigend, maar de vernietigende scheldpartijen die sinds 2008 losbarstten als de naam dalai lama viel, zijn vervangen door een verbijsterende onverschilligheid. Alsof een pastoor zegt dat de paus hem niets kan schelen.

Zhaxi Wangjia wordt bijgestaan door een kaderlid van het Managementbureau van het klooster. Deze ambtenaar is verantwoordelijk voor de voor monniken verplichte lesuren patriottische educatie. Hij houdt ook een oogje op monniken van buitenaf, die op bezoek komen. Sinds 2008 mogen monniken slechts rondreizen en bij geloofsgenoten buiten hun eigen tempel logeren met toestemming van de overheid. Tevens is een 'professioneel monnikencertificaat' ingevoerd. Voor dat soort wereldse zaken is de partij nu permanent in elk klooster aanwezig. Als service, zegt de ambtenaar, die zijn naam niet opgeeft. 'Geestelijken hoeven alleen nog maar te doen waar zij goed in zijn: bidden.'

Hoe werkt zo'n persreis?

'Je bent nu klaar, de bus vertrekt.' Ik ben net begonnen de drie jonge ambtenaren naar de politieke kanten van hun werk te vragen, als de begeleider van de persdienst van de Tibetaanse Autonome Regio binnenkomt. Een gezin met vijf koeien wacht op een groepsinterview. Tien minuten ben ik met de ambtenaren alleen geweest. Dat is al heel wat op zo'n door de overheid georganiseerde persreis, waar elk interview wordt gemonitord door een begeleider.

Buitenlandse correspondenten mogen slechts naar Tibet op uitnodiging. Een batterij toezichthouders brengt elke journalist die een poging tot zelfstandig loslopen doet, vriendelijk doch beslist terug naar de groep. Er zijn immers interviews geregeld. 'Een week van tevoren beginnen we met de voorbereiding. We vinden gewone mensen, we zorgen dat ze aanwezig zijn. We compenseren ze daar financieel voor, want als ze worden geïnterviewd kunnen ze niet werken', zo verklaart Jimy Wangtso, directeur-generaal voorlichting van de Tibetaanse Autonome Regio, het gebrek aan mogelijkheden zelfstandig verslag te doen in Tibet.

Tibet heeft twee werkelijkheden: die van de staat en de werkelijkheid die ik nauwelijks kan waarnemen omdat de staat dat verhindert. In Lhasa volgt een Landrover met overheidspersoneel correspondenten die 'savonds een biertje gaan drinken.

In Shigatze is minder toezicht, en kan ik een flard opvangen van die andere Tibetaanse realiteit. Jongeren op hun uitgaansavond, beminnelijk kletsende taxichauffeurs en een oudere Tibetaanse vrouw die een taxi met me deelt. Zij vult het ritje van tien minuten met frustratie. 'Jullie komen hier, maar wij mogen niet bij jullie kijken. Tibetanen krijgen geen paspoort. Als het systeem wil dat we net als de Han-Chinezen meedoen, moeten we ook dezelfde rechten krijgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden