Column

Paul Brill: 'Obama's dilemma laat Edward Snowden koud'

Het lijkt wel of Edward Snowden niets anders kan zijn dan ofwel een gewetensvolle held ofwel een getroebleerde landverrader, schrijft columnist Paul Brill. 'Een onsje nuance zou geen kwaad kunnen.'

Wetgever Claudia Mo houdt een exemplaar van George Orwell's 1984 naast een foto van de Amerikaanse president Barack Obama en Edward Snowden tijdens een persconferentie in Hong Kong. Beeld ap

In januari 2009, een paar dagen voordat hij zou vertrekken uit het Witte Huis, organiseerde George W. Bush een lunch die qua exclusiviteit zijn weerga niet had. Te gast waren zijn opvolger Barack Obama en de drie nog levende oud-presidenten: Jimmy Carter, George Bush senior en Bill Clinton. Plaats van handeling: de kleine eetkamer naast het Oval Office. Volgens Time-redacteuren Nancy Gibbs en Michael Duffy, die een lezenswaardig boek schreven over de verhouding tussen presidenten en hun opvolgers en voorgangers (The President's Club), nam Bush aan het begin van de lunch het woord en zei, terwijl de anderen instemmend knikten, het volgende tegen Obama: 'Wij willen graag dat je slaagt. Of we nu Democraat of Republikein zijn, ieder van ons geeft intens om dit land. (...) En allemaal weten we dat het ambt groter is dan het individu dat het bekleedt.'

Er werden een paar internationale kwesties aangeroerd, maar de conversatie ging vooral over het leven in het Witte Huis en over de obstakels die elke president op zijn weg vindt. Er werden ervaringen uitgewisseld en de sfeer was bijna kameraadschappelijk.

Ook als ex-president zou Bush junior zijn hoffelijke houding tegenover Obama volhouden: tot op de dag van vandaag heeft hij in het openbaar geen woord van kritiek geuit op zijn opvolger.

Onderstroom van continuïteit
Ik memoreer die unieke lunch van januari 2009 omdat het tafereel van de broederlijk verenigde presidenten zo zeer in tegenspraak lijkt met het sterk gepolariseerde politieke klimaat in Washington. En ook met het beeld dat de vaak vinnige verkiezingscampagnes oproepen, namelijk het beeld van forse ideologische tegenstellingen. Maar uit wat Bush zei tegen Obama kan worden afgeleid dat in elk geval bij de (ex-)bewoners van het Witte Huis het besef leeft dat er een grens is aan de partijpolitieke strijd en dat het land niet is gediend met een zwak presidentschap. Wat ook maakt dat presidenten weliswaar de koers kunnen verleggen en nieuwe initiatieven kunnen nemen, maar dat er toch ook een onderstroom van continuïteit is.

Die continuïteit openbaarde zich afgelopen week op brisante wijze met de onthullingen van Edward Snowden over de grootscheepse surveillance van het internet- en telefoonverkeer door de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA. Deze praktijk, gestart onder de hoede van de regering-Bush, is de laatste vier jaar alleen maar intensiever geworden. En om dat te rechtvaardigen hanteert Obama een argument dat ook uit de mond van Bush had kunnen komen: maximale bescherming tegen terrorisme valt niet te verenigen met maximale eerbied voor de privacy van de burger. Ik wil er twee dingen over zeggen.

1. Gelet op de reacties lijkt het wel of Snowden niets anders kan zijn dan ofwel een gewetensvolle held ofwel een getroebleerde landverrader. Een onsje nuance zou geen kwaad kunnen - en het is sowieso verstandig om stellige oordelen nog even op te schorten en af te wachten hoe de hele affaire zich verder ontwikkelt. Voorlopig is er het meest te zeggen voor het oordeel van historicus Walter Russell Mead, die vorige week een lezing gaf in Den Haag en zei dat Snowden zich wel een buitensporige verantwoordelijkheid heeft aangemeten voor een 29-jarige die een bijrol vervulde in de hele afluisteroperatie.

2. Wat Obama zegt over de spanning tussen veiligheid en privacy, snijdt zeker hout. Laten we niet vergeten dat het terrorisme een reëel en vooral diffuus gevaar vormt, anders van aard dan de aanwijsbare dreiging die tijdens de Koude Oorlog uitging van de Sovjet-Unie. Waar is ook dat de surveillance een wettelijke basis heeft - althans in Amerika zelf - en door het Congres is gesanctioneerd.

Misbruik op de loer
Maar daarmee is de kous niet af. Het rechterlijk toezicht onttrekt zich bijna geheel aan publieke waarneming. Wat geheim is, is eigenlijk ook geheim. Blijkens peilingen is een meerderheid van de Amerikanen vooralsnog bereid dat te accepteren. Maar vanwege de ondoorzichtigheid van de hele operatie ligt misbruik permanent op de loer en bij een ernstige ontsporing kan de stemming snel omslaan in een land met een traditie van wantrouwen jegens de overheid.

Snowdens actie is in zekere zin zo'n ontsporing. Wat mij het meest verontrust is het grote aandeel van particuliere bedrijven in geheime staatszaken. Van de 1,3 miljoen (!) mensen die 'top secret clearance' hebben, is een derde niet in overheidsdienst. Het betekent dat op dit delicate vlak ook nog eens het profijtbeginsel een rol kan spelen.

Nog steeds geldt: liever een spiedende Amerikaan dan een Chinees of Iraniër. Maar er is alle reden om te streven naar meer transparantie, hoe lastig dat ook is in de wereld van de spionage. Wat placht Ronald Reagan ook alweer te zeggen? Trust but verify.

Paul Brill is buitenlandcommentator voor de Volkskrant.

 
Liever een spiedende Amerikaan dan een Chinees of Iraniër
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden