Paul Verhoeven en Rob van ScheersEpisode 13: The gold rush

Charlie Chaplin is uniek in de filmgeschiedenis, vooral als de schlemiel die zich overal doorheen slaat. Hij eindigde als tragische figuur, niet alleen in de film, ook als persoon.

'Net als Ingmar Bergman werkte ook Charles Chaplin met een vaste groep acteurs. Hij kwam voort uit de Britse vaudeville waar iedereen wist wat het betekende om op elkaar te kunnen bouwen. Wat je aan elkaar hebt, wat je uit elkaar kunt krijgen. Jammer dat zo weinig bekend is over deze club mensen. Behalve dan dat zij een hecht gezelschap vormden, want Chaplin werkte al in 1917 met hen, bij korte films als Easy Street en The Cure.


Binnen de filmgeschiedenis is Chaplin een unieke figuur. Door zijn mimiek, en zijn bijna vrouwelijke tengerheid en bewegingen. Maar natuurlijk vooral door het personage dat hij van zichzelf creëerde: een totale schlemiel die zich uiteindelijk overal doorheen slaat. Van zijn lange speelfilms vind ik The Gold Rush (1925) de beste, een verhaal over de goudkoorts die gelukszoekers aan het einde van de 19de eeuw naar Klondike bracht, op de grens van Canada en Alaska. Ook Chaplins zwerver - the little fellow zoals hij hem in 1942 in zijn toegevoegde commentaar noemt - raakt erdoor bevangen. Hij maakt in het hoge Noorden kennis met de boosaardige Black Larsen (Tom Murray) en de goedhartige Big Jim McKay (Mack Swain), ze komen door de barre omstandigheden bijna om van de honger. Daaruit vloeit die beroemde scène voort waarin Chaplin een schoen en veters kookt en die serveert alsof het verse biefstuk met pasta is. Big Jim vindt het maar niets, en prompt verandert de zwerver in zijn ogen in een manshoge kip. Big Jim wil 'm met huid en haar verslinden.


Geestig. Maar echt ontroerend is de verhaallijn waarin Chaplin verliefd wordt op het dansmeisje Georgia (Georgia Hale), de ster van een obscuur café in deze boomtown. Melodrama, maar binnen deze film totaal acceptabel. Zij en haar vriendinnen nemen een loopje met hem. Ze beloven op Oudjaarsavond op visite te komen, en om een diner te kunnen betalen, werkt Chaplin zich uit de naad als sneeuwruimer. De tafel is mooi gedekt, maar de dames vermaken zich in het café. Als Georgia zich bedenkt dat ze een date hadden, bezoekt ze alsnog zijn schamele schuur. Daar is de zwerver allang verdwenen, een illusie armer. Pas als zij die gedekte tafel ziet, realiseert Georgia zich wat the little fellow voor haar over had. Heel direct gedaan, net zo direct als het blinde bloemenmeisje uit Chaplins City Lights.


Als filmmaker was hij de meester van de visuele grap. Een bijna verdwenen genre, al probeerde Peter Bogdanovich het in 1972 nog eens met What's Up, Doc? en meer recent zag je het terug in de comedy The Hangover. Chaplin stelt zijn camera met korte lens op, wat een wijds effect geeft, en laat zijn acteurs binnen dat kader een choreografie afwerken. Zo'n treffend longshot zien we in het buitengewoon knappe Easy Street. Een sterke man die de buurt terroriseert, genaamd The Bully - acteur Eric Campbell, met zijn borstelige wenkbrauwen nog zo'n vaste kracht uit de Chaplin-clan - wordt bewusteloos het politiebureau binnengebracht. Omringd door vijftien agenten komt hij onverwacht bij, en wat volgt is een pandemonium. De camera blijft op hetzelfde punt staan, terwijl de sterke man die agenten het beeld uitslingert. Vervolgens bespringen ze hem weer, en nog een keer, en nog eens, alles gedaan in één shot. Magistraal. Daarom deed Chaplin zo lang over zijn films. Hij was een perfectionist en als er naar zijn smaak één fout zat in de choreografie moest de hele scène over. Hij zag het als een ballet, misschien dat vandaag alleen iemand als Ji¿í Kylián nog zo'n scène in elkaar zou kunnen zetten. Chaplin en Kylián, dat heeft iets met elkaar te maken.


Uiteindelijk eindigde Chaplin als een tragische figuur, hij leek samen te vallen met zijn personage. Op oudere leeftijd werd hij in films als Limelight (1952) steeds melodramatischer, maar dat paste niet langer in de tijd. Wat bij The Gold Rush nog wel werkte, leek plots een echo uit een ver verleden. Het dieptepunt in zijn privé-leven was natuurlijk dat hij in 1952 omwille van zijn vermeende communistische sympathieën de VS niet meer in mocht. Een ongehoord schandaal, na alles wat Chaplin voor de Amerikaanse filmindustrie en het publiek had betekend. Hij was erdoor verbijsterd, maar gelukkig kunnen we nu zeggen dat de geschiedenis hem gelijk gegeven heeft, en niet Edgar Hoovers FBI.'


The Gold Rush (1925)

Genre: Melodrama


Regie:Charles Chaplin


Met:Charles Chaplin, Tom Murray, Mack Swain, Georgia Hall e.v.a.


Zwart-wit. Zwijgende film. Oorspronkelijke lengte: 95 minuten. Heruitgebracht in 1942, met voice-over van Chaplin, en ingekort tot 72 minuten. De re-release ontving twee Oscarnominaties.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden