Column

Paul Brill: 'Wegkijken in Mali komt Westen duur te staan'

Voor het Westen was het al geruime tijd duidelijk dat Mali in een neerwaartse spiraal was beland, de jihadisten infiltreerden en dat het regeringsleger te zwak was. Het draaiboek om in te grijpen, is alleen maar vager geworden, schrijft columnist Paul Brill.

Soldaten uit Benin wachten op vertrek naar Mali. Beeld AFP

In een recent artikel memoreerde globetrotter Robert Kaplan hoe hij een paar jaar geleden vanuit Timboektoe in Mali noordwaarts reisde naar een plaats genaamd Araouane. In Timboektoe was er amper iemand te vinden die hem kon vertellen wat hij daar kon verwachten. Om maar te zwijgen van functionarissen in de hoofdstad Bamako, die nog een stuk zuidelijker ligt: zij leken nooit van Araouane te hebben gehoord.

Na een tocht van veertien uur door de weerbarstige woestijn bereikte Kaplan het stadje. Het bleek een samenraapsel van vervallen huizen, waar alleen vrouwen, kinderen en oude mannen leefden. De jongere mannelijke Toearegs bevonden zich honderden kilometers verderop in de Sahara, druk bezig met het drijven van handel. Of ze dienden onder Kadhafi in Libië. De Malinese staat was volledig afwezig.

Kosmische leegte
Eenzelfde ervaring had Kaplan toen hij een keer vanuit Niamey, de hoofdstad van Niger, naar het noorden trok. Hij kwam terecht in een 'kosmische leegte' zonder enigerlei levensteken van de staat. Een blik op de kaart van West-Afrika leert dat dit geen toeval is. In alle landen die de Sahara binnen hun grenzen hebben - Mauritanië, Mali, Niger, Tsjaad - liggen de hoofdsteden zo ver mogelijk naar het zuiden. Daar wonen de meeste mensen, daar speelt zich het politieke leven af. Voor de diverse machthebbers is het weidse noorden nooit veel meer geweest dan een ongemakkelijke uitstulping, waar de Toearegs en aanverwante etnische groepen hun eigen gang gaan zonder veel acht te slaan op landsgrenzen en nationale wetten.

Het is een ingeroeste gewoonte om het Europese kolonialisme op te voeren als de kwalijke bron van de dichotomie in deze goeddeels kunstmatige staten. Wat natuurlijk tot op zekere hoogte klopt. Om te voorkomen dat de Europese mogendheden bij de exploratie van het Afrikaanse continent voortdurend met elkaar in aanvaring zouden komen, werd in 1884-'85 de Conferentie van Berlijn belegd. Daar werd Afrika verdeeld in invloedssferen, wat het startschot vormde voor de befaamde Scramble for Africa. Zo ontstond een grillig geheel van kolonies en later staten waar uiteenlopende etnische groepen werden samengevoegd of bij elkaar horende stammen juist werden gescheiden.

Koloniale erfenis
Maar we leven inmiddels in het post-post-koloniale tijdperk. Het merendeel van Afrika is vijftig tot zestig jaar onafhankelijk. Hoe zijn de Afrikaanse leiders met de koloniale erfenis omgegaan? Om te beginnen hebben ze besloten om, ondanks alle bezwaren, de bestaande landsgrenzen zoveel mogelijk intact te laten. Een herziening daarvan paste niet bij het panafrikanisme dat in de eerste periode van de onafhankelijkheid opgeld deed, en bovenal: iedereen vreesde (en vreest) voor de chaos die zou ontstaan als de staatkundige orde onderuit zou worden gehaald.

Weinig landen zijn er evenwel in geslaagd de tribale tegenstellingen achter zich te laten, ondanks de economische groei die zich de afgelopen jaren heeft voorgedaan. Mali is daarvan een goed voorbeeld. De leider van de onafhankelijkheidsbeweging en eerste president van het land, Modibo Keita, geloofde heilig in 'black power' en 'Afrika voor de Afrikanen', wat betekende dat hij nauwelijks belangstelling had voor zijn niet zo zwarte onderdanen in het noorden. Onder zijn opvolgers is daarin nauwelijks verandering gekomen.

Bijgevolg won de onafhankelijkheidsgedachte in het noorden steeds meer terrein - vorig jaar april ook letterlijk, toen de Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad (MNLA) erin slaagde om het regeringsleger uit het gehele gebied te verdrijven. Maar kort nadat de leiding van de MNLA de onafhankelijkheid had uitgeroepen, werd ze opzij gezet door een cohorte van jihadisten met een andere agenda: de op orthodoxe leest geschoeide islamisering van heel Mali.

De stembus
Het Westen heeft dit alles met een treurig stemmende lijdzaamheid gadegeslagen. Al geruime tijd was duidelijk dat Mali in een neerwaartse spiraal was beland en dat het regeringsleger te zwak was. De jihadistische infiltratie was evenmin een geheim. Nog pal voor de val van de laatste noordelijke steden hadden Franse paratroopers het tij kunnen keren, maar er waren verkiezingen in aantocht en een militaire missie werd in Parijs te riskant bevonden. Vervolgens verhief president Hollande de deemoed tot leidend principe van de Afrikapolitiek. De Amerikanen trainden wel het regeringsleger, maar wilden verder hun vingers niet branden - ook bij hen wachtte de stembus.

Nu zijn, vanwege het acute jihadistische gevaar, de Fransen alsnog in actie gekomen. Maar de missie is alleen maar moeilijker geworden. En het draaiboek vager. Een paar bondgenoten steken een helpende hand toe; de rest beperkt zich tot een geldstorting en een applausje.

Paul Brill is columnist van de Volkskrant.

 
Nog pal voor de val van de laatste noordelijke steden hadden Franse paratroopers het tij kunnen keren, maar er waren verkiezingen in aantocht en een militaire missie werd in Parijs te riskant bevonden
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden