Achtergrond Arts met strafblad

‘Pedoseksueel delict’ – dat staat er op het strafblad van een arts

Een arts wordt al jaren achtervolgd door een fout die hij als 16-jarige heeft gemaakt. Hij voert een juridische strijd om van zijn strafblad af te komen en doet nu zijn verhaal, ook om te waarschuwen. ‘Dit kan elke puberjongen overkomen.’

‘Als dit niet lukt, dan moet ik de rest van mijn leven het etiket pedoseksueel met me mee dragen. Maar dat bén ik niet. Beeld Alexandra España

Hij slaapt er soms niet van. Hij is arts, heeft een goede baan in een ziekenhuis, werkt hard. Maar al jarenlang wordt hij bijna elke nacht om vier uur wakker. Dan denkt hij aan wat hem boven het hoofd hangt als iemand dit ontdekt. Aan de bizarre situatie waarin hij zich bevindt.

Hij praatte er nooit met iemand over, zelfs niet met zijn vriendin. Hij kan het simpelweg niet. Maar nu heeft hij het gevoel dat hij iets moet dóén.

Dit is het verhaal van een jonge arts die al jaren rondloopt met een strafblad. Daarop staat een term die hij er tot nu toe met geen mogelijkheid van afkrijgt – justitie weigerde meermaals. Eens veroordeeld, altijd veroordeeld.

‘Pedoseksueel delict’ – dat staat er op zijn strafblad. En dat achtervolgt hem.

Ondanks zijn aarzelingen vertelt hij nu wat hem overkwam. Hij wil dat justitie weet wat hun weigering betekent. Maar zijn verhaal is ook een waarschuwing voor anderen. Want deze fout kan elke puberjongen maken.

Het is voorjaar als David* de brief van de politie ontvangt waarin hij wordt opgeroepen als verdachte. Hij is jong, 17 pas. Een vwo-scholier.

‘Wat heb je in godsnaam gedaan?’, vragen zijn ouders.

‘Ja’, denkt David vertwijfeld, ‘wat heb ik gedaan?’

Hij is bezig met zijn eindexamen. Leren, sporten, vrienden – dat is zijn leven. Hij heeft geen flauw idee waar dit over gaat; de brief van de politie biedt geen aanknopingspunten.

In de weken die volgen zagen zijn ouders hem door. Wat kan dit zijn? Houdt hij iets voor hen verborgen? ‘Ze waren boos, maar vooral uit onmacht’, zegt David. ‘Ik heb hen alles verteld wat ik ooit had uitgehaald. Ik wist het echt niet.’

Twee weken later rijdt hij met zijn ouders naar een politiebureau, waar hij een klein kamertje in moet. Het licht is gedimd. ‘Een advocaat had ik niet nodig, zeiden ze. Ook mijn ouders mochten niet mee. Er kwamen twee rechercheurs tegenover me zitten, die allebei een andere rol aannamen: good cop, bad cop – precies zoals je altijd ziet in politieseries. Ik had twee weken totaal in de stress gezeten, dus ik was zo mak als een lammetje.’

Pas gaandeweg het verhoor wordt duidelijk waar het over gaat. Ruim een jaar geleden heeft hij via internet contact gehad met een jonger meisje.

David denkt terug aan die tijd. Hij is rond de 15, 16 als hij voor het eerst anders naar meisjes begint te kijken. Hij is geen muurbloempje, dat niet. Maar een versierder is hij evenmin. Meer een laatbloeier. ‘Ik had lange tijd meer belangstelling voor voetbal dan voor meisjes.’ Op zijn slaapkamer ontdekt hij dat hij via de computer met meisjes kan chatten. Soms praat hij met hen over seks. ‘Ik was dingen aan het uitproberen’, zegt hij. ‘Aan het experimenteren. Gewoon, zoals jongens dat doen.’

Op een dag ontmoet hij haar in een chatbox, hij is dan 16. ‘Ik heb geen idee meer waar het precies over ging’, zegt hij, ‘maar we hadden leuke gesprekjes. Ze kon me wegklikken als ze geen zin meer had, maar dat deed ze niet.’

Na een paar keer gaat het verder. ‘Ik vroeg haar of ze wat wilde laten zien. En toen deed ze haar shirt omhoog en haar broek naar beneden.’

‘Ik had’, zegt hij, ‘niet het idee dat ik iets verkeerd deed. Ik heb haar op geen enkele manier gedwongen en ook geen beelden opgeslagen – daar was ik helemaal niet mee bezig. Het was wederzijdse spielerei. Althans, dat dacht ik.’ Aan haar leeftijd heeft hij geen herinneringen. ‘Ze was vroegrijp. Misschien heeft ze gezegd dat ze ouder was, maar dat weet ik echt niet meer.’

Maar in de verhoorkamer denken ze daar anders over.

‘Ze zeiden: goh, ze was 11, wist je dat? Ik zei dat ik meisjes van ten minste 14 zocht en dat ik me dat niet kon voorstellen. Maar ze bleven maar doorgaan: kon het zijn dat ik toch wist dat ze 11 was? Dat ik het in mijn euforie toch had gedaan?’

In het verslag van het verhoor, in bezit van de Volkskrant, is te lezen hoe de rechercheurs hem onder druk zetten. ‘Ik wilde eerlijk zijn. Ik heb tot vier keer toe gezegd dat ik het echt niet meer wist. Het was meer dan een jaar geleden. Maar ze bleven volhouden. Ik zat daar als bleue scholier; ik denk dat de mensen tegenover me geen idee hadden hoe intimiderend het voor mij was. Ik schaamde me, wilde het liefst in een gat onder de grond verdwijnen.

‘Ik moest huilen, was overstuur. Het enige wat ik dacht was: laat dit ophouden, ik moet hier weg. Achteraf realiseer ik me hoe ze me stuurden. Ze zeiden dingen als: vertel het nou maar, dan zijn we klaar. In mijn wanhoop zei ik op een gegeven moment: het kan gebeurd zijn, al kan ik het me niet herinneren. Toen hadden ze wat ze wilden.’

Nog altijd verbaast het hem dat hij zo laat werd verhoord over een zaak die kennelijk zo belangrijk was. ‘Ik had gewoon mijn eigen IP-adres gebruikt, niks geen moeilijke servers. Het kost de politie tien minuten om zoiets op te vragen, maar ze deden er meer dan een jaar over om me op te roepen – zo lang hadden ze het op de plank laten liggen.’

Aan het eind van het verhoor krijgt hij een papier onder zijn neus. ‘Als ik daar tekende, dan mocht ik naar huis. Dat deed ik. Ongelezen. Mijn ouders hadden de tekst niet gezien. Ze waren, net als ik, nog nooit met justitie in aanraking geweest. Dus ze zaten braaf op de gang te wachten.’

De moeder van het 11-jarig meisje deed aangifte, nadat het contact bij toeval was ontdekt.

Tijdens de aangifte vertelt de moeder eerlijk dat ze denkt dat haar dochter al in de puberteit zit en veel met seks bezig is. ‘Ze wil heel graag groter zijn’, verklaart haar moeder. In de prullenbak heeft ze meerdere foto’s van oudere jongens gevonden. Op de computer staan ook andere chatcontacten. De moeder maakt zich zorgen, vindt het vreselijk dat haar dochter hierin betrokken is, wil dat de dader wordt gestraft. Ze is verontrust omdat ze niet weet wie er aan de andere kant van de computer heeft gezeten: David had geen webcam. Dat betekent dat hij ook een man van 60 zou kunnen zijn – ze vindt dat de zaak moet worden uitgezocht.

Het 11-jarig meisje schaamt zich, wil eerst niet meewerken. Aan de politie vertelt ze dat de jongen ‘eigenlijk wel gewoon aardig is’ en dat het gebeurde toen ze aan het kletsen waren. ‘Hij leek me wel gewoon normaal.’ Wel zegt ze dat ze zich ‘een beetje gedwongen’ voelde: ‘Ik dacht: ja, dadelijk gaat-ie tegen iedereen vertellen dat ik stom ben.’ Twee uur lang wordt ze gehoord in de studio.

Daarna hoort ze weinig meer van justitie. Alleen nog welke straf de dader krijgt.

Een paar maanden na zijn verhoor rijden David en zijn ouders naar de rechtbank omdat ze zijn uitgenodigd voor een gesprek met het Openbaar Ministerie.

‘Néé’, denkt David als hij de term ziet staan: pedoseksueel delict. Beeld Alexandra España

‘Ik was’, zegt David, ‘een kat in het bakkie. We werkten overal aan mee, hadden niet eens een advocaat, deden braaf wat justitie wilde – een extreem makkelijke zaak. Ik begreep ook best wel dat er een straf moest volgen, gezien het leeftijdsverschil. Ik snapte heel goed dat dit serieus was genomen.’

Ze spreken een OM-medewerkster. ‘Ze zei: we kunnen het voor de rechter laten komen, maar we kunnen ook gewoon een transactie sluiten. Dan doe je 40 uur werkstraf en dan is het klaar.’ Wat ze er volgens David en zijn ouders niet bij vertelt, is dat het accepteren van deze straf dus wél betekent dat hij schuld bekent. Dat hij een strafblad krijgt voor een zedendelict en dat dit voor altijd blijft bestaan.

David: ‘Mijn ouders waren welwillend en stimuleerden me om dit te doen. Ze geloofden in de rechtsstaat. Wel vroegen ze uitdrukkelijk of dit gevolgen had voor de studie geneeskunde die ik wilde doen. Mijn vader zei: anders gaat hij iets anders studeren. Maar de vrouw van het OM zei letterlijk: ‘Nee, dit heeft geen consequenties. Over een paar jaar verjaart dit en dan is het klaar.’’

Het OM ontkent dit, maar criminoloog Elina van ’t Zand-Kurtovic van de Universiteit Leiden, gespecialiseerd in Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG) en in het verleden betrokken bij de zaak, zegt dat ze dit vaker hoort. ‘Ik heb veel veroordeelden gesproken die me vertelden dat het OM tegen hen zei: als je deze transactie accepteert, heeft dat geen gevolgen voor je carrière of een VOG. Zoiets valt achteraf moeilijk te bewijzen, maar ik hoor dit echt regelmatig. Ik geef vaak cursussen, ook aan officieren van justitie, en dan merk ik dat de kennis over de gevolgen voor een VOG niet bij iedereen aanwezig is.’

Het formulier dat David moet tekenen, duwt hem nog meer in die richting: zo staat er dat hij met 40 uur werkstraf kan ‘voorkomen’ dat hij naar de rechter moet.

Niet lang daarna staat hij wilgen te knotten, samen met jongens die scooters hebben gestolen of woningovervallen hebben gepleegd. Ook schrijft hij een excuusbrief aan het meisje en bezoekt hij op aanraden van justitie een psycholoog. ‘De psycholoog zei: prima dat je komt hoor, maar wat doe je hier?’

Lees hier het nieuwsverhaal over de zaak van David

En dan is alles voorbij. Althans, dat denkt hij.

Jaren later studeert David af als arts. Het gaat goed met hem, maar hij is al die tijd aan de zaak blijven denken. Want hoe zit het nu met zijn strafblad? In zijn eentje bezoekt hij de rechtbank om zijn dossier in te zien.

‘Néé’, denkt hij als hij de term ziet staan: pedoseksueel delict.

Hij weet dat elke zorginstelling bij justitie moet vragen om een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Voor de zekerheid gaat hij eerst als doktersassistent werken. ‘Tegen mijn baas zei ik: wil je iets voor me doen? Ik heb ooit een akkefietje gehad, zou je even willen kijken of ik een VOG kan krijgen? En ja hoor: zes weken later kreeg ik een brief. Justitie was voornemens het af te wijzen.’ Hij krijgt er geen baan.

Hij besluit alsnog een advocaat in te schakelen. Die slaagt er na veel brieven in om alsnog een VOG voor hem te krijgen, al duurt dat bijna een half jaar. ‘Het was duidelijk dat hij verder nooit iets had misdaan’, zegt zijn advocaat Geertjan van Oosten. ‘Zijn strafblad was verder leeg. Dit was seksueel experimenteergedrag; hij was minderjarig en dwong haar nergens toe.’

Daarna durft David het aan om als arts te gaan werken en krijgt hij meermaals een VOG. Maar telkens met vertraging.

‘Ik denk dat ik voorlopig op ‘groen licht’ sta’, zegt hij. ‘Maar dat biedt geen enkele garantie. Want wat als er bijvoorbeeld nóg een Robert M.-zaak komt? Dan scherpen ze de regels misschien opnieuw aan. Daarom voel ik altijd angst. Ik kan niet naar de VS, ik kan geen kinderen adopteren, ik heb zeven jaar geen WA-verzekering aangevraagd. Dit hangt als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Als dit uitkomt, ben ik alles kwijt en kan ik waarschijnlijk niet meer werken als arts. Ga je collega’s maar eens uitleggen dat er pedofilie op je strafblad staat. Dat vált niet uit te leggen.’

In 2016 begint hij daarom een unieke zaak: hij vraagt de minister van Justitie om de veroordeling uit zijn strafblad te laten verwijderen, omdat hij als arts hier veel last van heeft. ‘We kwamen er ook achter dat justitie fouten had gemaakt’, zegt advocaat Van Oosten. ‘Bij het opleggen van de taakstraf hebben ze ten onrechte geconstateerd dat hij het meisje had gedwongen, maar het was duidelijk dat dit niet klopte.’ In een brief, in bezit van de Volkskrant, geeft de hoofdofficier dit onomwonden toe, maar weigert alsnog Davids strafblad te veranderen.

Al drie jaar lang is David nu bezig deze beslissing aan te vechten: bij het ministerie, bij de rechtbank. Het is een eindeloze strijd met brieven, met bezwaarschriften, met hoorzittingen. Met tot nu toe telkens hetzelfde resultaat: het strafblad blijft ongewijzigd. Justitie vindt de belasting voor zijn carrière niet zwaar genoeg en ook stellen ze dat hij de taakstraf zelf heeft geaccepteerd. Bovendien: hij heeft toch een VOG? Volgens justitie is er dus ‘geen reden om aan te nemen dat hij deze in de toekomst niet zal verkrijgen’.

‘Het is kwalijk dat het OM deze zaak zo heeft afgedaan’, zegt zedenadvocaat Ivo van den Bergh. Hij ziet geregeld dat jongens een zedenfeit op hun strafblad krijgen dat hen een leven lang zal achtervolgen. Hij wil niets bagatelliseren. ‘Maar het gaat wel om jonge, minderjarige jongens’, zegt hij. ‘Je moet hier als advocaat alert op zijn. Vaak denkt het OM: ach, dat zal wel loslopen met zo’n VOG. Maar dat is niet zo. Er zijn wel officieren van justitie die bereid zijn om mee te denken, maar dat gebeurt echt niet altijd. Ik kaart dit daarom ook wel aan bij de rechter: als je vindt dat een verdachte wel een VOG moet krijgen later, schrijf dat dan in het vonnis.’

Zijn vader slaapt hier ook niet van, zegt David. ‘Dit heeft zijn leven veranderd. Ik maakt me zorgen om zijn gezondheid. Hij gaat er bijna aan onderdoor. Soms belt of appt hij me ’s nachts, als hij weer iets heeft bedacht.’

Het is voorjaar 2019 als er nog maar één hoogste rechter over is in hun zaak: de Raad van State. Ineens belt zijn vader hem vroeg in de ochtend met een nieuw idee. Een laatste redmiddel. Hij wil de ouders van het toenmalige slachtoffer benaderen. Hij wil graag weten wat zij ervan vinden.

Davids ouders spreken af met de vader van het meisje; haar moeder is overleden. Haar vader heeft van tevoren geen idee wat hij van het gesprek moet verwachten. ‘Zelfs de gedachte dat er beeldmateriaal zou zijn en dat we daarmee gechanteerd zouden gaan worden, is bij ons ter sprake gekomen’, zal hij later schrijven. Maar zodra hij het echtpaar ziet, is die gedachte meteen verdwenen, schrijft hij ook. ‘We zagen twee verslagen mensen, getekend door zorgen en spanningen.’

Huilend legt Davids vader uit wat er aan de hand is.

De vader van het meisje is stomverbaasd. ‘Als voor ons duidelijk zou zijn geweest wat zich in het leven van David en zijn ouders af zou gaan spelen’, schrijft hij, ‘dan hadden we zeker geen aangifte gedaan.’

Het meisje – inmiddels een vrouw – en haar vader nemen daarop een besluit: ze schrijven een brief aan het ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarin zegt de vrouw dat de ervaring niet prettig was, maar dat ze ook vindt dat hij destijds ‘meer dan genoeg is gestraft’.

‘Om deze reden’, schrijft haar vader aan justitie, ‘wil ik de destijds gedane aangifte alsnog intrekken. Ik zou het ten zeerste op prijs stellen als u genegen bent om zowel het strafblad te verwijderen alswel de aantekening pedofiel die David in zijn dossier heeft te verwijderen.’

De zaak diende deze week bij de Raad van State. ‘Als iedereen toen juist was geïnformeerd’, zegt advocaat Van Oosten, ‘dan zou dit hebben geleid tot een opvoedend of een bemiddelend gesprek. Of een Halt-straf, waardoor hij geen strafblad had gekregen.’ Tijdens de zitting besloot de Raad van State de zaak twee maanden aan te houden: mogelijk is de minister van Justitie na jaren strijd alsnog bereid een oplossing te zoeken.’

Voor David is de onverwachte steun van het meisje en haar vader zijn laatste hoop. ‘Als dit niet lukt, dan moet ik de rest van mijn leven het etiket pedoseksueel met me mee dragen. Maar dat bén ik niet. Tot twintig jaar na mijn dood blijft dat in mijn dossier staan. Ik begrijp echt dat ze de zaak serieus hebben opgepakt toen, maar dit is ontspoord.’

Soms hoort hij collega’s praten over misbruik, over gruwelijke zedenzaken. Dan zwijgt hij. ‘Ik walg ook van dat soort daders. Maar ik denk ook: ze moesten eens weten waar ik mee rondloop. Elke dag voel ik me besmet. En dan te bedenken dat dit elke puberjongen kan overkomen. Ik kan niet begrijpen dat er niemand is bij justitie die denkt: dit is toch zwaar overtrokken?’

* De Volkskrant had inzage in het strafdossier. De naam David is ter bescherming van de privacy gefingeerd. Andere namen, plaatsen en jaartallen zijn om dezelfde reden weggelaten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden