Paviljoens in de polder

De crisis heeft ook positieve effecten op de architectuur. Op braakliggende terreinen verschijnen overal spannende tijdelijke gebouwen.

Aardappelzetmeel - de Groningse architecten Anton Visser en Jan Christiaansen wilden er al een hele tijd mee bouwen. Maar het kwam er nooit van; geen opdrachtgever die het aandurfde om met zo'n nieuw materiaal - biopolymeer - aan de slag te gaan. Want: wegwerpbakjes van biopolymeer, oké. Maar een gebouw?


En toen was daar, als geroepen, de prijsvraag van Open Lab Ebbinge. De opdracht: ontwerp een vernieuwend, demontabel, duurzaam paviljoen.


Het Open Lab Ebbinge wordt een tijdelijk dorp ten noorden van de Groningse binnenstad. Daar ligt nu al twintig jaar het zogenoemde CiBoGa-terrein braak. In de jaren negentig werden er plannen gemaakt voor woningbouw, maar al voor de crisis was daar de klad in gekomen en het zal nog een hele tijd duren voordat de bouw weer wordt opgepakt. De ondernemers in het Ebbingekwartier waren het beu, die kale vlakte, en bedachten dat het terrein de komende vijf jaar dé plek moet worden waar geëxperimenteerd wordt met tijdelijke architectuur. Voor de Gemeente, die de grond gratis beschikbaar stelt, een uitgelezen kans om het gebied als een hip creatief kwartier op de kaart te zetten. Voor ondernemers en ontwerpers de ideale gelegenheid om nieuwe technieken, ecologische strategieën en nog-niet-gecertificeerde producten vrijblijvend uit te testen en aan de markt te presenteren. Zoals gevels van aardappelzetmeel.


En nu staat het daar dus, midden in het zand. Het MOBi-paviljoen. Het eerste dat opvalt: het knalroze skelet. In dat stalen frame zijn verweerde zeecontainers op elkaar gestapeld. Dat zijn de opslagruimten voor de kunstenaars die de komende jaren het paviljoen zullen bevolken. Tussen de containers door zie je de lichte atelierruimtes, en de hoge binnenstraat waar met behulp van een kraan kunstwerken en materialen naar binnen en buiten gehesen zullen worden. 'De bedoeling is dat de gebruikers het gebouw zo snel mogelijk gaan veranderen', legt Visser uit. 'De gevelzone wordt een etalage, om op te projecteren, om aanbouwen aan te maken, sculpturen aan op te hangen. Er zijn nu al plannen om een enorm interactief led-display erop te installeren. En natuurlijk onze biopolymeer-panelen.'


Het is een paradijs voor kunstenaars. Een atelier waar je helemaal los mag gaan, voor een huur van slechts 40 euro per vierkante meter per jaar. Want dat was voor de architecten een harde eis, dat de huur betaalbaar zou zijn. Het moest dus een low-budgetgebouw worden - vandaar ook de tweedehands zeecontainers. Totale kosten: 350.000 euro voor 1.000 vierkante meter.


Schuimporcelein

MOBi, het eerste gerealiseerde paviljoen op het CiBoGa-terrein, lijkt inderdaad een succes te worden; alle ateliers zijn al verhuurd. De architecten zelf zijn inmiddels bezig om te kijken of ze ook schuimporselein - mislukt porselein met een brosse structuur - in de gevel kunnen verwerken. Vanwege de extreem lage kostprijs is het gebouw al over vijf jaar afgeschreven en dan kan de stichting MOBi, die het gebouw gaat beheren, het 'gratis' gaan exploiteren. Er zijn zelfs al plannen om het bouwwerk, als het Open Lab weer wordt opgebroken, op te zetten op het terrein van de Suiker Unie, elders in Groningen.


Dankzij de crisis is het paviljoen in opmars. Vanuit de benarde positie waarin de bouwsector verkeert kan deze kleinschalige architectuur - tijdelijk, low-budget en experimenteel - juist floreren. Want het paviljoendorp in Groningen is een project dat niet op zichzelf staat. Overal in Nederland is de bouw sinds een paar jaar abrupt tot stilstand gekomen. En overal vragen grondeigenaars zich af wat ze nu met die braakliggende terreinen moeten doen. Verpaupering ligt immers op de loer, en dan daalt de grondprijs nog verder. Los daarvan is het een onaantrekkelijk gezicht, zo'n zandvlakte midden in de stad.


Steeds meer gemeenten zoeken de oplossing in tijdelijke invullingen. Neem de Gemeente Amsterdam, die op diverse bouwterreinen ruimte geeft om horecapaviljoens te bouwen. Zoals het pas geopende Hannekes Boom aan de Dijksgracht - nu al een culturele hotspot. Onlangs begon de gemeente zelfs een website waarop braakliggende terreinen in Amsterdam en Zaanstad in kaart zijn gebracht. Bewoners, organisaties en ondernemers worden hierop uitgenodigd met voorstellen voor tussentijds gebruik te komen.


Of kijk naar Vlissingen, waar niet alleen de recessie maar ook de bevolkingskrimp de gemeente parten speelt. De plannen die er lagen voor een compleet nieuwe woonwijk op het Scheldeterrein, een voormalige scheepswerf, doen nu haast megalomaan aan. De plannen zijn voorlopig van de baan. CBK Zeeland (centrum voor beeldende kunsten, vormgeving en architectuur) schreef vervolgens een prijsvraag uit voor architecten om te komen met een nieuwe aanpak voor de ontwikkeling van het gebied. Urban Synergy uit Rotterdam bedacht een reeks tijdelijke projecten die het publiek naar deze plek moeten trekken. Het eerste is het Paviljoen Scheldekwartier, dat als een stapel witte containers oprijst in het nieuwe stadspark en een fenomenaal uitzicht biedt over het terrein. Met een café, een uitklapbaar podium, wisselende tentoonstellingen. En ook hier vraagt de gemeente bezoekers hun ideeën over de toekomst van het gebied te spuien.


Analoog denken

'Kijk, dan wordt het interessant', zegt Hedwig Heinsman van DUS architects. 'Je zet iets tijdelijk neer in de stad. En dan gebeurt er iets, er komen mensen op af. Als architect krijg je interessante feedback. Je ziet dan direct wat wel en wat niet werkt. Wat voor plek het eigenlijk is, wie de bewoners zijn, waar ze behoefte aan hebben.' Kan dat dan niet met een inspraakavond? Heinsman: 'Dat is een analoge manier van werken. Zo deden wij dat vroeger. Nu beginnen we elk project met een tijdelijk bouwsel.'


Voor DUS architects zijn paviljoens niet 'slechts' een noodoplossing in tijden van crisis, maar een vanzelfsprekend onderdeel van (langdurige) stedenbouwkundige trajecten. Ze bouwden sinds de oprichting van het bureau, zeven jaar geleden, al een hele reeks pop-uppaviljoens. De Bucky-bar, een koepel van paraplu's. Een tijdelijke trouwkapel van gehaakte ventilatiebuizen die, in afwachting van de bouw van het nieuwe Stadskantoor, twee jaar in Den Haag Zuid-West stond. En de Gecekondu (Turks voor 'gebouwd in een nacht'), een zomerhuis/hotel van 'turkentassen' dat in de zomer van 2009 illegaal op een leegstaande kavel aan de Amsterdamse Czaar Peterstraat werd gebouwd. Met deze guerrilla-actie wilden de architecten vooral laten zien wat het alternatief is voor braakliggende terreinen. Het tassenhotel veranderde in een mum van tijd in een bruisend stukje stad toen buurtbewoners spontaan een volkstuin aanlegden en filmavonden gingen organiseren.


Het MOBi-paviljoen in Groningen, een stapeling van kunstenaarsateliers, moet een low-budgetgebouw worden - vandaar ook de tweedehands zeecontainers. Totale kosten: 350 duizend euro voor 1.000 vierkante meter. De harde eis van de architecten was dat de huur betaalbaar zou zijn, slechts 40 euro per vierkante meter per jaar. Inmiddels zijn alle ateliers verhuurd. Vanwege de extreem lage kostprijs is het gebouw al over vijf jaar afgeschreven en dan kan de stichting MOBi, die het complex gaat beheren, het 'gratis' gaan exploiteren. Er zijn zelfs al plannen om het bouwwerk, als het Open Lab weer wordt opgebroken, op te zetten op het terrein van de Suiker Unie, elders in Groningen.


------------------------------


Een tijdelijk dorp van paviljoens

Op het CiBoGa-terrein in de binnenstad van Groningen wordt gebouwd aan het Open Lab Ebbinge, een tijdelijk dorp van paviljoens. Doel: het testen van tijdelijke architectuur en stedenbouw - een onderwerp dat ook de komende jaren relevant zal blijven, aangezien de crisis nog lang niet voorbij lijkt. Het gaat hier niet om follies, maar om gebouwen met een duidelijke functie. Zo komt er, tussen het reeds voltooide informatiepaviljoen en het atelierpaviljoen MOBi, de piramidevormige Ebbingeherberg, een tijdelijke jeugdherberg met kinderdagopvang. De BamboeBalie, een futuristisch paviljoen van 100 procent bamboe, wordt het tijdelijke onderkomen van NoordBaak, een kennisinstelling voor duurzame ontwikkeling in Noord-Nederland. Verder zullen er tijdelijke starterswoningen gebouwd worden, een tijdelijk outlet-paviljoen, en 'mobiele tuinen'. Eind 2015 wordt het Open Lab opgebroken en kunnen de paviljoens elders weer worden opgebouwd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden