Column

Paul Brill: valt er een modus vivendi te vinden met Trump?

De Britse regering was duidelijk not amused toen Donald Trump opperde dat Nigel Farage van de UKIP een puike ambassadeur in Washington zou zijn. Een buitenlandse gezagsdrager die te kennen geeft wie Londen het best kan afvaardigen als dienaar van Hare Majesteit - dat geeft geen pas. Het zal er dan ook, om meer dan één reden, niet van komen.

Nigel Farage en Donald Trump tijdens de campagne van Trump. Trump zou Farage graag als Britse ambassadeur in Washington zien.Beeld afp

Maar Financial Times-columnist Gideon Rachman - bepaald geen fan van Farage, noch van Trump - noemde het in zijn blog eigenlijk niet zo'n raar idee. Vanwege Brexit wil Groot-Brittannië toch zo snel mogelijk aansturen op een bilateraal handelsverdrag met de Verenigde Staten? Welnu, dan helpt het als in Washington een ambassadeur zit die op vriendschappelijke voet staat met de president en die al zijn uitbundige opwachting had gemaakt in de Trump Tower voordat Theresa May aan de beurt was voor een telefonisch beleefdheidsgesprekje van tien minuten. Farage houdt bovendien van een stevig glas, dus onder zijn leiding zouden de recepties van de Britse ambassade een van de grote attracties in het diplomatieke circuit worden.

Rachmans stukje heeft een ironische ondertoon. Als puntje bij paaltje komt, zou hij ook niet in zee gaan met Farage. Maar er schuilt een serieus dilemma achter: hoe als bondgenoten van de Verenigde Staten om te gaan met de komende president, bij wie de regels van het diplomatieke spel niet hoog staan aangeschreven en die zo weinig affiniteit etaleert met de multinationale instellingen die de ruggegraat van de westerse alliantie vormen.

Tot nu toe prevaleert de hoop dat er ook met deze president wel een modus vivendi zal worden gevonden. Dat is natuurlijk het juiste uitgangspunt, moedeloosheid is een slechte raadgever. Maar het komt er wel op aan dat een correcte inschatting wordt gemaakt van Trumps werkwijze en het krachtenveld waarin hij opereert.

Om te beginnen: laten we er niet voetstoots van uitgaan dat de soep niet zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend. Zeker, er spreekt enig realiteitsbesef uit het feit dat Trump heeft gezegd dat hij Obamacare misschien ten dele wil behouden en het klimaatverdrag niet helemaal op de vuilnisbelt wil deponeren. Maar het afgeven van tegenstrijdige signalen is kenmerkend voor het trumpisme. Het gebeurde ook voortdurend tijdens de campagne.

Een betere veronderstelling lijkt me dat we met Trump in het Witte Huis een periode van onvoorspelbaarheid tegemoet gaan. In de buitenlandse politiek zal dit zich het meest manifesteren. Op binnenlands terrein vormt het Amerikaanse systeem van checks and balances een natuurlijke rem op al te buitenissige beleidswijzigingen. Maar de besluitvorming over de buitenlandse politiek is de afgelopen decennia steeds meer het domein van het Witte Huis geworden, ten koste van het Congres (en ook het State Department).

De persoonlijkheid van de president is dus een belangrijke factor, en we weten op grond van de campagne: Trump kan zeer grillig en bruusk zijn. Hij is snel op zijn teentjes getrapt en reageert verbeten op al dan niet vermeende krenkingen, zoals deze week nog eens bleek uit zijn boze reactie op een onschuldig toespraakje van de hoofdrolspeler van de musical Hamilton tot aanstaand vicepresident Mike Pence, die in de zaal zat.

In een scherpzinnige analyse legt Jeremy Shapiro, een Amerikaan die verbonden is aan de European Council on Foreign Relations, de nadruk op nog een aspect van Trumps persoonlijkheid: als zakenman denkt hij vooral in termen van deals. Zoals in zijn boek The Art of the Deal (overigens niet door hemzelf geschreven) wordt uiteengezet, draait het in onderhandelingen om het maximale resultaat voor jouw kant. Deals 'dienen het eigenbelang en gaan niet over strategische relaties'. En dus worden verwijzingen naar een gezamenlijke geschiedenis, gedeelde waarden en langetermijndoelen gezien als een zwaktebod.

Dat laatste is tot nu toe wel de teneur van de boodschappen die leidende Europese politici richting de president-elect hebben gestuurd. Ze hebben het vooral over democratie, vrijheid, menselijke waardigheid en het hoge goed van de rechtsstaat. Niets mis mee, maar om echte indruk te maken op dealmaker Trump zijn andere dingen nodig, betoogt Shapiro. Meer eenheid. Een krachtiger vuist op het gebied van defensie en veiligheid. Soeverein geduld en tactisch vernuft.

Kan het postmoderne, uit het lood geslagen Europa dat opbrengen? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant.
Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden