Column

Paul Brill: vergeleken met Trump is zelfs Kissinger een idealist

We gaan even vijftig jaar terug in de tijd: in april 1967 greep een groep officieren de macht in Griekenland en vestigde het zogenoemde kolonelsregime, dat het tot 1974 zou uithouden. Op de dag van de coup werden diverse prominente politici en academici gearresteerd. Onder hen bevond zich Andreas Papandreou, zoon van ex-premier Georgios Papandreou (en later zelf regeringsleider).

Donald Trump tijdens zijn speech bij de inauguratiebijeenkomst op 20 januari 2017. Beeld afp

Het nieuws van zijn arrestatie kwam vooral hard aan bij de economie-faculteit van de Amerikaanse Harvard-universiteit. Papandreou had daar gestudeerd en ook gedoceerd. Hij had er veel vrienden gemaakt. Die besloten onmiddellijk in actie te komen en het lot van Papandreou aan te kaarten bij de Amerikaanse regering, liefst bij president Lyndon Johnson zelf.

Degene die dat het beste kon doen, was de beroemde Harvard-econoom John Kenneth Galbraith, die had gediend in de regering van John Kennedy en ook nog was opgetreden als adviseur van Johnson. Maar het Vietnambeleid had geleid tot een breuk tussen hem en de president, en hij voelde er weinig voor om bij het Witte Huis aan te kloppen.

Maar ja, Papandreou's leven stond misschien wel op het spel. Galbraith zette zich over zijn weerzin heen en belde met een oude kennis, onderminister van Buitenlandse Zaken Nicholas Katzenbach: of deze de president ertoe zou kunnen bewegen om iets te ondernemen voor Papandreou. Enkele uren later werd hij teruggebeld door Katzenbach, die letterlijk voorlas wat Johnson hem had doorgegeven: 'Tell Ken Galbraith that I told those Greek bastards to lay off that son-of-a-bitch whoever he is.' Enige tijd later kwam Papandreou vrij en kon hij naar het buitenland vertrekken.

Ik moest hieraan denken toen ik de inauguratierede van Donald Trump nog eens overlas. Zolang ik me kan herinneren, hebben Amerikaanse presidenten, zowel Democraten als Republikeinen, in hun inauguratieredes altijd vrijheid, democratie en de rechtsstaat als universele politieke idealen bezongen, idealen waarvan de verbreiding een opdracht is die in het dna van de Verenigde Staten ligt besloten. Maar in Trumps eerste presidentiële toespraak komen de woorden vrijheid, democratie en rechtsstaat in het geheel niet voor. Dat is misschien nog wel een scherpere breuk met het verleden dan de onverzoenlijke toon en het totaal ontbreken van een handreiking naar zijn politieke tegenstanders.

Nu weet ik wel: dat opkomen voor vrijheid en democratie was bepaald niet altijd productief en gebeurde vaak halfhartig, selectief, met johnsoniaanse grofheid (zie boven) en met een flinke dosis opportunisme. Maar het gebéúrde. Dissidenten in Moskou, Chinese intellectuelen die vonden dat hun land beter verdiende dan een eenpartijstaat, tegenstanders van Khomeini en Khamenei, vrijzinnige Egyptenaren en liberale Turken mochten verwachten dat hun strijd in elk geval de morele en soms ook feitelijke steun had van de sterkste mogendheid ter wereld.

Dat betekende iets. Soms met een ingewikkelde omweg, soms direct waarneembaar. Ik weet nog goed hoeveel indruk Ronald Reagan op Russische studenten maakte toen hij tijdens zijn bezoek aan Moskou in 1988 een rede hield aan de staatsuniversiteit en daar met al zijn oratorisch talent een ode aan de vrijheid en de menselijke creativiteit bracht.

Bij besprekingen met hun Sovjet-ambtgenoten stelden Amerikaanse bewindslieden voortdurend de mensenrechten aan de orde. Europese ministers waren daar veel angstvalliger in, deels omdat ze daarvoor het geopolitieke gewicht misten, deels omdat ze de bestaande constellatie, met Oost-Europa als Russische invloedssfeer, praktisch hadden geïnternaliseerd. Toen onze minister Max van der Stoel in 1977 naar Praag reisde en de moed had daar een ontmoeting met oppositiebeweging Charta 77 te arrangeren, kwam hem dat op menig laatdunkend commentaar van Europese bondgenoten te staan.

Met het aantreden van president Trump is het morele appèl tegen repressie nu ook verwijderd uit het Amerikaanse diplomatieke arsenaal. Elke staat gaat over zijn eigen inrichting, punt uit. Jammer maar helaas voor de democratische krachten die in de verdrukking zitten.

Sommigen zullen zeggen: dit is realisme in zijn uiterste consequentie, mede in de hand gewerkt door het Amerikaanse machtsverlies waaraan de vorige twee presidenten ieder hun eigen bijdrage hebben geleverd. Maar zelfs Henry Kissinger, de patroonheilige van het realisme, stelt in zijn boek World Order dat de Amerikaanse buitenlandse politiek niet zonder een dosis idealisme kan. 'Als niet zowel idealisme als realisme een plaats krijgt, zal het een noch het ander in vervulling gaan.'

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden