Interview Minchenu Maduro

Pedagoog Minchenu Maduro werkt met mannen uit de Top600: ‘Sommigen zijn getraumatiseerd door hun daad’

Mincheno Maduro Beeld Kiki Groot

Zij is de ‘street level bureaucrat’ waarover Amsterdamse bestuurders het hebben in hun plan om de zware misdaad aan te pakken. Ze praat met 'hitters’ en andere zware criminelen en ontdekt dat er ‘anders dan wel wordt gedacht wel degelijk gevoel zit in deze mannen’.  

Amsterdam heeft een nieuw wapen in de strijd tegen drugscriminaliteit: de street level bureaucrat. De term viel  tijdens de presentatie van het plan van de gemeente om de sociale ontwrichting van buurten door drugscriminaliteit aan te pakken. Door ‘streetwise’ hulpverleners een belangrijke rol te geven in deze aanpak, zo is het idee, kan worden voorkomen dat jongeren in ‘criminologe’ wijken als Zuidoost en Nieuw-West afglijden.

De Nederlands-Curaçaose Minchenu Maduro – het haar opgestoken, grote rode oorbellen, enthousiaste babbel - is zo’n street level bureaucrat. Opgegroeid in Den Helder, waar ze zich op haar zestiende in buurthuizen al bezighield met criminaliteit onder jonge Antillianen, kwam ze na een studie Pedagogiek en Drama via haar Stichting Brandon te werken voor de Top600 – een multidisciplinaire aanpak gericht op veelplegers van ernstige misdrijven.

Wekelijks voert ze binnen en buiten de gevangenissen groepsgesprekken met jongemannen die plofkraken, overvallen, zedendelicten of moorden op hun geweten hebben. ‘Ik probeer deelnemers bewust te maken van hoe zij staan in een relatie tot de ander, niet alleen tot vrouwen, maar ook tot zichzelf’, zegt Maduro. ‘Als je zelf niet weet wie je bent, dan is het tonen van empathie heel moeilijk.’

Maduro houdt kantoor in Nieuw West, op een knusse plek in een verder troosteloze omgeving van grijze portiekflats. Hier zijn veel jongemannen uit de Top600 hun criminele carrière begonnen. Dit is ook een plek waar veel 'streetwise’ hulpverleners actief zijn. ‘Vaak hebben ze niet eens door dat ze een belangrijke rol spelen’, zegt Maduro. ‘Ze leveren heel organisch een bijdrage, bijvoorbeeld door hun huis open te stellen voor een hapje eten of een potje Fifa. Het zijn de informele leiders van een gemeenschap.’

Maar kunnen zij ook echt voorkomen dat jongeren het criminele pad verkiezen?

‘Je zult nooit iedereen bereiken, maar het zou al winst zijn als jongeren door deze aanpak vroeger in beeld komen, en niet pas als ze al zijn afgegleden. De hulpverleners kunnen het geromantiseerde beeld dat deze jongens hebben van het gangsterleventje bijstellen. En ze kunnen de jongens helpen aan een stageplek of baantje. Ook voor ouders kan zo’n persoon heel nuttig zijn. Die zullen hun kind nooit aangeven bij de politie, maar ze kunnen wel hun zorgen uitspreken naar een hulpverlener met wie ze een vertrouwensband hebben.’

Wat zijn het voor mannen waar u mee werkt?

‘Er zitten autochtonen tussen, mannen met een migratieachtergrond. De meesten komen uit een laag sociaal milieu. Je ziet veel drugsverslaving. Het zijn soms hele beperkte jongens. Aan de manier waarop ze antwoorden, merk ik dat ze me niet altijd snappen. Ze zien zichzelf als verloren. Ik hamer erop dat ze pas verloren zijn als ze er niet meer zijn. Tot die tijd kunnen ze verschillende keuzes maken en is er perspectief.’

‘Hitters’, de benaming voor huurmoordenaars in het criminele milieu, zouden gewetenloos zijn, manipulatief, en hun agressie niet onder bedwang kunnen houden. Herkent u dit?

‘Velen zijn gewetenloos, maar ook dat is te ontwikkelen. Anders dan vaak wordt gedacht zit er wel degelijk gevoel bij de mannen met wie ik werk. Ze doen er bijvoorbeeld alles aan om te voorkomen dat hun broertje of zusje dezelfde weg inslaat, door ze te stimuleren hun school af te maken. Eentje vertelde trots dat zijn broertje een belangrijke positie bekleedt bij een bank. Hij had ervoor gewaakt dat zijn broertje niet met jongens van de straat omging.’

Maar dringt het tot zo iemand door wat hij heeft gedaan?

‘Niet op het moment zelf. Op het moment dat deze jongens iets gruwelijks doen, verliezen ze het contact met de werkelijkheid. Ze voelen enorme zenuwen. Veel jongens nemen verdovende middelen voordat ze een delict plegen. Ze pompen zichzelf op. Nadat de klus geklaard is, hebben ze middelen nodig om er niet aan te worden herinnerd. Sommige jongens zijn getraumatiseerd door hun daad.’

Hoe uit dat trauma zich?

‘In trauma-gerelateerd gedrag. Een jongen vertelde tijdens een individuele sessie dat hij verschillende mensen heeft vermoord en steeds terugdacht aan de manier waarop hij dat heeft gedaan. Het vermogen tot inzicht en het koppelen van oorzaak-gevolg ontbreken soms. Ze zitten heel erg in het moment, maar de gevolgen kun je niet zomaar wegpoetsen.’

Zijn ze zich bewust van de risico’s die ze nemen?

‘Nee, de realiteit ontbreekt. Ze zijn constant aan het bedenken hoe ze het systeem en het wereldje te slim af kunnen zijn. Om ze de realiteit voor te houden, vertel ik ze soms gruwelijke details. Dat je je vingers verliest bij een plofkraak. Of dat het incassobureau van de onderwereld je vingers eraf hakt, dat soort dingen. De angst waarin je dan leeft, dat wil je niet.’

Heeft u de moord op advocaat Derk Wiersum besproken?

‘De liquidatie van Wiersum (die een belangrijke kroongetuige bijstond, red.) gebeurde op een woensdag, de dag daarop had ik een groepsgesprek in de gevangenis. Ik vertelde ze dat het mij erg had geraakt, dat ik er geëmotioneerd door was. Vervolgens zei ik: ik weet dat hier mensen tussen zitten die ook mensen hebben omgebracht, wat voelen jullie hier nu bij? Dan krijg je hele rauwe verhalen. Over dat zij vrienden hebben die óók zijn gedood. Dan zeg ik: maar beseffen jullie wel dat Wiersum een vader was, een collega, iemand die het opnam voor minderbedeelden? Dat komt wel binnen. Ik zie veel angst.’

Angst waarvoor?

‘Daar kan ik helaas niets over zeggen.’

Er zijn tal van hulptrajecten om deze jongemannen op het rechte pad te houden. Toch lijken die weinig effect te hebben.

‘De problematiek zou niet alleen op de hulpverlening moeten worden afgeschoven, omdat zij nooit de hele groep kunnen bereiken. Ik denk dat we veel verder komen als we deze problemen met de samenleving dragen. We kunnen het wel wegstoppen, zo van: die zitten mooi vast. Maar ze komen weer vrij en dan hebben we er met z’n allen last van.’

Hoe ziet dat ‘dragen met de samenleving’ er concreet uit?

‘Ik vind dat hierin een grote rol voor het onderwijs is weggelegd. Rolmodellen, zoals leraren, ondernemers en gastdocenten, kunnen leerlingen van jongs af aan levensvaardigheden meegeven, zoals omgaan met teleurstellingen. Sharron McElmeel (een Amerikaanse schrijver en publicist, red.) schrijft: jongeren hebben spiegels en ramen nodig. Spiegels om zichzelf te herkennen, ramen om doorheen te kijken. Veel migrantenkinderen kijken door ramen en zien wat anderen kunnen bereiken. Maar juist die spiegels zijn zo belangrijk. Het is belangrijk om op zwarte scholen voorbeelden aan te halen waarin kinderen zich herkennen, zodat ze zien dat ze het verschil kunnen uitmaken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden