Pechtold: provocerende poseur

Minister Alexander Pechtold deed de afgelopen tijd veel politiek gewaagde uitspraken, maar trok ze ook schielijk weer in. Zo verandert er politiek niets, zegt Bart Jan Spruyt....

Een reeks van uitlatingen van minister Pechtold heeft overal irritatieopgeroepen. Zijn collega Hoogervorst verdenkt hem ervan dat hij zichverveelt, CDA-Kamerlid Van de Camp beschuldigt hem van 'dommeijdeltuiterij' en communicatie-adviseur Charles Huijskens sprak van'politieke zelfmoord' (Binnenland, 20 oktober).

Dat heb je ervan wanneer je een vakminister met een nogal legeportefeuille opjut zich als een toekomstig D66-leider te profileren. Alseen soort columnist gaf Pechtold de afgelopen maanden zijn mening over talvan zaken, variërend van softdrugs en de hypotheekrenteaftrek tot hetantiterreurbeleid van dit kabinet.

Sommige gedachtespinsels bleken bij nader inzien 'voor de langeretermijn bedoeld'. En op alle andere punten moest hij snel terug in het hokvan het kabinetsbeleid - en terecht, want als minister maak je nu eenmaaldeel uit van een college dat met een mond dient te spreken.

Maar dat is nog niet eens het pijnlijkst, die loze beweringen, diehouding van 'hoor mij eens even', en dan met de ruggengraat van eentuinslang bij veertig graden in de zomer je beschamende excuses aanbieden,al dan niet publiekelijk in de Tweede Kamer.

Erger nog is dat Pechtold ook als columnist geen verrijking van hetNederlandse debat zou betekenen. Pechtold blijkt typisch zo'n politicus dieiedereen hoort klagen over de kloof tussen burgerij en politiek, en zichdan wat onderwerpjes laat aanreiken om die kloof te slechten. Hij poseertdaarmee als provocateur, maar is het niet, omdat hij bij alles wat hijheeft gezegd binnen de veilige marges van het systeem blijft dat hij denktte hekelen. En dat is pas echt pijnlijk.

'Het grootste probleem van Den Haag is Den Haag', zei Pechtold eerderdeze maand voor het Genootschap van Hoofdredacteuren. Maar het grootsteprobleem van Den Haag zijn al die politici die net als Pechtold wel zeggendat ze 'een deuk' in de 'oude structuren' willen slaan, maar op de keperbeschouwd alleen maar baat hebben bij het voortbestaan en de versterkingvan dat systeem. En dus hoor je ze nooit over bestuurlijke vernieuwinglangs echt republikeinse lijnen, over de vraag hoe je een rechtsstaatbeschermt tegen mensen die de vrijheden ervan willen misbruiken om dievrijheden op te heffen, of over de verarming van Nederland die volgens depresident van de Nederlandsche Bank 'onvermijdelijk' is. En daarom trekkenze zo'n olijk kwajongensgezicht als ze het H-woord eens hebben durvennoemen.

'We zitten in de laatste fase van een sociaal, economisch en politieksysteem dat in veel opzichten versleten is', zei SER-voorzitter (!) HermanWijffels onlangs. En van de huidige generatie politici valt op dit puntniets te verwachten. 'Wie er nu aan de knoppen zit, zit daar om het systeemaan de praat te houden. Politici en bestuurders zien vaak niet wat erverandert omdat ze zelf deel uitmaken van het systeem.'

Ook in dit opzicht is de profileringsdrang van Pechtold dussuïcidiaal, al dan niet 'op de langere termijn'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden