'Peer, je bent een leugenaar'

Het beginpunt is Oslo waar in 1876 het drama Peer Gynt van Henrik Ibsen zijn toneelpremière beleefde. Het eindpunt is Bergen, de geboorteplaats van Edvard Grieg, componist van de Peer Gynt suite....

Bij het binnenrijden van Vinstra staat ter rechterzijde van de E6 een bruine blokhut met een veranda. Peer Gynt Samling vermeldt een houten bord. Een tweede bordje laat weten dat we voor een gesloten deur staan.

De regenwolken hebben zich teruggetrokken achter de bergkammen en het land ziet er in het vroege ochtendlicht fris-groen uit.

Als stadje heeft Vinstra weinig te bieden behalve het omringend natuurschoon. Maar dat is geen verdienste in Noorwegen waar zovele stadjes, dorpen of vlekken in natuurschoon zijn ondergedompeld. Om toch op te vallen heeft Vinstra daarom het oog laten vallen op Peer Gynt, die merkwaardige volksheld, van wiens land dit stadje nu het zelfbenoemde centrum is.

Misschien niet helemaal ten onrechte. Naar het westen loopt de Peer Gyntveien - een onverharde tolweg - het zwartbruine oerland in; naar het oosten zoekt de Peer Gyntsetervei - eveneens een onverharde tolweg - het geelgroene boerenland op. En Vinstra is het bruggenhoofd, dat er veel aan gelegen is de toerist een van deze paden op te sturen. Jaarlijks gooit het er in augustus zelfs een Peer Gyntfestival tegen aan.

Nord-Fron heet deze streek. Boordevol legendes, sprookjes en mythen zoals heel Noorwegen er vol mee zit. Komt Peer Gynt - onze Rode Draad van Oslo naar Bergen - uit die folkloristische schatkamer? Of heeft hij simpelweg echt bestaan?

De PG Samling in de blokhut verkondigt als boodschap (buiten aangeplakt) dat de fantasiefiguur van Henrik Ibsen - die in 1867 onder een Italiaanse zon het drama Peer Gynt in dichtvorm goot - wel degelijk gebaseerd is op een bestaande figuur.

Als om die visie te onderstrepen verkoopt ze truien en bekers waarop een eerbetoon aan de lokale held gedrukt is.

Peer Gynt, dat was de boer Peder Olson die van 1732 tot 1785 in Hågå woonde, een gehucht bij Vinstra. Indien we de verhalen ter plekke mogen geloven, was hij eigenaar van de boerderij Nordigard. Een boerderij met status, want na Gynts (lees: Olsons) dood ontfermde er zich eerst een bisschop over, die van Nitaros, en vervolgens na de reformatie een (Deense) koning. Tegenwoordig is de hoeve privé bezit.

Dat is één mening

Maar voor hetzelfde geld was Peer Gynt de grootgrondbezitter Peder Lauritsen (of Lauritson) die in 1665 overleed (leeftijd onbekend) en ook al - heerlijk toeval - in Hågå woonde.

De Noorse tegenhangers van de Duitse broers Grimm, boswachter Christen Asbjørnsen en dominee Jørgen Moe, verzamelden dertig jaar lang volkssprookjes en introduceerden halverwege de 19de eeuw Peer Gynt in de sage Rendierjacht in het Rondanegebergte.

Ze schilderden hem af als avonturier, jager, begaafd verteller en vooral fantast, een baron Von Münchhausen avant la lettre.

Ibsen was vertrouwd met het werk van de twee verzamelaars zoals hij ook vertrouwd was met de talloze volksverhalen en mythen in zijn land. Bij hem wordt Peer Gynt een opportunistische dagdromer, zonder al te veel scrupules, een ruggengraatloze antiheld, die het brengt tot directeur van een gekkenhuis in Caïro (!).

En hij blijft ook bij Ibsen een fantast, een opschepper.

'Peer, je bent een leugenaar', valt moeder Aase in de eerste zin uit tegen haar zoon.

'Peer, je bent een leugenaar', is sindsdien een gevleugelde uitdrukking in de Noorse taal.

De tijd ontbreekt, maar anders zouden we in het nationaal park Rondane - het oudste nationale park van Noorwegen, uit 1962 - de gedenksteen gaan zoeken die aangeeft dat ter plekke Peer Gynt op een boze geest stuitte. Hier ook zou het rijk van de Bergkoning hebben gelegen.

Of we zouden een omweg maken naar Sel, het dorp waarin zich Kristin Lavransdochter van Nobelprijswinnares Sigrid Undset afspeelt, al heeft dat niets met Peer Gynt van doen.

Maar de Rode Draad buigt bij Otta af naar het westen.

We rijden door een aaneenschakeling van ansichtkaarten, onder sterk wisselende luchten, langs groene rivieren en meren, door Märklindorpjes, langs het ouderlijk huis van de schrijver Knut Hamsun in Garmo, langs de sierlijke stafkerk van Lom, over berg en door dal, duistere tunnels in en uit, steeds dieper Fjordenland in.

De eeuwige sneeuw komt binnen handbereik, en ook de gletsjers naarmate Jostedalsbreen in het zicht komt. Jostedalsbreen, de grootste ijskap van Europa met zijn 475 vierkante kilometer.

Intermezzo: zelfs met de beste wil van de wereld vallen Peer Gynt en het Gletsjermuseum (Norsk Bremuseum) in Fjaerland niet te koppelen. Ibsen jaagt Gynt door bossen, over wateren, door de woestijn en ook nog eens door een ondergronds trollenrijk. Maar nergens zet hij hem op een gletsjer neer, al heeft hij er vanaf zijn vliegende eland wel even uitzicht op.

Toch hebben we een alibi om dit museum aan te doen: een paar kilometer verderop, aan de Fjaerlandsfjord, ligt het piepkleine Mundal, Noorwegens enige boekenstadje. Waar Peer Gynt natuurlijk op tal van boekenplanken leeft.

Een stuk of zes boekenwinkels telt het dorp, plus een boekencafé waar buiten op een bankje een oudere man zijn hondje wafels voert. Aan de overkant van de straat ligt een rijtje bejaardenwoningen; de bewoners zitten buiten in de zon.

Inzittenden van een Britse bus verspreiden zich over de winkels en kwetteren opgetogen wanneer ze een kast met Engelse pockets ontdekken.

In de fjord dobbert de Christina, afkomstig uit Enkhuizen.

Nog meer Nederlands in een van de winkels: Jan Wolkers, een oude Prisma van Daan Zonderland, een Margriet Winterboek, meisjesboeken uit de jaren zestig, een natuur- en scheikundeboek, vertaalde Noorse klassieken. Géén Peer Gynt. Die houdt zich alleen in de kasten van zijn eigen landstaal op.

In het Gletsjermuseum leren we waarom fjordenwater groen van kleur is (door slijpsel van de gletsjers) en waarom gletsjerijs blauw is (puur ijs weerkaatst het beste de blauwe kleur van daglicht).

Ook weten we nu wat een jøkuhlaup is (een plotseling overlopend gletsjermeer).

Einde intermezzo

Bij Hella nemen we de ferry naar Vangsnes, over de Sognefjord, de langste fjord van Noorwegen (tegen de 190 kilometer) en ook een van de diepste (ruim 1300 meter). In Vangsnes groeten we Fridtjof Torsteinsson ('de Dappere'), net als Peer Gynt een mythische figuur, een Noorse held à la Odysseus. De Duitse keizer Wilhelm II zette hem als standbeeld van twaalf meter hoog boven Vangsnes neer zoals hij aan de overkant van de fjord, in Balestrand, een beeld van de mythologische koning Bele op diens vermeende graf liet plaatsen. Wilhelm mocht graag in deze streek vakantie vieren.

Het wordt die nacht niet donker. Het valt ons eigenlijk pas op wanneer bij het krieken van de dag vogelgezang uitblijft. We horen alleen wat ruziënde meeuwen.

Volgende week: De zingende huldra

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden