Peking geniet van protest in Taipei

Het is geen geheim dat Chen Shui-bian bitter weinig vrienden heeft in Peking. De eigenzinnige president van Taiwan staat bij de leiding op het Chinese vasteland te boek als een gevaarlijke lastpost, omdat hij de euvele moed heeft vast te stellen dat zijn eiland een zelfstandig, democratisch land is, dat...

Het is daarom boeiend te zien hoe Peking omgaat met de grote demonstratie die zaterdag in Taipei is begonnen. Weg met Chen, klinkt het uit de kelen van duizenden demonstranten, die zich op de stoep voor het presidentiële kantoor hebben verzameld. Ze willen pas weer weggaan als de president opstapt. Chen ligt al maanden onder vuur vanwege beschuldigingen van corruptie: zijn staf heeft mogelijk gerommeld met declaraties, zijn vrouw zou geprofiteerd hebben van de verkoop van een warenhuis en een schoonzoon heeft met voorkennis gehandeld in aandelen en steekpenningen aangenomen. De entourage van Chen telt dus kleine krabbelaars.

Het protest is georganiseerd door Shih Ming-teh, een oud-partijgenoot van de president. Hij zette de ‘Een Miljoen Stemmen Tegen Corruptie – Weg met Chen’-campagne op, met als inzet dat het protest kon beginnen als er een miljoen mensen waren die ieder 100 Taiwanese dollar wilden overmaken. Het geld stroomde binnen, sneller dan verwacht, en Shih begon zijn sit-in.

De opkomst bij het startschot zaterdagmiddag was lager dan gehoopt – eenderde van de voorspelde driehonderdduizend mensen – maar het blijft een signaal dat Chen weinig populair meer is. Volgens de laatste opiniepeilingen ziet tweederde van de Taiwanezen hem liever nu vertrekken dan in 2008, wanneer zijn termijn afloopt.

Volgens politieke analisten in Taipei is die kans klein. Chen zelf zegt niet te piekeren over aftreden. Voor de wisseling van presidenten heb je verkiezingen, is zijn boodschap. Een ‘Oranje Revolutie’ lijkt ook onwaarschijnlijk; er is geen bewijs dat de president zelf corrupt is. De meeste demonstranten zullen er eerder na een week of wat de brui aan geven, mede door het barre weer. Het giet sinds zaterdagnamiddag in Taipei, de weerkaart leert dat er een tyfoon onderweg is. Na twee dagen regen is de sit-in al een stuk kleiner geworden.

Maar hoe waardeert Peking de gebeurtenissen in zijn ‘afvallige provincie’, zoals China het eiland met zijn 23 miljoen burgers sinds de boedelscheiding tussen de communisten van Mao en de nationalisten van de KMT van 1949 noemt? Wie de staatsmedia volgt, moet vaststellen dat Peking opeens een opmerkelijk voorstander van demonstraties tegen het zittende gezag is geworden. ‘Anti-Chen-demonstranten laten zich niet afschrikken door de regen’, kopt het Volksdagblad in een sympathiek verslag.

‘Velen waren in het rood gehuld als symbool van hun woede tegen Chens regering’, aldus het toonaangevende dagblad uit Peking, dat zoals alle Chinese staatsorganen rept van ‘president’ (met aanhalingstekens) Chen. Want de echte president van Taiwan heet volgens Pekings ‘Een China’-doctrine Hu Jintao, president aller 1,3 miljard Chinezen.

Het zou bijna komisch zijn als het niet zo hypocriet was, de steun voor de democratische vrijheid van meningsuiting in de ‘provincie’ Taiwan. Want Peking haat sit-ins. In 1989 haalden de machthebbers de mitrailleurs en de tanks van stal om de grootste sit-in aller tijden in eigen land, op de stoep van het Plein van de Hemelse Vrede, met geweld weg te vegen.

Ook anno 2006 was de Chinese oproerpolitie allang ingezet, indien er op een vasteland een demonstratie zoals in Taipei de kop op zou steken. China heeft veel meer corruptie dan Taiwan, maar wie het waagt ertegen te demonstreren hoeft niet op steun van de meeste Chinese autoriteiten te rekenen. Intimidatie, arrestaties, traangas en heropvoeding zijn doorgaans de reactie als burgers op het vasteland van hun – in theorie in de Chinese grondwet vastgelegde – democratische rechten gebruik willen maken. Je bent tenslotte onderdaan van een autoritaire eenpartijstaat.

Peking vindt de sit-in in Taipei alleen maar prachtig omdat het protest de kans vergroot dat de Taiwanese oppositie, de KMT, de volgende verkiezingen wint. De nationalisten, eens de gezworen vijanden, kunnen het sinds een jaar of twee bijzonder goed vinden met Peking.

Beide partijen dromen van een groot China en hebben weinig last van een democratische historie. KMT-kopstukken stonden dan ook zaterdag op het protestpodium in Taipei. Chinees opportunisme kent geen grenzen.

Hans Moleman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden