Pechtold: 'Het drammerige is er een beetje vanaf'

Interview Alexander Pechtold (49)

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas (bijna)vijftigers over hun dilemma's. In de slotaflevering: Alexander Pechtold. 'Er is nooit een scenario geweest.'

Beeld Adriaan van der Ploeg

'Omzien in verwondering, daar heb ik niks op tegen. Maar ik wil me niet krampachtig laven aan tijden die voorbij zijn. Zo'n studententijd in Leiden: het was leuk en ik wil er niks aan afdoen, maar het zou idioot zijn als ik op m'n 50ste zou terugverlangen naar de dagen dat ik met mijn jaarclub in de bierlucht ronddwaalde. En dat daar dan mijn geluk vandaan zou moeten komen. Tot mijn 40ste had ik nog wel eens het gevoel dat ik in het verre verlengde van mijn studententijd zat. Dat is nu niet meer vol te houden. Mijn vader was 72 toen hij overleed, mijn grootvader pas 64 - op mijn 40ste had ik eventueel nog kunnen beweren dat ik op de helft was, nu zit ik er ruim overheen.

'Het jaar waarin ik 40 werd, was een rampjaar. Ik had een prettige en leerzame periode in Leiden achter de rug, waar ik zeven jaar wethouder ben geweest, en ik zou als burgemeester een nieuwe start maken in Wageningen - tót ik gevraagd werd Thom de Graaf op te volgen als minister. Ik vertrok naar Den Haag en kwam in 2006 als lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen in een rollercoaster terecht, waar ik uit donderde met slechts drie zetels. D66 leek een partij in ontbinding. Toch heb ik geen spijt gehad van mijn beslissing naar Den Haag te gaan. Ik hou er niet van om te blijven hangen in 'had ik toen maar dit of dat'.

'Mijn grootvader had ooit een Van Gogh die hij nog voor de oorlog heeft weggegeven omdat hij niet beter wist. Wat voor nut zou het nu hebben als wij, met pijn in het hart, steeds maar tegen elkaar zouden zeggen: 'Weet je dat opa een Van Gogh had? En wat dat wel niet had kunnen betekenen voor onze levens?' Zoiets is niet zinvol.

Vijftigers
Wat zijn de zorgen en dilemma's van de vijftiger? Welke verwachtingen zijn er nog? Cornald Maas, zelf over de helft, interviewt in Over de helft mensen uit de generatie die nog volop in het leven staat maar haast moet maken. De reeks, nu afgesloten met Alexander Pechtold, volgt op de serie Op de helft, waarvoor hij veertigers sprak.

Positieve draai

'Ik geef aan het rampjaarverhaal liever een positieve draai: met alles wat ik toen heb meegemaakt, heb ik later mijn voordeel gedaan. Het had allemaal best een onsje minder gemogen, maar het is een goede leerschool geweest. Ik kreeg er nog meer doorzettingsvermogen door - strijdlustig vind ik een te militaristische term. Ik voerde in die tijd veel gesprekken met Hans van Mierlo en het was niet zo dat ik zijn adem in mijn nek voelde, maar ik voelde een enorme verplichting ten opzichte van hem: hij gaat het toch niet meemaken dat onder mijn leiding het licht bij de partij wordt uitgedaan. Ik was niet van plan om met de staart tussen de benen te gaan solliciteren als burgemeester in, pak 'm beet, Zutphen - al doe ik bij dezen de hartelijke groeten aan de Volkskrant-lezers in Zutphen. Misschien is die houding ook wel een vrucht van mijn opvoeding: mijn ouders vervingen het 'als je geen zin hebt, máák je maar zin' simpelweg door 'met zin'. Ze zeiden het vaak tegen mijn broer en mij, bijvoorbeeld als ik tegen een tentamen zat aan te hikken, en dat was dan de meest frustrerende opmerking die ik te horen kon krijgen. Maar mijn vader en moeder hielden niet van gepiep.

'Als je nu het cv van voor mijn 40ste ziet, leek alles gepland - ik was al veilingmeester, raadslid, wethouder en burgemeester geweest. Dat beeld klopt niet, er is nooit een scenario geweest. Ik vertelde geregeld in interviews dat ik nooit naar Den Haag zou gaan: een te kleine, abstracte wereld, dacht ik toen, waarin ik nooit zou floreren - het liep anders. Ik was ook steeds de jongste. Vaak kreeg ik te horen: een broekie, komt net kijken. Toen ik als locoburgemeester een 70-jarige Japanse evenknie ontving, moest hem via de tolk tot drie keer toe worden uitgelegd dat ik toch echt zijn collega was. Als ik samen met de wethouders van de grote steden aanschoof op het ministerie was ik weer dat broekie: ach, Leiden is er ook - leuk hè? Ik had daardoor, denk ik, extra de drang me te bewijzen. Ik compenseerde het ook door altijd pak en das te dragen. Als veilingmeester nam ik een oudere collega mee: hij straalde dan de autoriteit uit, ik deed intussen de inhoud. Dat columnist Jan Blokker mij in de Volkskrant 'kereltje Pechtold' noemde, vond ik niet erg, ik beschouwde het als een geuzennaam. Dat anderen, in zijn kielzog, mij opeens 'jongetje Pechtold' noemden of 'mannetje Pechtold' vond ik dan weer minder creatief: het was 'kereltje Pechtold' - die mensen hadden niet goed opgelet.'

Pechtold in de Tweede Kamer. Beeld anp

Alexanderfanclub

'Voor het eerst maak ik nu mee dat mensen die jonger zijn dan ik op hetzelfde niveau verkeren of zelfs al een treetje hoger zitten. Voor mij voelt dat ook als een opluchting. Het haalt er bij mij het drammerige een beetje vanaf. Vroeger stopte ik pas als ik van de tien knikkers alle tien knikkers binnen had en als iemand zijn ongelijk had toegegeven. Nu ben ik wat milder: als ik na een debat naar buiten loop, gun ik de ander met opgeheven hoofd de aftocht of in het beste geval het succes, want de rollen kunnen een week later totaal zijn omgedraaid. Dat iemand als Jesse Klaver, zo'n twintig jaar jonger dan ik, zich nu zo nadrukkelijk aandient, baart me geen zorgen. Ik was in Frankrijk toen bekend werd dat hij de nieuwe fractievoorzitter van GroenLinks was geworden. Ik betrapte me erop dat ik geen behoefte had er uitvoerig over te gaan twitteren en dat ik ook de voorspelbare onrust in de politieke duiding amper volgde. De laatste tijd merk ik dat ik ook binnen de partij iets langer wacht met zeggen wat ik vind, in de hoop dat iemand anders het oppakt. In de politiek bestaat de neiging je te omringen met gelijkgestemden - om het woord 'jaknikkers' even niet te gebruiken. Goed leiding geven is óók, hoe moeilijk dat ook is, dat je over het lef beschikt mensen naast je te zetten die beter zijn dan jezelf. Toen ik indertijd de heftige strijd om het lijsttrekkerschap van Lousewies van der Laan had gewonnen, heb ik juist ook overduidelijke sympathisanten van haar in het campagneteam opgenomen - al was het maar om de indruk weg te nemen dat iedereen tot de Alexanderfanclub zou toetreden.

'Nu ik eind dit jaar 50 word, vraag ik het mezelf steeds vaker af: geniet ik nog wel? Ben ik tijd aan het vermorsen? Natuurlijk, de tijd lijkt steeds sneller te gaan en ik doe de dingen die iedereen op mijn leeftijd doet: ik sport meer, ik neem niet langer drie gevulde koeken en een plak paté. Maar ik voel steeds vaker de neiging om niet uit te stellen wat ik nu echt wil doen. Zo'n Late Rembrandt in het Rijksmuseum: ieder weekend was ik van plan die tentoonstelling te bezoeken. Nu heb ik er flink de ziekte over in dat het er uiteindelijk toch niet van is gekomen.

'Ik had al eerder beter kunnen weten. Mijn vader was als dienstplichtig marinier betrokken bij de politionele acties in Indonesië en zijn leven lang heeft hij nog eens willen terugkeren naar Indonesië. Toen hij met pensioen ging - hij zat in de directie van Dura-Bouw - kreeg hij een reis naar het land cadeau. Maar toen kreeg mijn moeder leukemie en werd hij vervolgens ziek - hij is er niet meer geweest.

Mensonterend

'Ik was 35 toen mijn vader overleed. Hij leed aan de ziekte van Kahler, een ziekte waarbij je botten verpulveren. Een rib genas niet meer nadat hij een boekenplank had willen ophangen, hij brak een vinger, een arm, kreeg een gat in zijn schedel. Eerst schreef hij met zijn linkerhand, tot die brak, toen leerde hij zichzelf te schrijven met zijn rechterhand en toen ook dat niet meer ging, schreef-ie met zijn mond een laatste kaartje. Hij bleef mentaal lange tijd weerbaar, maar het was mensonterend. Uiteindelijk is er euthanasie op hem toegepast. Tegen de arts zei hij eerst dat hij zijn omgeving niet langer tot last wilde zijn en toen ik hem indringend aankeek, omdat een arts in dat geval nog niet tot euthanasie mag overgaan, zei hij het er gelukkig bij: 'En natuurlijk wil ik het ook voor mezelf.'

'Mijn moeder heeft zich na zijn dood verbazingwekkend goed gered. Gelukkig zit haar leukemie de laatste jaren in een stabiele fase. Wél heb ik gemerkt hoe weinig begripvol echtparen ten opzichte van een weduwe kunnen zijn. Als je het niet zelf hebt meegemaakt, is het kennelijk moeilijk voor te stellen hoe het voelt om 's nachts alleen wakker te worden of met je bordje eten tegenover niemand te zitten. Mijn moeder ontleende vooral steun aan mensen die in dezelfde positie zaten.

Pechtold op de landelijke uitslagenavond van de Provinciale Statenverkiezingen in maart 2015. Beeld anp

In geen enkel opzicht uitzonderlijk

'Misschien zijn de meesten bang om zich in te leven in dat het hen ook zou kunnen overkomen. Maar je kunt je er beter wél rekenschap van geven. Lange tijd denk je dat tegenslagen je wel bespaard zullen blijven. Als je ouder wordt, kom je erachter dat dat niet klopt en dat je wat dat betreft in geen enkel opzicht uitzonderlijker bent dan anderen.'

'Onlangs kwamen er berichten op de roddelpagina's over het huwelijk van Froukje en mij. Daar ga ik niks over zeggen. Wij willen ons persoonlijke leven zo veel mogelijk voor onszelf houden, ook in het belang van onze kinderen van 12 en 11, die we samen opvoeden. We hebben daar een scherpe grens in getrokken, zeker sinds er in 2010 voor publicatiedoeleinden in onze vuilnisbak was gerommeld. Als ik nu zou reageren op bepaalde publicaties in de pers zou dat alleen maar laten zien dat het me in wat voor zin dan ook stoort. Misschien zet het me op achterstand in de beeldvorming, maar dat is dan maar zo. Ik vind het prettig als mensen in het Haagse wereldje gewoon direct tegen me zeggen dat ze het gelezen hebben en dat ze hopen dat het goed gaat met Froukje en mij, maar mij zul je niet in RTL Boulevard aan de desk zien staan om tekst en uitleg te geven.

'Ja, ik ben te gast geweest in Linda's Zomerweek. Dat ging in goed overleg en ik heb mijn grenzen vooraf gesteld. Anders dan vroeger, toen politici veel meer een buitencategorie vormden, ontkomen wij tegenwoordig niet aan het BN'erschap. Mensen zijn niet geïnteresseerd in vuistdikke partijprogramma's , maar wel in de vraag wie je eigenlijk bent en of je deugt. Op zo'n optreden bij Linda de Mol werd ik maanden later nog aangesproken door de monteur die de wasmachine kwam repareren. En mensen die me alleen van politieke programma's kennen, krijgen opeens een ander beeld van me: dat ik niet alles met de paplepel kreeg ingegoten. Of dat ik, anders dan het verhaal over de Van Gogh van mijn grootvader deed vermoeden, helemaal niet uit een vermogende familie kom. Of dat ik misschien toch iets minder ijdel ben dan gedacht. Mijn pakken kosten maximaal 500 euro, mijn overhemden 70, of zoals Jort Kelder het eens omschreef: hij is altijd netjes gekleed, met dank aan de nette Wageningse herenmodezaak.

Macarena

'Mij is de kritiek op mijn optreden in Zondag met Lubach niet ontgaan. Dat ik daar een politieke variant van de Macarena danste, deed ik in volle overtuiging: het was een knipoog, uiteraard, en ik genoot van de voorspelbare reacties. In de auto terug naar huis noemde ik de namen al van degenen die er op Twitter over zouden vallen en ik kreeg prompt gelijk. Noem het recalcitrantie - vijf jaar geleden zou ik dit nog niet hebben gedurfd.

'Veel van wat ik doe beslis ik zelf. Natuurlijk praat ik met mensen uit mijn directe omgeving en dat levert buitengewoon waardevolle adviezen op, zeker ook als het wat minder goed gaat. Maar de slotsom is toch meestal dat wat ik tijdens zo'n gesprek verteld heb ook hardop tegen mezelf had kunnen zeggen. De verantwoordelijkheid voor een oplossing ligt uiteindelijk vooral bij jezelf. Stel: een ander reikt je een inzicht aan dat je uitvoert en het blijkt niet ideaal te zijn. Dan bestaat het gevaar dat je het hem of haar gaat verwijten en dat voorkom ik liever.

'De komende jaren wil ik mezelf doelen blijven stellen. Ik wil altijd iets voor elkaar kunnen krijgen en de lat steeds hoger leggen. Na tien jaar Den Haag kan ik een hoop uittekenen: dat je tijdens Prinsjesdag in de Ridderzaal op een paar meter afstand zit van de koninklijke familie was de eerste keer een stuk spannender dan nu. Maar het gevoel dat ik dingen al eens heb meegemaakt wil ik niet uitstralen naar anderen en ook niet naar mezelf. Ik kan niet eeuwig in de politiek blijven. En ik wil voorkomen dat opvolgers voor mij bepalen dat het beter is dat zij ergens commentaar gaan zitten leveren en niet ik. Die eer houd ik liever aan mezelf. Maar laat mijn opponenten nog maar niet juichen: ik ben nog lang niet klaar hier. Ik ben niet zo iemand die ergens mee ophoudt en dan een jaar voor een verkenning nodig heeft. Ik stap liever van de ene baan over in de andere, maar wat voor baan dat na mijn politieke carrière zou zijn, weet ik werkelijk nog niet. Het zou trouwens een politieke doodzonde zijn om dat ook maar één dag voor mijn vertrek kenbaar te maken.

Klare taal
Alexander Pechtold wordt op 16 december 1965 geboren in Delft. Hij volgt het gymnasium in Rotterdam en studeert daarna kunstgeschiedenis en archeologie aan de Universiteit Leiden. Al tijdens zijn studietijd is hij veilingmeester bij Van Stockum's in Den Haag. In 1989 wordt hij lid van D66 en vanaf 1994 is hij raadslid voor de partij in Leiden, vanaf 1996 wethouder. In 2003 wordt hij beëdigd als burgemeester in Wageningen. In maart 2005 wordt hij minister in het kabinet-Balkenende II; sinds de val van dat kabinet, in juni 2006, is Pechtold fractievoorzitter van D66. Hij wordt onderscheiden met de Klare Taalprijs en de Thorbeckeprijs voor welsprekendheid en wordt door de parlementaire pers meer dan eens uitgeroepen tot politicus van het jaar. In 2012 publiceert hij het boek Henk, Ingrid & Alexander, waarvoor hij gesprekken voert met mensen die tijdens de verkiezingen van 2010 op de PVV hebben gestemd. Met Froukje Idema, met wie hij in 1997 trouwde, heeft hij een zoon en een dochter.

Gamechanger

'Ik wil mezelf niet te zeer afvragen hoeveel tijd van leven ik nog heb. Wél hoeveel tijd van gezellig leven ik nog heb. Is oud worden wel zo leuk? Ik zie te veel aftakeling om me heen. Bij mijn moeder - ze is nu 75 - werd laatst de flat geschilderd en het matje bleek na gedane zaken verkeerd te liggen. Ze gleed uit en maakte een enorme smak: ze kneusde haar ribben, haar gezicht zag eerder zwart dan paars. Godzijdank had ze haar heup niet gebroken - het had een gamechanger kunnen zijn.

'Laatst las ik dat de helft van de meisjes die nu in Nederland worden geboren kans maakt om 100 te worden, bij de jongens is dat één op drie. Los van dat dat straks nauwelijks nog te financieren is, maatschappelijk gezien; nu lijkt dat allemaal leuk, omdat ik me op mijn leeftijd nog jong voel en soms overmoedig ben, omdat ik meer levenservaring heb gekregen en ik degenen die me inhalen kan stimuleren. Maar eindigheid is geen slechte zaak. Het lijkt me een gruwel 100 te worden. Het eeuwige leven is geen pretje.

'Ik zie het zo voor me. Met die bucket list, die lijst van dingen die ik gedaan wil hebben voor ik er niet meer ben, begin ik nu vast. De komende tien jaar is er, lijkt me, niets aan de hand. Dan onderneem ik nog veel en voel ik me nergens te oud voor. De tien jaar erna moet ik ervoor zorgen dat alles richting het einde goed is georganiseerd. En in de tien jaar die daarop volgen is elk jaar dat ik nog kan genieten meegenomen. Dat klinkt, zo vlak voor mijn 50ste, als een ideaal scenario.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.