'Peking heeft grotere zorgen dan de euro'

Een idyllische Kerstgedachte: stel dat Hu Jintao zich niet naar de Noord-Koreaanse ambassade had laten rijden om het condoleanceregister voor Kim Jong-il te tekenen, maar naar de Tsjechische missie om zijn respect te tonen voor Václav Havel. Wat een weldadige eindejaarssurprise zou dat zijn geweest.

Hu Jintao Beeld null
Hu Jintao

Maar ja, hoezeer China ook in beweging is, niet op dit vlak. De afgelopen jaren viel af en toe enige Chinese ergernis over het doen en laten van de rigide Noord-Koreaanse buurman te bespeuren, maar altijd prevaleerde de historische en strategische verbondenheid. Voor de Kim-dynastie geldt een Chinese variant van wat president Rooosevelt placht te zeggen over de Nicaraguaanse dictator Somoza: 'Hij is een klootzak, maar wel onze klootzak.' Noord-Korea behoort tot China's 'all-weather friends' (in het Chinees: zelfde boot regen en wind).

Vriendenkring
Wie kunnen nog meer worden gerekend tot de vriendenkring die China onder alle weersomstandigheden koestert? Tja, bij nadere beschouwing zijn er dat niet zo veel. Met Birma bestaat een langdurige, innige relatie. En Pakistan komt nog wel enigszins in aanmerking: als aartsvijand van India heeft het land altijd op Chinese politieke en militaire steun kunnen rekenen. Maar dan houdt het wel zo'n beetje op. Natuurlijk zijn sommige Afrikaanse leiders geziene gasten in Peking, maar de relatie met hen is nog pril en ze leggen over het algemeen weinig politiek gewicht in de schaal. Verder mag Iran zich in hartelijke Chinese belangstelling verheugen, maar ook hiervoor geldt dat de band nog te vers en te beperkt is om te kunnen spreken van een hechte vriendschap.

China's relaties met de meeste andere Aziatische landen kunnen het best worden gekwalificeerd als complex. Overal wordt met ontzag naar de opkomende supermacht gekeken. Maar er heerst in veel hoofdsteden ook argwaan over zijn ware aard, een argwaan die sterk wordt gevoed door de ongenaakbaarheid die Peking etaleert inzake een reeks van territoriale disputen. Dat geldt met name voor de Zuid-Chinese Zee, die een belangrijke doorgangsroute voor de scheepvaart vormt en vermoedelijk rijk is aan olie- en gasvoorraden.

De Chinezen claimen praktisch het gehele zeegebied tot pal voor de kusten van Vietnam, Maleisië, Brunei en de Filippijnen. En ze willen de afbakening van de territoriale rechten bij voorkeur niet in multilateraal verband regelen, maar met elk land afzonderlijk, want dan staat het grote China altijd het sterkst.

Beleidsmakers
Die berekenende houding toont zich ook in de eurocrisis. Sommige Europese beleidsmakers zinspelen op de mogelijkheid dat China zijn enorme geld-reserves aanspreekt om de euro te stutten, in het besef dat een onttakeling van de Europese munt ook zeer nadelig zou zijn voor de Chinese export. Maar is dat wel een serieuze optie? Op een interessant symposium van Instituut Clingendael, afgelopen dinsdag, bogen sinologen Garrie van Pinxteren en Henk Schulte Nordholt zich over die vraag, en hun ondubbelzinnige antwoord was: nee, China gaat niet de euro redden.

De redenen daarvoor hebben in de eerste plaats met Europa te maken. In de tijd van Mao had Europa nog wel een zekere standing in Peking, maar tegenwoordig wordt het oude continent met een aan minachting grenzende meewarigheid bezien. De Europeanen krijgen hun zaken almaar niet op orde of erger nog: ze zijn verwend en lui.

Een bijdrage aan het Europese stabilisatiefonds oogt niet als een veilige, profijtelijke belegging. Als Duitsland al de nodige aarzelingen heeft bij het fourneren van kapitaal ten behoeve van de schuldenlanden, waarom zou China dan wel ro­yaal de portemonnee trekken, aldus de redenering in Peking.

Financieel avontuur
Maar er is ook een binnenlandse reden om niet op financieel avontuur te gaan in Europa. Er zijn sterke indicaties dat China's financiële situatie heel wat minder florissant is dan ze lijkt. Lokale overheden hebben torenhoge schulden opgebouwd met investeringsprojecten waarvan zeer de vraag is of ze rendabel zullen zijn. New York Times-columnist Paul Krugman spreekt zelfs van een gigantische vastgoedbubbel die grote economische schade kan aanrichten als hij barst.

En dat is nog maar de helft van het verhaal. Want China kampt ook met een zeer zwak ontwikkelde publieke sector, een enorme achterstand van met name westelijke regio's en een schreeuwende inkomensongelijkheid. Alle fabelachtige groeicijfers ten spijt staat het land qua inkomen per hoofd van de bevolking nog altijd op het niveau van Albanië.

Zo bezien is het begrijpelijk dat de redding van de euro geen prioriteit heeft. Jammer misschien voor 'verwende en luie' Europeanen. Maar na alle alarmerende berichten over een China dat binnen de kortste keren over ons allemaal heen walst, is het eigenlijk ook wel een geruststellende Kerstgedachte.

Paul Brill is redacteur van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden