PAUL VERHOEVEN EN ROB VAN SCHEERS Episode 39: Way Out West (1937)

Haal Laurel & Hardy nooit uit elkaar. Geen close-up van alleen Laurel, maar altijd een two-shot.

'Humor is natuurlijk een uiterst serieuze zaak. Als je het oeuvre van Laurel & Hardy terugziet, zou je denken dat zij altijd veel plezier hadden op de set. Een misverstand. Er is een ijzeren filmwet die zegt: als je veel lol hebt is dat leuk voor de crew, maar niet goed voor de film. Bij Laurel & Hardy ging dat precies zo. De scènes en de gags waren tot op de seconde doorgesproken: jij doet dit, ik reageer zo, en dan ga jij daar weer op in... Het eindresultaat was doorgaans meesterlijk. Je zou kunnen betogen dat de humor van Buster Keaton en ook Chaplin diepgravender, filosofischer, of zeg schrijnender is, maar een duo als Stan & Ollie zullen we niet snel meer voorbij zien komen. En wat een vondst ook van producer Hal Roach om de Brit Laurel en de Amerikaan Hardy vanaf 1927 als team te lanceren.

Ze zijn als een echtpaar dat te lang bij elkaar is. In zijn hoogmoed denkt Ollie dat hij superieur is aan Stan, maar doorgaans komt hij bedrogen uit. Ollie leert ook niets bij, in iedere nieuwe episode begint het gehakketak van voren af aan. Die herhaling is een van hun verborgen krachten, het maakt ze tot archetypen. Het publiek weet wat er komt, en zij maken daar dan verrassende variaties op. Daarom bestaan die films ook voornamelijk uit two-shots. Geen close-ups, want dan gaat het onderlinge verband eruit. Nee, je moet ze in dat two-shot houden, niet denken: laat ik nu eens even leuk wat tussenshots monteren. Dat gaat ten koste van de geniale chemie tussen die twee mensen. Of beter: in die two-shots is het eigenlijk één persoon die je ziet, een samengevloeid personage met twee facetten.

Die siamese tweeling wordt alleen uit elkaar gehaald als Ollie zich rechtstreeks tot het publiek richt, en daarmee - we zouden dat nu postmodern noemen - de barrière tussen het filmdoek en de zaal tijdelijk opheft. Bij elke ramp die hem overkomt, en dat zijn er nogal wat - meestal valt hij in een put, of in de modder, hij krijgt een dakpan op zijn kop, of een complete ezel, hij gaat er trouwens nooit aan dood, en verwond wordt hij ook nooit - kijkt hij vervolgens met een gepijnigde blik in de lens, zo van: zie je hoe erg het gesteld is met mij? Daar schept hij een intieme verstandhouding met het publiek. Hij bedoelt: die persoon naast mij, meestal Stan natuurlijk, is toch niet goed snik? Zeg nu zelf! Daar zijn we het allemaal wel over eens? Well, here's another nice mess you've gotten me into! Vervolgens herpakt hij zich, onder het motto: nou ja, we gaan maar weer verder met het verhaal.

Uit hun omvangrijke catologus van zo'n 107 films en filmpjes zou ik er drie willen uitpikken. Dat zijn de korte film Big Business (1929) en de avondvullende Sons of the Desert (1933) en Way Out West (1937). Heb je die drie gezien, dan weet je alles over de tijdloze inventiviteit van dit duo. Precies de films waarbij zijzelf totale grip op alle gags hielden, met dank aan de regisseurs James W. Horne (Big Business; Way Out West) en Wiliam A. Seiter (Sons of the Desert). In Big Business willen ze een kerstboom verkopen aan een onwillige klant, in wie we de schele James Finlayson herkennen, vaste boef in het universum van Laurel & Hardy. De zaak loopt volledig uit de hand, volgens het principe: tit for tat. De klant sloopt beetje bij beetje hun auto, zij slopen stap voor stap zijn huis, en beide partijen zeggen niet: hé, hou eens op! - nee hoor, ze laten het allemaal rustig gebeuren. Wederzijdse destructie, om en om wordt de graad ervan verhoogd. Kinderlijk gedrag, maar omdat we zelf allemaal valse apen zijn, mogen we destructie graag aanschouwen, liefst bij een ander.

In Sons of the Desert proberen ze onder de plak van hun vrouwen uit te komen, ze willen heimelijk naar een conventie van een soort vrijmetselaars, met alle rampzalige gevolgen vandien. En in Way Out West moeten ze een document bezorgen aan het dienstmeisje Mary in een saloon, het is een claim op een goudmijn. Door een persoonsverwisseling belandt die erfenis eerst bij de vrouw van de louche saloonhouder - James Finlayson, daar is-ie weer! - maar vele verwikkelingen later komt alles toch nog op zijn pootjes terecht. Maar niet voordat die hele saloon totaal is afgebroken, en ze tussendoor ook nog hebben gezongen en een dansje hebben gedaan. Opvallend toch, hoe die dikke Ollie daarbij een mooi soort van gratie ter tafel brengt, en een geoefend zanger was hij ook. Uiteindelijk raakten ze als duo uit de mode. In de jaren veertig werden ze vooral in tweederangs komedies geplaatst. Na de dood van Ollie in 1957 heeft Stan geweigerd ooit nog in een film op te treden, maar gelukkig beleven hun slapsticks eens in de zoveel tijd een terechte herwaardering.'

Uiteindelijk raakten Laurel & Hardy als duo uit de mode. In de jaren veertig werden ze vooral in tweederangs komedies geplaatst. Na de dood van Ollie heeft Stan geweigerd ooit nog in een film op te treden.

En geen tussenshots. Dat gaat ten koste van de geniale chemie tussen die twee.

Way Out West (1937)

Genre: absurdistische komedie

Regie: James W. Horne

Met: Stan Laurel, Oliver Hardy, James Finlayson, Rosina Lawrence, Sharon Lynn e.v.a.

64 minuten

Oscarnominatie voor Marvin Hatley (filmmuziek)

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden