Peetvader van een moderner Amerika

DE NAAM van Earl Warren zal altijd verbonden blijven met misschien wel de belangrijkste doorbraak in de emancipatie van de zwarte Amerikanen....

Doeko Bosscher

'Plessy' was een vrijbrief voor wantoestanden geworden, vooral in het zuiden, waar de meeste zwarten woonden. Het blanke racisme had daar na de verloren Burgeroorlog kunnen voortwoekeren. Onder toezicht van noordelijke 'stadhouders' waren zwarten op verschillende plaatsen enige tijd aan de macht geweest, wat veel kwaad bloed had gezet. Het 'Plessy'-arrest bood een mogelijkheid tot wraak. De werkelijkheid was algauw dat op de zwarte scholen met afgeknepen budgetten vaak allerberoerdst onderwijs werd gegeven. Zelfs de schijn van 'equality' werd niet meer opgehouden. De blanke scholen daarentegen - wél gesteund door de politiek van stad, county en staat - konden zich in kwalitatief opzicht met het onderwijs in het noorden meten.

In The Warren Court and American Politics breekt Lucas Powe een lans voor een meer politieke kijk op het functioneren van de Derde Macht in de Verenigde Staten. Al sinds vele tientallen jaren is er naar zijn oordeel geen fatsoenlijke studie over het Hooggerechtshof meer verschenen, gebiologeerd als rechtshistorici en beoefenaren van het publieke recht waren door de theorie die zegt dat het hof niet aan politiek doet, en door allerlei nieuwe kwantitatieve methoden (die eveneens de politieke werkelijkheid versluieren). In deze lacune wil Powe, jurist met een lange staat van dienst in de burelen van het hof, in de rechtspraktijk en aan de universiteit, voorzien.

Voor iemand die uit is op een revival van de politieke analyse van de arresten van het hof, is er, zegt Powe, geen beter onderwerp dan de periode waarin Earl Warren de leiding had (van november 1953 tot juni 1969). Met zijn beslissing in de zaak-Brown maakte Warren zichzelf vrijwel onmiddellijk na zijn aantreden tot een omstreden opperrechter. Doordat de tijdgeest nog flink wat andere controversiële kwesties in petto bleek te hebben, zou hij dat tot zijn laatste dag blijven.

En dan was er natuurlijk nog het rapport over de moord op Kennedy, gepubliceerd, een klein jaar na die dramatische gebeurtenis, door een commissie die zijn naam droeg. Zo'n opdracht vermocht zelfs een reus als Warren niet met succes te vervullen. Een rapport dat meldde dat een halfgare loner de moord op zijn geweten had, kon geen mens helemaal tevreden stellen.

Zijn bewondering voor deze opperrechter steekt Powe niet onder stoelen of banken, maar al zijn tegenstanders laat hij consequent in hun waarde. Het knappe van het Brown-arrest vindt hij vooral de unanimiteit, door Warren persoonlijk uit het hof geranseld. De opperrechter realiseerde zich dat een splitsing tussen zuidelijke en noordelijke rechters een rampzalige uitwerking zou hebben.

In de wereldgeschiedenis is het wel vaker voorgekomen dat een onverdachte 'rechtse' leider een conservatief publiek verbluft met revolutionaire, 'linkse' besluiten die een uitweg uit impasses bieden. Juist hun onverdachtheid verschaft dan rugdekking. Zo beschouwd kan Warren op één lijn worden geplaatst met bijvoorbeeld Nixon, die een toenadering tot China forceerde. Niets uit Warrens verleden noopte de Republikeinen, of de conservatieve Democraten in het zuiden, hun borst nat te maken toen hij zijn ambt aanvaardde. Als Republikeins kandidaat voor het vice-presidentschap in 1948 (running mate van Thomas Dewey) was hij bekend en populair geworden. Het gouverneurschap van Californië had Warren de kans geboden zich te profileren als een goed bestuurder, maar van een sterke neiging tot grootscheepse hervormingen hoefde niemand hem te verdenken.

Eén voor één nam Warren de zuidelijke leden van het Hof in de tang om hen te overtuigen van de strijdigheid van 'separate but equal' met het fundament van de Amerikaanse natie: het geloof in de gelijkwaardigheid van alle mensen. Hij slaagde. Had de eisende partij in deze zaak - de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) - de kwestie minder principieel gepresenteerd, door bij Warren c.s. te pleiten voor het waarlijk 'equal' maken van de zwarte scholen (velen dachten dat het Hooggerechtshof dat nog net zou slikken) dan zou Warrens kans op succes kleiner zijn geweest. Juist het principiële argument inspireerde hem; hij bleek er een meester in.

Het was dus achteraf beschouwd een geluk dat de NAACP het geld niet had om lang te procederen, wat nodig zou zijn geweest om, zelfs na een gunstige uitspraak van het hof, in alle staten gelijke kwaliteit in het onderwijs af te dwingen. Daarom koos de NAACP voor een radicale noodgreep, haast tegen beter weten in. Dat de alles-of-niets-aanpak dankzij Warren lukte, was ook voor de NAACP een grote verrassing.

De zuidelijke politici reageerden over het algemeen furieus op deze 'politiek gemotiveerde inbreuk op het eigen recht der staten' en 'aanval op de zuidelijke cultuur'. Het had weinig effect. De eerstvolgende vacature in het Hooggerechtshof vervulde Eisenhower heel symbolisch met de benoeming van John Harlan, een kleinzoon van de enige rechter die inzake het 'Plessy'-arrest van 1896 een tegengeluid had laten horen. In 1956 bundelden de meest fanatieke tegenstanders van 'Brown' nog eenmaal hun krachten bij de opstelling van het beruchte 'Southern Manifesto', vol felle uithalen tegen de moderne tijd. Het was de laatste stuiptrekking van het Oude Zuiden. In het Nieuwe Zuiden zou het voorlopig nog taaie racisme zich veel subtieler manifesteren.

Naarmate Eisenhower, enigszins zijns ondanks, meer vooruitstrevende rechters voor het hof voordroeg, werd het 'Warren Court' steeds meer een instantie die 'vernieuwing' stimuleerde. Vooral de benoeming van William Brennan, een 'goede katholiek' en 'conservatieve Democraat', bracht een kleine omwenteling teweeg. Door zijn overtuigingskracht werd bereikt dat het hof in 1957 besloot paal en perk te stellen aan de rond 1950 geopende communistenjacht.

Langzamerhand kweekte Warren, peetvader van een moderner Amerika, een indrukwekkend leger van vijanden. De fel anticommunistische John Birch Society, drijvend op het geld van snoepfabrikant Robert Welch, bracht zelfs een campagne op gang om de Chief Justice afgezet te krijgen. Maar nadat Kennedy (1961-1963) twee ronduit vooruitstrevende rechters had benoemd (White en Goldberg), kwam de vaart er pas goed in. Er was nu een solide 'liberal' meerderheid ontstaan, die door het benoemingsbeleid van Johnson (1963-1969) nog werd versterkt. Als progressief, politiek opererend machtscentrum stond het hof pal voor alles wat kon bijdragen aan de totstandkoming van een 'Great Society'.

Tal van geruchtmakende arresten gaven uitdrukking aan het activisme van de Derde Macht, zoals de uitspraak in de Miranda-zaak, als gevolg waarvan voortaan elke verdachte bij aanhouding te horen moest krijgen dat hij beschikte over 'the right to remain silent'.

Afkeer van Nixon deed Warren in 1968 besluiten haastig op te stappen, om zo zijn erfenis veilig te stellen. Volgens het scenario dat hem voor ogen stond, zou de aftredende president Johnson nog net een nieuwe opperrechter voordragen. Doordat de Senaat de beoogde kandidaat, Abe Fortas, in het snel (door de Vietnam-ellende) verrechtsende klimaat van dat moment afwees, raakte het tijdschema in de war en kon Nixon meteen een mooie klapper maken met de benoeming van Warren Burger.

Powe ploos elke zaak van enig belang voor het karakter van het 'Warren Court' zorgvuldig uit en schreef een prachtig boek, dat zowel historici als juristen met ontzag - voor de auteur, maar ook voor Earl Warren - zal vervullen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden