Peilingen worden niet slechter maar juist beter, blijkt uit onderzoek van 30.000 peilingen uit 45 landen

Verkiezingspeilingen zijn tegenwoordig niet slechter dan tien, twintig of dertig jaar geleden. Sterker nog: ze worden steeds iets beter. Dat is de verrassende conclusie van Britse onderzoekers die meer dan dertigduizend peilingen uit vijfenveertig landen tegen het licht hielden. Peilingen verschillen gemiddeld zo'n 2 procent van de uiteindelijke verkiezingsuitslag, schrijven de onderzoekers in vakblad Nature Human Behavior, en dat percentage neemt over de jaren heen eerder af dan toe.

Een portret van Maurice de Hond van het peilingsbureau Peil.nl. Foto anp

De laatste jaren klonk juist flinke kritiek op peilingbureaus. Ze zouden steevast grote groepen moeilijk bereikbare burgers vergeten, en te veel vertrouwen op online panels waarvoor mensen zichzelf kunnen aanmelden. De Britse parlementsverkiezingen in 2015 en de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 deden vermoeden dat deze kritiek terecht was. Beide keren zaten veel peilingbureaus ernaast en moesten ze schoorvoetend toegeven dat ze grote groepen in de bevolking hadden gemist.

Om te testen of het écht zo slecht gaat met peilingbureaus verzamelden de Britse onderzoekers peilinggegevens over de afgelopen vijfenzeventig jaar uit vijfenveertig landen, waaronder Nederland. Deze peilingen legden ze naast de uiteindelijke uitslag van de gepeilde verkiezingen. Het gemiddelde verschil tussen peilingen en uitslag, zo bleek, bleef al die jaren ongeveer gelijk: 2 procent. De onderzoekers concluderen dat er geen reden is om aan te nemen dat peilingen in de loop der jaren slechter zijn geworden.

Nederland in de middenmoot

Peilingspecialist Jelke Bethlehem van de Universiteit Leiden beaamt de conclusie: 'Iedere verkiezing kijk ik hoever de peilingen afwijken. Dat blijft over de jaren heen redelijk hetzelfde.'

Desgevraagd laten de Britse onderzoekers weten dat Nederland met een gemiddelde afwijking van 2,1 procent in de middenmoot zit - waarbij moet worden aangetekend dat veel recente peilinggegevens uit Nederland in de studie ontbreken.

Bethlehem maakt nog een andere belangrijke kanttekening. 'De onderzoekers hebben alle peilgegevens op één hoop gegooid. Daardoor verdwijnen niet alleen de variaties tussen verschillende peilbureaus, maar ook die tussen verschillende landen', aldus Bethlehem. 'Dat terwijl de kwaliteit van peilingen vaak sterk tussen landen verschilt.' Oftewel: wellicht zijn peilingen in het ene land consequent erg precies, terwijl ze er in het andere land steeds niets van bakken. Bethlehem: 'Daardoor zeggen deze resultaten eigenlijk niets over trends in specifieke landen. Dat vind ik een gemiste kans.'

Vooral online of telefonisch

Volgens Bethlehem is peilen er niet makkelijker op geworden. 'Vroeger gingen peilingbureaus nog vaak de huizen langs. Dan is de respons, het aantal mensen dat wil meewerken aan de peiling, vaak relatief hoog.' Tegenwoordig gebeurt het peilen vooral online of telefonisch, waarbij het maar de vraag is in hoeverre mensen willen meewerken. Bethlehem: 'Ik zou best willen weten hoeveel invloed de manier van peilen heeft op de kwaliteit van prognoses, maar daar zeggen deze onderzoekers niets over.'


GroenLinks financiert peilingen, en dat is niet ongewoon: politici weten dat het werkt

Met de gemeenteraadsverkiezingen van maart op komst zal Nederland de komende tijd weer bestookt worden met peilingen die meer inzicht pretenderen te geven in het te verwachten stemgedrag van de kiezers. Wat daarbij goed is om te beseffen: niet al die peilingen zijn zuivere koffie.

Jesse Klaver tijdens een debat in de Tweede Kamer. Foto anp