Paul Scheffer

Zeven jaar na zijn profetische essay, Het multiculturele drama, blikt PAUL SCHEFFER (53) terug. 11 september, Fortuyn, Van Gogh het moest allemaal nog gebeuren....

Toen hij nog jong was, fantaseerde hij al over een werkkamer. Die moest er ongeveer uitzien zoals hij er nu uitziet: een grote, lichte ruimte met een omvangrijk bureau, duizenden boeken, cd’s, schilderijen. Het is de plek waar hij zichzelf elke dag ‘als een Baron von Münchhausen aan zijn eigen haren omhoog moet trekken’.

De wereld verkennen en zijn ervaringen en inzichten in deze kamer in woorden gieten, zich ongebonden en belangeloos wijden aan het schrijven; een mooiere manier van leven kan Paul Scheffer zich niet voorstellen. Na het opstaan brengt hij de dag in kaart en dan bedenkt hij hoe de rest van de week eruit komt te zien. Een agenda die voor maanden vol staat? Een nachtmerrie.

Hij vertrouwt erop dat hij zich nooit zal laten verleiden door de macht. Toch heeft hij ooit overwogen de politiek in te gaan. In de jaren negentig stelde hij zich kandidaat voor de Tweede Kamer en twee jaar geleden speelde hij met de gedachte zich op te werpen al lijsttrekker van de PvdA. Beide keren deed hij het niet. Zijn partijgenoot wijlen Schelto Patijn had gelijk: hij is niet het type om zich te voegen in het stramien van welke partij ook. ‘Jij moet dat helemaal niet doen’, had Patijn gezegd toen Scheffer met een verkreukeld jasje en enigszins verwaaid het statige kantoor van de toenmalige Commissaris van de Koningin van Zuid-Holland binnenviel om hem te vragen wat hij vond van zijn kandidatuur voor de Kamer. ‘Als ik jou zie binnenkomen, zie ik iemand die een en al vrijheidsdrang ademt.’

Maar zeg niet dat hij geen verantwoordelijkheid neemt. Ook schrijven over de eigen tijd en samenleving is verantwoordelijkheid nemen. Begin deze maand verscheen Het land van aankomst, een gedegen boek over immigratie en integratie in Nederland, andere Europese landen en de VS. Het is een vervolg op zijn zeven jaar geleden in NRC Handelsblad gepubliceerde essay Het multiculturele drama, waarin hij stelde dat in Nederland hele generaties immigranten ‘onder het mom van tolerantie worden afgeschreven’.

De laatste zin van het essay luidde: ‘Het multiculturele drama dat zich voltrekt is de grootste bedreiging voor de maatschappelijke vrede.’ De revolutie van Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh waren toen nog toekomst. Scheffers ‘drama’ veroorzaakte een schokgolf; een Kamerdebat, felle polemieken en een niet zelden pijnlijke scheiding tussen voor- en tegenstanders volgden.

In de werkkamer van zijn huis aan de rand van de Pijp in Amsterdam vertelt Scheffer zorgvuldig formulerend, losjes gekleed, blote voeten in de schoenen dat hij zich aan het schrijven van het essay had gezet nadat hij had gemerkt dat zijn verdraagzaamheid en die van anderen afbrokkelde. ‘Je wordt geconfronteerd met agressie van Marokkaanse jongeren. Ik heb een paar keer snel weg moeten wezen om niet in elkaar geramd te worden. Om dan te denken: leuk dat die jongeren er zijn’

En er was de morele vraag die zich opdrong door het uiteengroeien van ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen. Naar welke school stuur ik mijn kind? Het werd een basisschool met overwegend blanke leerlingen. Inmiddels zit zijn dochter op een middelbare school waar de helft van de leerlingen van buitenlandse afkomst is, maar Scheffer maakt dit niet ‘glorieuzer’ dan het is: zij werd uitgeloot voor het overwegend ‘blanke’ Barlaeus-gymnasium.

Voelde u zich schuldig toen uw dochter naar een ‘blanke’ basisschool ging? ‘Absoluut niet. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik mij daarvoor moest verantwoorden. Ik kan me herinneren dat Ed van Thijn tegen me zei: ‘Jij moet een voorbeeld stellen.’ Maar zorgen dat je kind het best mogelijke onderwijs krijgt is een primaire drijfveer van ouders. Je gaat niet met je kind een voorbeeld stellen. Punt.’

Is uw verdraagzaamheid de afgelopen jaren verder afgebrokkeld? ‘Nee, voor mij zijn het schrijven van het essay, het boek en de artikelen en alle debatten die ik heb gevoerd een manier geweest om mij te verzoenen met de werkelijkheid. Schrijven is een manier om iets terug te zeggen.

Je bent onderdeel van een stad die in razend tempo verandert. Door iets terug te zeggen kun je het gevoel krijgen dat je greep hebt op de situatie. Machteloosheid leidt tot wrok.’

Scheffer werd na het verschijnen van Het multiculturele drama fel geattaqueerd, ook door partijgenoten. Voormalig staatssecretaris Rick van der Ploeg zei dat ‘de Scheffers’ maar het land moesten worden uitgezet. Paul Kalma van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, schreef dat je van Scheffer via publicist Hendrik Jan Schoo bij de Oostenrijkse rechts-radicale politicus Jörg Haider terechtkomt.

Scheffer: ‘Er is veel gezegd; dat heeft me geraakt. Ik ben erdoor veranderd, mijn incasseringsvermogen is toegenomen. Ik heb geleerd bij dit soort uitlatingen te denken: het staat in geen verhouding tot mijn motieven.

‘Ik vroeg me weleens af of mensen beseften wat ze schreven. Dat geldt ook voor De Groene Amsterdammer, waar ik jaren heb gewerkt. Die schreef dat ik Filip Dewinter van het Vlaams Blok rechts had ingehaald en dat ik had gepleit voor een raszuiver Nederland.

‘Ik heb mij, mild uitgedrukt, onbehaaglijk gevoeld na de publicatie van het essay. De associatie met extreem- rechts was snel gemaakt en ik heb een halfjaar, zo niet langer, met een onveilig gevoel geleefd. Op straat werd tegen me geroepen dat het mijn schuld was wat er in Nederland was misgegaan. Ahmed Aboutaleb zei: je moet uitkijken, want je wil niet weten wat er allemaal over jou wordt gezegd in moskeeën.’

Beveiliging gevraagd? ‘Nee, ik ben nooit bedreigd in de letterlijke zin. Maar ik dacht dat de dingen die over mij werden geschreven, konden worden opgevat als een vrijbrief om een daad te stellen. Al was het maar om een steen door de ruit te gooien. Zoiets is overigens nooit gebeurd.

‘Ik heb altijd gedacht dat ik de angel uit de woede kon halen door me te laten zien, door in een zaal te gaan zitten met boze moslims. Aan het eind van dat soort sessies – ik heb er honderden achter de rug – kwamen de mensen, hoe boos ze ook waren, altijd naar me toe en zeiden dan: ‘We hebben liever iemand die probeert eerlijk te zeggen wat hij van ons denkt en zich afvraagt hoe we moeten samenleven, dan iemand die ons een schouderklop geeft en vervolgens wegloopt.’’

Waarvoor was u het meest bang: dat extreemrechts met het stuk aan de haal zou gaan, of dat u in een isolement terecht zou komen? ‘Dat laatste. Ik heb altijd gedacht dat, als politici als Dewinter zich over mijn stukken zouden ontfermen, dat van korte duur zou zijn. Want het is niet mijn bedoeling mensen uit te sluiten, maar om ze in te sluiten. Het liep ook zo: het stuk werd geadopteerd door de christendemocraten in het Vlaamse parlement, daarna door de sociaaldemocraten en twee jaar later eindigde het als een citaat in het verkiezingsprogramma van de groene partij Agalev.

‘Ik was vooral bang dat mijn aanwezigheid als iemand die serieus genomen wordt in het maatschappelijk debat ten einde was. Ik dacht: mensen geloven niet dat het stuk uit integere motieven is geschreven, nu sluit de kring van weldenkendheid. Dan sta je er ineens buiten. Zo is het met Willem Oltmans gegaan en zo gaat het wel vaker met mensen in Nederland die wat onwelgevalligs zeggen.

‘Je moet niet vergeten dat binnen de NRC een zware polemiek over het essay is gevoerd. Toenmalig hoofdredacteur Folkert Jensma was het niet eens met de inhoud van het stuk. Toen ik een taart van de hoofdredactie kreeg met een bedankbrief was die alleen ondertekend door de adjuncts. Jensma maakte op allerlei manieren duidelijk dat hij helemaal niet blij was met de discussie.’

In hoeverre is die angst voor isolement een kwestie van karakter? ‘Ik ben een sociaal type, maar niet tegen elke prijs: ik neem niets terug van wat ik heb geschreven. Als de consequentie daarvan isolement zou zijn, accepteer ik dat. Maar ik ben niet iemand voor wie het isolement een bron van brandstof is om woedende stukken te schrijven. Ik ben niet geboren om als buitenstaander te functioneren.’

In het geweld van het debat verloor hij vrienden. Maar er ontstonden ook vriendschappen, zoals met Ayaan Hirsi Ali. Ondanks hun meningsverschillen.

Hij vroeg zich af of zij niet beter naar woorden kon zoeken die ‘de afstanden wat kleiner maken’, zij vond dat je niet moest terugschrikken voor confl icten. ‘We gingen vaak fel tegen elkaar in. Dan zei zij: ‘Blijf jij nou maar met die zogenaamd gematigde moslims praten, dan praat ik wel met de fundamentalisten.’’

Na de moord op Van Gogh zou Hirsi Ali, toen VVDparlementariër, spreken in het parlement. Ze was ongelukkig met de tekst die fractieleider Van Aartsen en Neelie Kroes voor haar hadden opgesteld. Ze vond het te veel partijpolitiek, te klein. Telefonisch maakte ze een afspraak met Scheffer om te praten over een betere tekst.

Scheffer: ‘Wat er toen gebeurde, was voor mij zo’n treffend beeld van Nederland op dat moment: er kwam een geblindeerde auto voorrijden die mij zou meenemen naar een onbekende plek. Het bleek een politiekazerne te zijn, niet ver hiervandaan. Zij zat daar in haar eentje in die grote wachtruimte, met al die beveiliging. We hebben daar uren gepraat. Uiteindelijk heeft zij zelf haar woorden gekozen.

‘Ik realiseerde me dat er is iets wezenlijks was veranderd in Nederland. Iedereen dacht dat de vrijheid van meningsuiting en het gevoel van onkwetsbaarheid vanzelfsprekend waren. Maar dat bleken ze niet meer te zijn. Dat ik in mijn eigen stad in een geblindeerde wagen naar een kazerne werd gebracht, dat daar een lid van het parlement zat* de beklemming daarvan heeft op mij een blijvende indruk achtergelaten.’

Verviel u door deze ervaringen niet in somberheid of cynisme? ‘Dat past niet in mijn karakter. Cynisme is een gebrek aan nieuwsgierigheid. Ik had wel voor het eerst het gevoel dat er echt iets op het spel staat. Dat er iets te verdedigen is.’

Critici zeiden dat Hirsi Ali de spreekbuis was van een groepje blanke intellectuelen, waartoe u ook zou behoren. ‘Mag ik bezwaar aantekenen tegen het woord ‘blank’. Alsof je denkt vanuit je huidskleur. Ayaan is van niemand, ook niet van de zogenaamde blanke intellectuelen. Het is zo’n kleinering. Alsof zij niet in staat is haar eigen leven vorm te geven.’

Had u invloed op haar? ‘Ik zal ongetwijfeld enige invloed hebben gehad, net als anderen. Omgekeerd ook. Maar ik ken weinig mensen die zo het lot in eigen hand hebben genomen.’

Is Hirsi Ali moediger dan u bent? ‘Toen ik het idee had even onder de bank te gaan zitten omdat de storm te hard werd – al ben ik er wel altijd op uit getrokken – dacht zij: ik word beveiligd en nu kan ik echt zeggen wat ik denk.’

Paul Scheffer (53), de jongste van drie kinderen, komt uit een liberaal gezin, waarin waarde werd gehecht aan intellectuele ontwikkeling. Zijn enkele jaren geleden overleden vader was stedenbouwkundige, zijn moeder lerares op een montessorischool. Eigentijdse schrijvers in de boekenkast, abonnement op De Groene Amsterdammer. Scheffer heeft zich naar eigen zeggen thuis altijd beschermd gevoeld. Daarom is het opmerkelijk dat hij het ouderlijk huis al op zijn 14de verliet.

‘Tsja, ik was onhandelbaar, weerbarstig. Als ik het gevoel krijg dat iemand met mij aan het schuiven is, komt er een gevoel van opstandigheid los.’

Zijn moeder had ‘haar strenge momenten’, maar Scheffer is haar nog steeds dankbaar dat ze hem naar de Werkplaats van Kees Boeke, een school met een grote mate van individuele vrijheid, heeft gestuurd. Hij kwam in een gastgezin, waar het er traditioneler aan toeging dan bij hem thuis. ‘Ik heb daar veel geleerd, al was het maar dat ik moest aanpassen. Toch heb ik altijd gedacht: ik ben altijd aan mezelf overgeleverd en dat wil ik ook zijn.’

De afgelopen jaren heeft Scheffer zich verdiept in het leven van zijn grootvader van moeders kant, de in Duitsland geboren filosoof Herman Wolf. Die kwam als jongetje naar Amsterdam, waar hij in 1942 overleed. Scheffer zegt in de boeken van zijn grootvader thema’s te hebben ontdekt die hem zelf ook bezighouden: nationale identiteit, de ontsporing daarvan, de kwetsbaarheid van het humanisme.

Die grootvader, die hij nooit had gekend, werd hem door zijn moeder als voorbeeld voorgehouden. Wolf had twaalf filosofische werken op zijn naam staan, kende grote auteurs als Stefan Zweig en Thomas Mann. Hun boeken met persoonlijke opdrachten voor Herman Wolf staan nu bij Scheffer in de kast.

U groeide op in de schaduw van uw grootvader? ‘Mijn moeder vroeg weleens wanneer mijn boeken nou kwamen. Dan vertelde ze dat haar vader altijd om 4 uur thuiskwam na het lesgeven, de schuifdeuren dichtdeed en dan zat te schrijven. Dan zei ze: ‘Jij hebt veel meer tijd.’

‘Soms denk je dat je tekortschiet* maar, nee, ik kan niet zeggen dat ik daardoor getraumatiseerd ben. Ik omarm het. Ik vind mijn familiegeschiedenis mooi. Voor mij is Herman Wolf een punt geworden om mijzelf mee in verband te brengen.’

Uw grootvader was joods. Speelden de joodse wortels een rol in uw jeugd? ‘Het joods-zijn niet, wel de geschiedenis. Mijn moeder had Het Parool rondgebracht, er was een onderduiker thuis. Op de dag dat mijn grootvader werd begraven, werd het dragen van de gele ster ingevoerd.

‘Bij ons thuis was veel aandacht voor discriminatie. Ik herinner me dat ik met oma Wolf door Amsterdam liep toen ik een jaar of 7, 8 was. Toen we een Surinamer tegenkwamen, zei mijn oma: ‘Kijk, daar loopt een zwarte man en jij gaat nooit iemand beoordelen op zijn uiterlijk.’ (Scheffer steekt wijsvinger op, verheft zijn stem.) ‘Nooit! Wil je dat héél goed in je oren knopen!’

Inmiddels is het oordeel over Het multiculturele drama gekanteld. Wat destijds als schokkend werd ervaren, is dat nu minder of helemaal niet meer. ‘Er zijn mensen die zeven jaar geleden zeiden dat ik het over mijzelf had afgeroepen als mij iets zou worden aangedaan, en nu zeggen: ‘Een geweldig stuk, dat was nodig.’ Wat hij van die mensen vind? Scheffer lacht. ‘Ik heb geen aanleg voor lange tenen, maar ik onthoud het wel.’

Waarom heeft Het land van aankomst zo lang op zich laten wachten? Het had toch al jaren geleden klaar moeten zijn? ‘Het zou eerst uitkomen in 2002, maar de gebeurtenissen tuimelden over elkaar heen: 11 september, de opkomst van Fortuyn, Ayaan, de moord op Van Gogh, de Deense cartooncrisis. Ik zag de laatste zin van het essay bevestigd. Ik vond dat ik, als ik een boek zou schrijven, een antwoord of het begin van een antwoord zou moeten vinden op de vraag hoe we over deze impasse kunnen heen reiken. Een boek waar niet een vermoeden van hoop in zit, vind ik onleesbaar. Het is een hele zoektocht geworden, en dan ben je al gauw een paar jaar verder.’

De duur van het schrijven bevestigt het beeld van u als eeuwige twijfelaar. ‘Ik heb lang voeding aan dat beeld gegeven door het te bevestigen. Maar het begint me eerlijk gezegd een beetje te ergeren. Ik heb toch behoorlijk veel geschreven en deelgenomen aan discussies. En, als ik iets onbescheidens mag zeggen: Ik ben niet bang geweest tegen gevestigde opinies in te gaan.

‘Voor mij is schrijven voortdurend in opstand komen tegen je eigen opvattingen. Ik heb vaak wakker gelegen. Ik heb me voortdurend afgevraagd: Klopt het? Heb ik het goede woord gevonden? Dat vind ik geen twijfelen, dat vind ik de kern van nadenken.’

Het boek maakt een optimistischer indruk dan het essay. ‘Ik wilde een brug slaan tussen een harde diagnose en een hoopvol toekomstbeeld. Je moet vertrouwen hebben in het vermogen van de open samenleving om een nieuwe godsdienst te incorporeren. Als we erin slagen de islam tot onderdeel van deze samenleving te maken, dan hebben we een geweldige voorsprong, dan zal dat een andere islam zijn geworden

‘Ik zag een patroon in de immigratiegeschiedenissen: immigranten komen, houden afstand en de ontvangende samenleving staat niet open voor veranderingen. Op den duur ontstaat contact en competitie, en dat leidt tot confl ict. Het confl ict is een teken van integratie, het laat zien dat de vraag aan de orde is: hoe gaan we samenleven? Het beantwoorden van die vraag is een zoektocht, die niet kan worden afgelegd zonder voortrekkers als Hirsi Ali en Aboutaleb.’

Betogen over de moderne mens als wereldburger zijn aan Scheffer niet besteed. Neem prinses Máxima, met die paddestoel in haar tuin – zoveel kilometer naar Buenos Aires, zoveel naar New York – die moet aangeven dat zij zich overal thuisvoelt. ‘Dan begrijp je niet dat een groot deel van de bevolking aan een plaats is gebonden, door taal, huwelijk, werk. Veel mensen sterven niet ver van het geboortehuis van hun ouders.

‘Ik vond het een voorrecht om Ayaan het huis te laten zien waar mijn moeder is geboren, iets van mijn geschiedenis. Zij zei toen: ‘Ik kan je niets van mijn verleden laten zien. Alles is kapot.’’

Scheffer staat bij vrienden bekend als een gezelligheidsdier, iemand die intens kan genieten van uitgaan, eten en drinken en graag de spot drijft, niet in de laatste plaats met zichzelf. Hoe komt het dan dat in zijn werk geen losheid, ironie is te bespeuren? Scheffer: ‘Ik kan die werkelijkheden niet makkelijk met elkaar in verband brengen. Het is een bepaald onvermogen, maar ook een keuze voor een serieuze stijl. Ik heb een vol hoofd, dus ik heb behoefte om mij af en toe te verliezen in de roes van een gezelschap.’

Een contrapunt. ‘Ja voor mij is binnen en buiten belangrijk. Fundamenteel. Misschien wel iets dat mijn denken over de wereld bepaalt. Er moeten grenzen worden overschreden, maar dat kan pas als je je eigen grenzen kent. Ik kan diep in de nacht in allerlei nare buurten in foute steden rondzwerven en denken dat mij toch niets gebeurt. Maar voor mij is de binnenwereld, hier in deze kamer, de uitvalsbasis. ‘Weet je wat ik echt verschrikkelijk vind? Lekkages. Een lekkage heft het verschil tussen binnen en buiten op. De buitenwereld komt dan naar binnen.

En daar hou ik helemaal niet van.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.