Paul Cliteur moet terug naar de collegebank

De minister is verantwoordelijk voor het Openbaar Ministerie. Het parlement moet haar controleren. Teveel politieke bemoeienis werkt echter niet, stelt Tom Schalken..

IN DE DISCUSSIE over de verhouding tussen de minister van Justitie en het Openbaar Ministerie blijkt Paul Cliteur bezeten van het heilige vuur om elke tegenstander tot in de uithoeken van vrijwel alle opiniepagina's te achtervolgen (Forum, 26 november).

Hij probeert mij voortdurend in de schoenen te schuiven dat het OM zich naar mijn opvatting, kort gezegd, als 'ongecontroleerde controleur van democratische besluiten' zou mogen profileren.

Zelfs de rechter, zegt Cliteur, blijft in onze democratie niet ongecontroleerd. Nu is uitgerekend de rechter in dit verband het meest ongelukkige voorbeeld dat hij zou kunnen noemen. Door wie wordt de rechter dan gecontroleerd? Hij is toch onafhankelijk? Of staat controle door een hogere eveneens onafhankelijke rechter nu ineens gelijk aan democratische controle?

Het is precies omgekeerd. Juist omdat de rechter onafhankelijk is, kan het OM dat niet zijn. Juist om die reden dient het OM onderworpen te zijn aan toezicht door regering en parlement.

Om het democratisch toezicht handen en voeten te geven is de minister van Justitie de bevoegdheid toegekend aanwijzingen te geven zowel ten aanzien van het algemene beleid, als in individuele zaken. Waar haalt Cliteur het vandaan telkens weer te beweren dat ik hier anders over zou denken? En natuurlijk is de minister voor het OM politiek verantwoordelijk.

De discussie is vooral terug te voeren tot de vraag waarop die politieke verantwoordelijkheid is gefundeerd en, in het verlengde daarvan, tot hoever die reikt. Cliteur doet het voorkomen of de in het verleden gegroeide regel dat de minister niet teveel in strafzaken moet interveniëren, juridisch van geen betekenis is.

Het is hem kennelijk ontgaan dat nota bene het belangrijkste fundament van onze staatsrechtelijke praktijk, de ministeriële verantwoordelijkheid, uit niets anders dan gewoonte is ontstaan. Heeft dat niets met recht te maken? Ik had al het vermoeden dat Cliteur terug naar de collegebanken moest, maar nu weet ik het zeker.

Ik wil echter de serieuze zorg van Cliteur niet bagatelliseren. Hij denkt de problemen bij het OM door meer politieke controle te kunnen oplossen. De praktijk leert dat de politiek een slecht bestuurder is. Het parlement moet de regering controleren, de regering moet zorgen voor de voorwaarden waaronder het OM zijn werk kan doen. Daarover moet de regering zich aan het parlement verantwoorden

De gedachte dat de minister zich te allen tijde met individuele strafzaken mag bemoeien, maakt de weg vrij voor oneigenlijke en dus onwenselijke politieke motieven. De controle op concrete zaken is opgedragen aan de rechter. Dat moeten we maar zo laten.

De werkelijke problemen bij het OM liggen elders. Uit diverse zogenaamde imago-onderzoeken blijkt dat het OM bij het publiek slecht ligt: rommelig georganiseerd, arrogant en wereldvreemd. Dat zijn de werkelijke gevaren. Die bestrijd je niet met meer politiek en meer interventies van bovenaf. De minister heeft nu alle bevoegdheden om veranderingen door te voeren.

Tom Schalken is hoogleraar strafrecht aan de VU in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.