PAUL VERHOEVEN EN ROB VAN SCHEERS Episode 77: Wilde aardbeien (1957)

Ingmar Bergmans verhaal over een verbitterde professor op leeftijd ontpopt zich als een Zweedse roadmovie, die uitmondt in een trip door diens eigen herinneringen. Bergman vond poëzie in het alledaagse.

'Ingmar Bergman schetst altijd heel complexe figuren, het gaat er in zijn films net als in de werkelijkheid aan toe. Het ene moment liegen we, het volgende spreken we de waarheid. We worden boos als het onnodig is, maar we verzaken terug te blaffen als het noodzakelijk is. We vergeten te zeggen dat we van iemand houden, maar maken het wel duidelijk als we iemand haten. Bergman laat het allemaal zien. Geen eendimensionale personages, maar wispelturige mensen, vol onvolkomenheden en tegenstrijdigheden. En we begrijpen ze heel goed, gewoon omdat we zelf ook zo zijn. Dat is de schoonheid van zijn werk.


In Wilde aardbeien wordt de hoofdrol gespeeld door Victor Sjöström. Dat is een oude Zweedse regisseur en acteur, hij werkte in Hollywood met Greta Garbo en Lillian Gish. Bergman zag hem als zijn grote voorbeeld. Sjöström verbeeldt hier Isak Borg, weer zo'n typisch Bergman-personage. Hij is een professor op leeftijd, een nogal verbitterde man van 76, wiens ex-vrouw Karin is overleden. Thuis wordt hem de wet voorgeschreven door huishoudster Agda, maar hij gaat daar nogal laconiek mee om, al hebben ze soms ook knallende ruzie. Eerder werkte Borg als plattelandsarts, daarna verlegde hij zijn werkterrein naar onderzoek in bacteriologie. Voor zijn inspanningen in het medische veld krijgt hij bij zijn 50-jarig jubileum aan de universiteit van Lund een eredoctoraat aangeboden. Hij wordt uiteraard geacht bij de festiviteiten aanwezig te zijn. Het plan was om te gaan vliegen, de afstand tussen zijn woonplaatst Stockholm en de zuidelijke universiteitsstad Lund bedraagt zo'n 650 kilometer. Maar op de dag van vertrek bromt hij tegen zijn niet-begrijpende huishoudster: ik ga met de auto. Het startsein voor deze Zweedse roadmovie, die zal uitpakken als een trip door zijn eigen herinneringen.


Hij zegt er niets over tegen Agda, maar wij weten de reden voor zijn spontane omslag. De nacht tevoren heeft de professor een nare, surrealistische droom gehad, vol zware symboliek, de vooraankondiging van zijn naderende overlijden. Heimelijk vreest Borg aan gene zijde eeuwig in alle eenzaamheid te moeten ronddolen. Gedurende de gehele rit zullen die beelden aan hem knagen, hij begrijpt al te goed dat de eindigheid van het bestaan hem op de hielen zit.


De tocht naar Lund stelt Borg in de gelegenheid de balans op te maken, noem het een contemplatieve queeste. Als reisgenoot krijgt hij Marianne (Ingrid Thulin) mee, zijn schoondochter. Zij logeert bij hem, omdat ze in onmin leeft met haar man Evald Borg. Later horen we dat ze zwanger is en Evald het kind niet wil. Hij vindt het onverantwoord om nageslacht in deze wereld te zetten, maar zij wil het graag houden. Door mee te reizen naar Lund, waar zij en Evald wonen, onderneemt ze een allerlaatste poging haar man van het tegendeel te overtuigen.


Onderweg lopen de spanningen tussen Marianne en de professor hoog op. Ze noemt hem een oude vrek, omdat hij boos is dat Evald een lening maar niet kan terugbetalen. 'Je bent al net zo kil en koud als je zoon', moppert ze. Professor Borg doet er dan meestal maar het zwijgen toe, want hij heeft in zijn woorden 'geen respect voor geestelijk lijden'. Vervolgens nemen ze het stuur weer eens kribbig van elkaar over. De ongemakkelijke situatie wordt doorbroken wanneer ze een mooie, blonde liftster treffen. Die mag mee, maar prompt komen twee jongens tevoorschijn met wie deze Sara (Bibi Andersson) op weg naar Italië is. Nu zitten ze dus met z'n vijven in de auto. De professor ziet het door de vingers, omdat Sara als twee druppels water lijkt op zijn grote jeugdliefde: ook Sara geheten, en die in de flashbacks - leuk detail! - gespeeld wordt door dezelfde Bibi Andersson. Haar verschijning brengt mijmeringen bij Borg teweeg. Hij droomt weg, en bedenkt waarom het er nooit van is gekomen. Sara vond hem te degelijk, ze koos liever voor zijn broer Sigfrid, die vond ze veel opwindender. Een nekslag waar de professor nooit meer overheen is gekomen. Ondertussen lijkt de Sara op de achterbank ook maar niet te kunnen kiezen tussen Viktor en Anders, haar twee meereizende aanbidders.


Plotseling komt een tegenligger de hoek omscheuren en raakt na een bijna-botsing in een greppel. Een stel kruipt eruit, ze zijn ongehavend, maar hun auto allerminst, dus nu moeten ze ook meeliften: zeven personen in die auto. En dat, terwijl de professor in eerste aanleg in zijn eentje de rit naar Lund had willen maken. Het stel vormt de volgende reflectie op Borgs leven, preciezer gezegd op zijn huwelijk met Karin. Ze beginnen onmiddellijk op elkaar te vitten, met name die man probeert zijn vrouw openlijk te vernederen. Zij pikt het niet, geeft hem een klap in het gezicht, voor Marianne het sein om ze eruit te gooien. Genoeg nu! - een metafoor voor Borgs echtscheiding, nadat hij Karin tijdens overspel heeft betrapt.


We rijden verder, we hebben de professor leren kennen als een onverbeterlijke misantroop. Maar Bergman zou Bergman niet zijn, als hij op dit punt in het verhaal niet nieuwe elementen aan zijn personage zou toevoegen. Ze moeten tanken, en de pompbediende Henrik Åkerman (Bergmans vaste kracht Max von Sydow) is juist heel opgetogen om de professor te zien. Warme woorden, enthousiast roept Åkerman zijn vrouw erbij, dit is de regio waar Borg - naar nu pas blijkt - bekend staat als een zéér betrokken huisarts. Die nieuwe informatie zet Marianne aan het denken, en de kijkers al evenzeer: blijkbaar heeft de professor tóch een sympathieke, menselijke kant, al weet hij die dan goed te verbergen. Tegen de tijd dat ze bij de universiteit van Lund arriveren heeft Borg een volledige metamorfose ondergaan. Voor het eerst durfde hij zijn eigen leven onder ogen te zien, de nare kanten, maar ook wat er zo mooi aan was. Dan reikt de rector magnificus hem zijn eredoctoraat aan. Dat gaat in het Latijn, en wordt met opzet niet ondertiteld, iets wat deze scène iets magisch, iets religieus meegeeft. Prachtig gefilmd, maar voor mij ligt het visuele hoogtepunt al eerder: de eerste aanwijzing dat de zo afstandelijke professor een zieleleven kent.


Marianne en hij stoppen bij het huis waar Borg in zijn jeugd de zomers doorbracht en waar ook het veldje met de wilde aardbeien uit de titel ligt. Zij gaat even wandelen, hij stapt naar binnen en belandt als bij toverslag in zijn eigen herinneringen van ruim zestig jaar geleden - hij loopt er letterlijk dwars doorheen. Een lange tafel, ze zijn er aan de lunch, iedereen is op zijn paasbest gekleed, in witte kostuums en dito zijden jurkjes. Je kunt wel zien dat Bergman vaak toneel heeft geregisseerd: dit tafereel ademt in alles de sfeer van August Strindberg. Het is de veilige haven uit Borgs jeugd, vol onschuld nog, zelfs als hij ziet hoe zijn broer Sigfrid met succes Sara probeert te verleiden. Dit is de extatische, vreugdevolle, nooit eindigende, eeuwigheidsachtige speelsheid van je kindertijd, waar er geen dag van morgen bestaat, waar de dagen van een oneindigheid lijken die zich de volgende dag weer zal herhalen, en nóg eens zal herhalen, en eeuwig zal herhalen, en altijd schijnt de zon. Op en top Bergman, die poëzie vindt in het alledaagse. Geen wonder dat Wilde aardbeien een onuitputtelijke bron voor Woody Allen is.'


Misantroop

'We hebben de professor leren kennen als een onverbeterlijke misantroop. Maar Bergman zou Bergman niet zijn, als hij op dit punt in het verhaal niet nieuwe elementen aan zijn personage zou toevoegen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden