Paul Brill: 'Voor druk op Iran is lange adem nodig'

Het Westen moet zich instellen op een langdurig embargo en niet gaan bibberen als de eigen economie ook schade ondervindt en uit Iran berichten komen over hongerende kinderen, schrijft Paul Brill in zijn wekelijkse column.

OPINIE - Paul Brill
null Beeld afp
Beeld afp

Laten we beginnen met een marxistische wisecrack. Van Groucho natuurlijk, niet van Karl, die was niet van de puntige observaties. Groucho mocht graag spotten met het krijgsbedrijf. Zo nam hij het militaire recht op de hak: 'Military justice is to justice what military music is to music.' En nog een vermaarde sneer: 'Military intelligence is a contradiction in terms.'

Het is een schimpscheut die een hernieuwde lading kreeg toen de gevreesde massavernietigingswapens van Saddam Hussein slechts bleken te bestaan in de tunnelvisie van doordravende inlichtingenmensen. Dat heeft hun geloofwaardigheid fors aangetast. En toch, heimelijk militair speurwerk, met inbegrip van infiltratie en sabotage, zou wel eens van cruciaal belang kunnen zijn om een van de grootste internationale gevaren van onze tijd het hoofd te bieden. Namelijk een nucleair bewapend Iran.

Dat gevaar was eigenlijk het belangrijkste onderwerp van gesprek tijdens het bezoek dat de Israëlische premier Netanyahu de afgelopen week bracht aan Nederland. Natuurlijk, de Palestijnse kwestie kreeg de nodige aandacht. Maar iedereen weet dat daaraan momenteel geen eer valt te behalen.

Wil ontbreekt
Netanyahu heeft weinig meer te bieden dan de geijkte prevelementen over onderhandelingen zonder voorwaarden vooraf. De politieke wil om de nek iets verder uit te steken ontbreekt. In de Israëlische publieke opinie staat een vergelijk met de Palestijnen lager genoteerd dan ooit; er gelden andere prioriteiten: veiligheid en economische vooruitgang (de groei bedroeg het afgelopen jaar maar liefst 5 procent). De Arabische wereld is vooral met zichzelf bezig. Aan Palestijnse kant blijft het streven naar eendracht eens te meer steken bij intentieverklaringen; zelfs Hamas zit in een lastig parket vanwege de opstand tegen het bewind van president Assad in Syrië, de steun en toeverlaat van de machthebbers in Gaza. De Amerikaanse bemoeienis met het Israëlisch-Palestijns conflict is altijd beperkt in een verkiezingsjaar.

En Nederland? Het kabinet-Rutte mag dan als bovengemiddeld pro-Israëlisch te boek staan en de band willen aanhalen waar andere Europese landen juist afstand bewaren, dat wil niet zeggen dat Den Haag zich kan losmaken van de gemeenschappelijke lijn. Dus ook van Nederland krijgt Israël - terecht - te horen dat de voortgaande bouw van nederzettingen een ernstige belemmering vormt voor het vredesproces. Een boodschap die beleefd wordt aangehoord en beantwoord, waarna het onderwerp is afgehandeld, mede omdat er eigenlijk helemaal geen vredesproces is. Gesprekken over een mogelijke hervatting van vredesbesprekingen zijn op dit ogenblik het maximaal haalbare.

Maar Iran is een ander verhaal. Dit is geen kwestie van going through the motions. De Israëlische vrees voor een Iraans kernwapen wordt tot op grote hoogte gedeeld door Europa. Vanwege de onzekerheid over wat het Iraanse bewind werkelijk in zijn schild voert, vanwege het gevaar van nucleaire proliferatie in het Midden-Oosten en de verhoogde spanning die dat teweeg zal brengen in de toch al instabiele regio.

De vraag is: kan Teheran, dat al jarenlang de ene na de andere VN-resolutie aan zijn laars lapt, nog worden ingetoomd zonder het risico van een uitslaande brand te lopen? Europa en de Verenigde Staten hebben hun kaarten duidelijk op aangescherpte sancties gezet. De Amerikanen hebben alle transacties met de Iraanse centrale bank in de ban gedaan en de Europeanen gaan komende week waarschijnlijk besluiten om geen Iraanse olie meer af te nemen. Ook Japan en Zuid-Korea zien om naar andere olieleveranciers. Het lijdt geen twijfel dat dit Iran flink pijn gaat doen. De Iraanse leiders maken niet voor niets zoveel misbaar.

In Nederland zei Netanyahu dat Israël de sancties een kans wil geven. Maar afgaande op wat hij verder over het Iraanse bewind zei, valt zeer te betwijfelen of hij er werkelijk in gelooft. In zijn ogen vormt een nucleair bewapend Iran een existentiële dreiging omdat het bewind, anders dan gevestigde atoommachten, zijn ideologische missie belangrijker vindt dan overleving, waardoor afschrikking slechts tot op zekere hoogte effect sorteert. Als dat zou kloppen, kan van sancties inderdaad niet veel heil worden verwacht. Want dan prevaleert het heilige doel en zal het bewind de economische ontberingen op de koop toe nemen, ontberingen die trouwens in de eerste plaats de bevolking zullen teisteren.

Nu denk ik dat zelfs in Iran niet alles om ideologie draait en dat ook zakelijke en persoonlijke belangen een rol spelen. Maar het is waar: dit regime zal niet snel eieren voor zijn geld kiezen. Het Westen moet zich dan ook instellen op een langdurig embargo en niet gaan bibberen als de eigen economie ook schade ondervindt en uit Iran berichten komen over hongerende kinderen. En ja, gehoopt moet worden dat spionnen en saboteurs erin slagen om het Iraanse wapenprogramma tenminste voor een paar jaar te ontregelen.

Paul Brill is redacteur van de Volkskrant

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden