Column

Paul Brill: 'Wereld is voorlopig bijveld voor Mitt Romney'

Geen fijner vermaak dan leedvermaak, zal men in het Witte Huis hebben gedacht toen de Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney aan zijn buitenlandse tournee begon en prompt deed wat hij de president pas nog had verweten: pontificaal op de tenen van een gewaardeerd bondgenoot gaan staan, schrijft Paul Brill.

Mitt Romney bij de opening van de Olympische SpelenBeeld getty

In een interview met NBC vroeg hij zich bezorgd af of Londen qua veiligheidsmaatregelen wel helemaal klaar was voor de Olympische Spelen en of de olympische gedachte volledig bezit had genomen van de Britten.

De ontboezeming zou wellicht aan de aandacht zijn ontsnapt als er niet van Britse kant met enig venijn op was gereageerd. Op een rally memoreerde burgemeester Boris Johnson dat 'this guy Mitt Romney' had betwijfeld of Londen klaar was voor de Spelen, en moedigde hij de menigte aan om luidkeels kenbaar te maken dat de Londenaren er zelf alle vertrouwen in hebben. En premier David Cameron merkte op dat het uiteraard altijd makkelijker is om Olympische Spelen te organiseren 'in the middle of nowhere' - een sardonische verwijzing naar de Winterspelen van 2002 in Salt Lake City, waarvan Romney de hoofdorganisator was.

Verbale munitie
Ach, het is natuurlijk niet meer dan een storm in een glas water, die de loop van de Amerikaanse verkiezingscampagne niet wezenlijk zal beïnvloeden. Maar het incident geeft nog eens aan hoeveel moeite het Romney kost om Barack Obama het vuur na aan de schenen te leggen op het terrein van de buitenlandse politiek.

Niet dat het de Republikein ontbreekt aan verbale munitie. Eerder deze week sprak hij een congres van oorlogsveteranen toe en in die rede betichtte hij Obama ervan Amerika's vijanden en rivalen met slappe knieën tegemoet te treden en tegelijk de relatie met vrienden en bondgenoten te verwaarlozen. Zijn buitenlandse tournee, die hem na Londen voert naar Polen en Israël, is vooral bedoeld om te demonstreren dat oude banden zullen worden aangehaald als hij in november de slag om het Witte Huis weet te winnen.

Met zijn bezoek aan Israël zal Romney zeker wel enige punten scoren bij de Amerikaanse kiezers (die overigens niet de indruk wekken erg geïnteresseerd te zijn in buitenlandse zaken). Want als wereldleider heeft Obama de meeste steken laten vallen in het Israëlisch-Palestijns conflict. Hij heeft hoog ingezet op serieuze hervatting van het vredesproces en daarbij zijn persoonlijke prestige in de strijd geworpen. Hij maakte evenwel de strategische fout om wel in Caïro te gaan oreren, maar Israël links te laten liggen. Misschien had het hoe dan ook niet geholpen, maar het gevolg was een vertrouwensbreuk, die niet meer goed kwam.

Netelig
Afgezien van dit netelige punt heeft de president redelijk bekwaam geopereerd op het wereldtoneel. Hij heeft het internationale terrorisme stevig aangepakt. De middelen, zoals de veelvuldig ingezette drones, waren niet altijd verstoken van schadelijke neveneffecten, maar feit is dat zware klappen zijn uitgedeeld aan het terreurnetwerk, met de eliminatie van Osama bin Laden als markantste wapenfeit.

Obama heeft de interventie in Irak beëindigd zonder dat het land is gedesintegreerd. In Libië heeft hij een behoedzame doch cruciale rol op de achtergrond gespeeld. Behalve in de islamitische wereld wordt overal gunstiger over Amerika gedacht dan vier jaar geleden. Je zou willen dat Rusland en China meer samenwerkingszin aan de dag leggen, maar hun (hinder)macht is nu eenmaal een taai ongerief, dat zich niet met stoere teksten laat elimineren. En ondanks Russisch en Chinees tegenstribbelen is Obama erin geslaagd om Iran verder te isoleren.

Republikeinse presidenten
Op de keper beschouwd vertoont Obama's buitenlandse politiek sterke gelijkenis met die van gematigde Republikeinse presidenten. Hij is als het ware in de voetsporen getreden van Dwight Eisenhower, George H.W. Bush en tot op zekere hoogte ook Richard Nixon. Per saldo is hij meer Realpolitiker dan wereldverbeteraar, meer pragmaticus dan idealist. Iemand die machtsontplooiing niet schuwt, maar zich ook bewust is van de - intussen nog smallere - grenzen van de Amerikaanse macht. 'Fan van het klassieke Republikeinse buitenlandbeleid? Stem Obama', luidde recentelijk een toepasselijke aanbeveling in The New Republic.

Het is bepaald niet voor het eerst dat een uitdager diplomatieke activiteit afschildert als een teken van zwakte. Bill Clinton verweet Bush senior in 1992 dat hij China te zacht aanpakte, en George Bush junior richtte een zelfde verwijt aan de regering-Clinton in 2000. Zowel Clinton als Bush kwam er in het Witte Huis achter dat China niet langer een hapklare brok is.

Wat mij opvalt is dat Romney, alle gespierde teksten ten spijt, in bijna geen enkele internationale kwestie van belang een duidelijk andere lijn in het vooruitzicht stelt dan door Obama wordt gevolgd. De houding jegens Israël zal allicht een slag draaien als de Republikein wint. Maar verder denk ik dat er in dat geval vooral sprake zal zijn van continuïteit.

Paul Brill is buitenlandcommentator voor de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden