Paus Pius’ pantoffel gekust

Hoe diep boog een 19de-eeuwse reiziger voor de heilige Vader? Smaakte de soep, anno 1867, in Rusland? En welke badplaats gold als Hollands fijnste, een eeuw geleden?...

Franz Grillparzer

Rome, 3 juli 1819

Ik heb de pantoffel van de paus gekust. Het verlangen hem van dichtbij te zien, leidde me naar de passage waar hij doorheen komt als hij uitgaat, wat hij dagelijks om zes uur pleegt te doen. Ook wilde ik hem een paar rozenkransen laten zegenen, die bestemd waren als geschenk voor vrome zielen.

De paus (Pius VII, die in 1804 keizer Napoleon Bonaparte zalfde, red.) kwam eraan en wij knielden voor hem neer. Hij werd vooraf gegaan door vier gardisten, met twee prelaten aan zijn zijde. Hij is klein en schraal, en zag er uiterst zonderling uit, in een soort pelgrimskleed van witte zijde, met op zijn hoofd een rond hoedje van purperrode zijde, met opgeslagen randen en een zoom van kleine tressen.

Had ik vooraf geweten hoe honds het ritueel van de voetkus verloopt, dan was ik weggebleven. Aangezien de oude man te zwak is om zijn voet op te tillen, moet je haast op je buik gaan liggen. In godsnaam – men doet wel ergere dingen...

De galerie van kardinaal Fesch bezocht (Joseph Fesch, een oom van Napoleon, legde een fameuze kunstverzameling aan, die na zijn dood uiteenviel, red.). Een vorstelijke collectie, maar slecht ondergebracht en slecht geordend. Hoe heeft de heilige man al deze kostelijke voorwerpen bij elkaar gesto... – gekocht? Een Heilige Familie, door Rafaël op z’n twaalfde geschilderd, met minder gevoel voor kleur dan je zou verwachten. Een Christus aan het kruis en enkele heiligen uit Rafaëls eerste periode. Goddelijk ondanks een zekere droogheid. De gestalten en gezichten hebben een aura van puurheid, dat de beschouwer sprakeloos maakt.

De grootste schat bestaat uit werken uit de Nederlandse school. Een schitterende Rubens, een Van Dyck, verrukkelijke Wouwerman en Teniers. Een reeks Rembrandts zoals je die elders zelden ziet. Potter, Breughel – kortom, schatten zonder tal. Tegenover het bed van Zijne Eminentie staat een buste van Napoleon, met lauwerkrans.

Op 5 juli om zes uur ’s ochtends uit Rome vertrokken. En zo verlaat ik wellicht voor goed de trotse wereldstad, die me al sinds mijn kindertijd zo magisch leek en waarvan ik me zulke fantastische voorstellingen maakte, dat ik me, geconfronteerd met de werkelijkheid, nauwelijks nog het verleidelijke fantasiebeeld kan herinneren dat me destijds voor ogen zweefde.

Niet dat ik in Rome niets bewonderenswaardigs heb gevonden, maar sinds wanneer heeft de werkelijkheid waargemaakt wat de fantasie beloofde?

Met bezwaard gemoed rijd ik door de weergalmende straten, waar nog niet veel mensen op de been zijn. Mijn ogen zoeken de monumenten van heden en verleden. Van het Quirinaal naar het Spaanse plein (Piazza di Spagna) en dan door de Porta del Popolo de stad uit, naar buiten.

Links de heuvelrug die Monte Mario met de Janiculus verbindt, rechts van me de Sabijnse heuvels. Een verlaten heide zonder mensen – afgezien van degenen die stram en dor aan de staken langs de weg bungelen.

La Storta. Van paarden gewisseld. De domme postiljons in deze uitspanningen – dik en vierkant, als Boheemse voerlui, hangen ze over hun paarden. De ridders uit de Romeinse tijd zouden zich omdraaien in hun graf.

Baccano. Van paarden gewisseld. De weg voert nog steeds tussen de heuvelruggen door, een goeddeels leeg landschap met niets vriendelijkers dan de stralend blauwe hemel erboven.Franz Grillparzer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden