Peiling Hoe moeilijk maken dagbladcolumnisten het zichzelf eigenlijk?

Tien jaar lang schreven Remco Campert en Jan Mulder hun CaMu’s in de Volkskrant. Wat denken collega-columnisten van het produceren van een (bijna) dagelijks stukje in de krant?...

Martin Bril, de Volkskrant (6 x per week): ‘In het begin denk je: ach, ik hou nog wel wat tijd over voor wat anders. Maar de praktijk is toch dat je leeft in dienst van het stukje. Het is alles opslorpend. Je legt de lat hoog: je column verschijnt in volle openbaarheid op een groot podium, en je wilt de lezer niet teleurstellen. Naarmate je langer schrijft, bekruipt je vaker het gevoel: dit heb ik al eens gedaan. Dat kan beklemmend zijn. Ik zag het bij Remco op maandag. Dan greep hij vaak terug op jeugdherinneringen. Jan reageerde gewoon wat vaker op het nieuws. Dat is wel makkelijker. Daar komt altijd wel wat voorbij. Maar het is vooral de columnist die het zichzelf moeilijk maakt. De lezer is simpelweg op zoek naar jouw geluid, lijkt het wel. Die neemt een minder stukje of een complete flop wel voor lief. Hij heeft zelf ook wel eens een slechte dag.’

Frits Abrahams, NRC Handelsblad (5 x per week): ‘Ik heb er eigenlijk nooit problemen mee een onderwerp te vinden. Mijn interesse is vrij breed: het kan gaan over de nieuwe film van een favoriete regisseur, of een boek over Franz Kafka die ik ook bewonder. Maar ik hou ook in de gaten wat Ajax het komende seizoen gaat doen. Als je alleen politieke satire bedrijft, is het natuurlijk veel ingewikkelder. In mijn hoofd heb ik altijd wel twee reserveonderwerpen voor het geval het eens een keer niet lukt. Ik schrijf mijn column altijd ’s morgens. Maar als ik voordat ik naar bed ga niet weet waarover het gaat, wordt het een onrustige nacht.’

Rob Hoogland, De Telegraaf (5 x per week): ‘Alles opslorpend? Ik heb er geen last van, moet ik zeggen. Het is een ambacht. De een sluit snelkoppelingen aan, ik schrijf stukjes. Elke dag om zeven uur in de file voor het Rottepolderplein kan ook stress opleveren. Ik heb als voordeel dat ik alleen maar de column hoef te schrijven, terwijl Campert en Mulder er nog allerlei dingen bij doen, zoals boeken schrijven of de clown uithangen op tv. Ik vond Campert vaak erg geestig, al had hij het de laatste tijd wel vaak over de sleur van de dag. Mulder kon zich nog altijd oprecht kwaad maken.’

Hugo Camps, De Morgen (dagelijks, in toerbeurt met Bernard Dewulf): ‘Ook linksonder op de voorpagina, ja. Maar een kopie is het natuurlijk niet. De mensen zijn anders. Remco Campert is een literator buiten categorie. Jan Mulder is een speelvogel buiten categorie. Het is doodjammer dat het stopt. Het was het eerste dat ik las. Mentale hygiëne. Zo’n schuine invalshoek werkt bevrijdend. Het is wel lastig schrijven. De vorm, de inhoud; het is wurgen, trekken, duwen. Wat moet je schrijven als er twee meisjes vermoord zijn gevonden in een spoorwegberm in Luik? Als de krant bloedt, heb ik meer de neiging de actualiteit te ontlopen. Het kan dan over een nieuwe gsm gaan, bijvoorbeeld. Laat de commentatoren maar de grote gebeurtenissen bespreken.’

Ronald Giphart, Algemeen Dagblad (dagelijks, in toerbeurt met Jerry Goossens): ‘Toen het AD die hele restyling had ondergaan, was de vraag of we voor de achterpagina iets CaMu-achtigs wilden doen. Jerry en ik hadden het onderling wel eens over Gogi, of Gigo. Remco Campert was altijd al een voorbeeld, de sportcolumns van Jan Mulder ontdekte ik pas als student. De bewondering voor Campert is wel gebleven, de prachtige anekdote, de mooie zin. Hij is echt een van de beste stilisten die we hebben. Een taalkunstenaar, sterker, hij heeft een nieuwe taal uitgevonden. Het is een stiel, zo’n column. De concentratie is anders dan die voor een roman. In alles wat ik zie, in alles wat de kinderen zeggen kan iets zitten. Het is wel een instant bevrediging. Dan geeft een roman een diepere, wezenlijkere voldoening. Nee, zo’n lange carrière als columnist is voor mij niet weggelegd, dat kan ik alvast aankondigen.’

Sylvain Ephimenco, Trouw (dagelijks, in toerbeurt met Rob Schouten): ‘Toen we hiermee begonnen, is, meen ik, de naam van CaMu één keer gevallen. Het was tamelijk impliciet. Maar ik ben er heilig van overtuigd dat het tot voorbeeld diende. Ik las dat Campert zich leeg geschreven voelt. Dan heeft hij de juiste beslissing genomen. Niets ergers dan het gevoel van ontevredenheid. Ik heb het enkele keren per jaar: dat je begint en voelt dat het een verkeerd onderwerp is. Ik geef mezelf dan klappen, zoals ik gewichtheffers heb zien doen. Het werkt! Het moet de belangrijkste vraag van iedere columnist zijn: hoe hou je het niveau op peil. Je moet je lezer respecteren. Stoppen, zoals CaMu nu, lijkt me een nachtmerrie: je niet meer kunnen uiten, niet meer deelnemen aan het debat, niet iets van je af schrijven. Wat een gemis. Ik wens Campert en Mulder veel geluk en succes. Ik hoop dat de Volkskrant doorgaat met elkaar afwisselende columnisten op die plek.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden