Peacekeeping in Afrika kun je in Ghana leren

Het zijn de Afrikaanse landen zelf die op het continent de vrede moeten handhaven. Het Westen stuurt liever geen militairen. De deskundigheid is ter plaatse ruimschoots aanwezig. Door

Ja, hij was erbij in Rwanda toen twintig jaar geleden het grote moorden begon, zegt de Ghanese kolonel Emmanuel Wekem Kotia. Hij en de andere militairen van de VN-vredesmacht konden niets anders doen dan zich verschansen. 'We hadden geen mandaat om burgers te beschermen, geen geld, veel te weinig manschappen, we mochten alleen schieten als we zelf werden aangevallen.' Zo moest het nooit weer.


Zulke traumatische ervaringen gebruikt Kotia nu in cursussen voor het Kofi Annan International Peacekeeping Centre in de Ghanese hoofdstad Accra. Het bestaat 11 jaar en is uitgegroeid tot het belangrijkste expertisecentrum voor vredesmissies in West-Afrika. Hier kregen duizenden Afrikaanse militairen, politiefunctionarissen en burgerpersoneel intensieve cursussen in vredeshandhaving en conflictbemiddeling. Ook de deelnemers aan de missies in Mali en de Centraal Afrikaanse Republiek worden door het centrum getraind.


Het Ghanese leger heeft een rijke ervaring bij vredesmissies, zegt Kotia, hoofd van de afdeling academisch onderzoek. Dat begon al in de jaren zestig, toen de eerste president Kwame Nkrumah pleitte voor een pan-Afrikaans leger. Overal in de wereld doken Ghanese militairen op. Neem Kotia: 'Ik was erbij in Cambodja in 1991. Dat was de eerste missie met demobilisatie in het pakket en begeleiden van de organisatie van verkiezingen. Ik was erbij in Liberia, dat was een West-Afrikaanse missie van Ecowas. Ik was erbij in Libanon. Daar leerde ik hoe belangrijk het is de plaatselijke gebruiken te kennen.'


Een groep veteranen van vredesmissies richtte het trainingscentrum op, dat in 2003 openging. Ze vroegen Kofi Annan, toen secretaris-generaal van de VN en voormalig hoofd van de VN-afdeling vredesoperaties, als patroon en naamgever. Het Ghanese leger stelde een terrein naast het legerkamp van Accra ter beschikking. Duitsland wierp zich op als belangrijkste geldschieter, een keur aan andere landen leverden kleinere bijdragen waaronder Denemarken en Nederland.


Nadat in 2006 zijn termijn bij de VN was afgelopen, richtte Annan in Genève zijn eigen organisatie op. Hij bezocht het centrum dat zijn naam draagt slechts twee keer, maar gaf wel adviezen. In de ruime bibliotheek, met een breed palet aan tijdschriften en boeken, staat een rijtje exemplaren van Annans autobiografische boek Interventions. Hij was verantwoordelijk voor de debacles in Rwanda en Srebrenica in de jaren negentig en liet er zelf-kritische VN-rapporten over schrijven.


Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen was een idee dat een jaar of vijftien geleden in zwang raakte. Er werd gesproken over een permanente vredesmacht van de Afrikaanse Unie(AU). De interventies van de Ecowas, eigenlijk een economisch samenwerkingsverband, in Liberia en Sierra Leone dienden als voorbeeld. De afgelopen jaren gingen West-Afrikaanse vredesmilitairen naar landen als Ivoorkust en Mali. Militairen uit Oost- en Zuidelijk-Afrika deden mee aan interventies in Somalië en Oost-Congo.


Het Kofi Annan Centrum zorgt voor goed opgeleide Afrikaanse vredesmilitairen, maar zonder de Verenigde Naties lukt het niet, zegt Kotia. Geld is de belangrijkste reden. 'Bij een Afrikaanse interventie denken de westerse landen meteen: dan betalen jullie het zelf ook maar.' En geld ophalen bij de lidstaten lukt de Afrikaanse Unie slecht.


De VN geven een missie status en gezag, vindt ook kolonel Edwin Adjei, hoofd van de afdeling trainingen. Het centrum is vanaf het begin nauw betrokken bij de Afrikaanse bemoeienis met Mali, zegt hij, maar het is goed dat de VN onder leiding van de Nederlandse oud-minister Bert Koenders het stokje hebben overgenomen (de missie heet Minusma). Afrika zelf kan een missie maar korte tijd volhouden, meent Adjei.


Adjei begon zijn carrière als vredessoldaat in 1975 in de Sinaï-woestijn als pelotonscommandant. Hij ging vervolgens voor de VN naar Libanon, als adviseur van de Unifil-commandant. Later kwam hij er terug als militaire waarnemer. Hij diende, net als Kotia, ook in Cambodja. Over de vredesmissie in de CAR heeft hij zijn twijfels: 'Er moet wel iets van vrede te handhaven te zijn.'


De situatie in Mali leent zich er beter voor, denkt de kolonel. De opstand in het noorden door rebellengroepen van jihadisten en Toearegs leidden tot muiterij in het leger en een coup onder leiding van onderofficier Amadou Sanogo in 2012, waarna de rebellen het noorden van het land innamen tot een Franse interventie een eind maakte aan de opmars.


Sanogo droeg na een paar maanden de macht weer over aan burgers onder druk van Ecowas, maar bleef de politici intimideren. Ecowas stuurde de missie Afisma. Sanogo werd in september 2013 gearresteerd wegens moorden op rivalen in het leger.


'De meeste militairen en anderen die deelnamen aan Afisma hebben we hier langs zien komen voor een cursus. We sturen ook medewerkers naar Mali voor 'mobiele trainingen'. Het belangrijkst is opleiden van politieagenten en het militaire middenkader.' Vooral aan 'onderhandelingsvaardigheden' ontbreek het, zegt Adjei. 'Hoe ga je om met burgers en plaatselijke politici? Wat betekent het om onpartijdig te zijn en hoe blijf je het? Hoe zorg je dat demonstraties niet uit de hand lopen?' Leer geduld hebben en incasseren, is de les.


De jonge wetenschappelijk onderzoeker Festus Kofi Aubyn is opgeleid op het centrum - je kunt er een MA in vredesstudies halen - en pendelt tussen Accra en de Malinese hoofdstad Bamako, als onderzoeker en trainer. 'Ik zat met Sanogo in een cursusgroepje, voordat hij zijn coup pleeg-de!', zegt Aubyn. Die cursus ging nota bene over hervormingen in het veiligheidapparaat: 'Ik had echt geen idee dat hij iets in zijn schild voerde.'


'Sanogo leek me best een geschikte vent, hij nam me zelfs mee naar zijn huis. Ik denk dat die coup ook op toeval berustte: de soldaten waren wanhopig door het grote aantal vrienden dat was gesneuveld in de strijd tegen de rebellengroepen en trokken naar het presidentieel paleis op een heuvel. De president was al gevlucht, ze konden zo naar binnen en toen moesten ze wat. Sanogo was de enige met wat opleiding en hij werd tot leider gemaakt. Dat hij later zoveel mensen heeft laten vermoorden, begrijp ik echt niet. Kennelijk rekende hij af met de officieren die hem hadden onderdrukt.'


Aubyn denkt dat de kern van de crisis in Mali is dat 'de politieke elite het leger slecht aanstuurt'. Daarom geeft het centrum in Bamako training in 'crisismanagement': klachten niet beantwoorden met het rondstrooien van allerlei beschuldigingen, maar proberen de grieven te begrijpen en te bekijken hoe die kunnen worden weggenomen.


De internationale politiek heeft de crisis in de hand gewerkt, vindt hij, door een veel te rooskleurig beeld te schetsen van Mali. Het was het toonbeeld van geslaagde democratisering, de regering was zogenaamd stabiel. Alle alarmerende berichten werden weggewimpeld: 'het positieve imago moest overeind blijven'.


Ghana, dat zich nu presenteert als centrum van de vredesstichters, heeft zelf ook een geschiedenis van militaire coups en dictaturen. De laatste was Jerry Rawlings, die zelfs twee keer de macht greep. Hij liet in 1979 acht hoge officieren, onder wie drie ex-staatshoofden, executeren op het strand, niet ver van waar nu het Kofi Annan International Peacekeeping Training Centre is. In 1996 maakte Rawlings vrijwillig plaats voor een gekozen regering.


Deelname aan vredesmissies helpt voorkomen dat er weer een coupplannetje wordt gesmeed in het leger, denkt Adjei (hij was erbij toen Rawlings zijn coups pleegde, maar deed niet actief mee). Het is goed dat de jongens wat om handen hebben, en het is financieel voordelig.


Nog belangrijker vindt hij uit eigen ervaring dat militairen die in andere landen in de narigheid hebben gezeten, hun eigen Ghana weer gaan waarderen. Ze worden in geweldssituaties genezen van de romantiek van coupplegers. 'Wat je daar ziet, wil je echt niet in je eigen land. Ik vind daarom dat alle Ghanese militairen op vredesmissie moeten worden gestuurd.'


Edwin Adjei Kofi Annan Centrum

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden