Column

Paul Brill: 'Italianen zijn bereid bedrog en hypocrisie door de vingers te zien'

Columnist Paul Brill ziet hoe de Italianen in hun weg naar de stembus klem zitten tussen nationale politieke mores en culturele tradities enerzijds en Europese regelgeving anderzijds. Kandidaat Monti, volgens The Economist de beste optie, maakt geen schijn van kans de grootste te worden.

Silvio Berlusconi doet weer een gooi naar het premierschap Beeld ANP

Er zullen dit weekeinde de nodige schietgebedjes worden gepreveld in diverse Europese hoofdsteden. Ook door seculier ingestelde politici, onder het motto: Rome is wel een Onzevader waard. Want Europa krijgt er een enorm probleem bij als de Italiaanse verkiezingen van zondag en maandag de oude vos Silvio Berlusconi weer aan of dichtbij de macht brengen.

Het is een scenario dat twee maanden geleden nog ondenkbaar leek. In de peilingen stond de partij van Berlusconi ver achter op de centrum-linkse coalitie van Pier Luigi Bersani. Maar met een even gloedvolle als onbeschaamde campagne, zoals alleen hij die kan voeren, heeft de 76-jarige ex-premier zich toch weer naar de voorgrond weten te dringen. Een heuse zege lijkt nog steeds een brug te ver, want il Cavaliere heeft het de laatste jaren wel erg bont gemaakt. Maar je weet het maar nooit in Italië, en het zou al verontrustend genoeg zijn als hij een resultaat boekt dat hem parlementaire hindermacht oplevert.

Verrassend? Ja, maar dan vooral voor buitenlandse waarnemers, die zich vaak verkijken op de grilligheid van het Italiaanse electoraat. Of misschien is grilligheid de verkeerde kwalificatie. Want de afgelopen vijftig jaar overziend kun je ook zeggen: rechts is nu eenmaal de dominante politieke kracht in Italië en veel Italiaanse kiezers leggen een tamelijk constante bereidheid aan de dag om pas-op-de-plaatspolitiek te belonen en bedrog en hypocrisie door de vingers te zien. Alleen onder gunstige omstandigheden - die ze zelf meestal om zeep brengt - komt de linkerzijde aan zet.

'The good, the bad and the broadly acceptable'
De Italianen hebben de keuze tussen 'the good, the bad and the broadly acceptable', schreef The Economist een week geleden. Goed is: premier Mario Monti, die met zijn zakenkabinet het land de afgelopen zestien maanden heeft behoed voor een Grieks drama. Slecht is: Berlusconi, door The Economist al vele malen afgeserveerd, helaas zonder succes. Redelijk acceptabel is: een overwinning voor Bersani, maar liefst niet groot genoeg om alleen te kunnen regeren, zodat hij een pact moet sluiten met Monti, die dan een soort superminister voor het financieel-economisch beleid zou kunnen worden.

Ik lees The Economist met plezier, maar hier gaat het wensdenken toch aan de loop met het blad. Een tweede ambtstermijn voor Monti uitroepen tot de beste optie voor Italië is net zoiets als de wens uitspreken dat het altijd mooi weer zal zijn. De bekwame professor mag dan in Brussel en Berlijn de nodige waardering oogsten vanwege zijn nuchtere inzichten, maar als politicus mist hij ten ene male de wervingskracht die nodig is om een draagvlak te creëren voor pijnlijke maatregelen die pas op termijn vrucht afwerpen. Zeker in Italië, waar het cliëntelisme nog zo welig tiert en waar je nog minder dan elders kunt volstaan met het proclameren van correcte standpunten. De haastig geformeerde partij van de premier - met de afzichtelijke naam Scelta civica con Monti per l'Italia oftewel Beschaafde keuze met Monti voor Italië - staat in de laatste peiling dan ook op de vierde plaats, nog achter de Vijfsterrenbeweging van komiek Beppe Grillo.

Bittere noodzaak
Laten we ons ook geen illusies maken over de hervormingsijver van Bersani's coalitie, ook al zal deze meer oog hebben voor de internationale standing van Italië. Die coalitie omvat ook orthodoxe linkse groeperingen die zich plegen op te werpen als koene verdedigers van verworven rechten. Maar om de structurele zwakte van de Italiaanse economie te bestrijden is een ingreep in sommige verworven rechten nu juist bittere noodzaak.

Dit is het verdriet van Italië - en van andere Zuid-Europese landen. Vóór de invoering van de euro beschikten ze over nationale beleidsinstrumenten, zoals devaluatie van de munt, om de economie op peil te houden, al was het maar tijdelijk. Dat kan niet meer. Nu moet een sanering worden doorgevoerd die op gespannen voet staat met politieke mores en culturele tradities.

Mores en tradities die nauwelijks passen in de veel kleinere bandbreedte die de Europese integratie nog toelaat. Dat Calabrië evenveel boswachters telt als heel Canada, zoals Derk-Jan Eppink in zijn column van afgelopen dinsdag vermeldde, vond de rest van Europa vroeger een curieuze Italiaanse folklore, meer niet. Maar nu zijn het ook een beetje onze boswachters geworden en willen we dat die malligheid ophoudt.

Niet alleen de Italianen, Grieken en Spanjaarden krijgen zo'n rekening gepresenteerd. Correspondent Ariejan Korteweg berichtte gisteren over de opwinding in Frankrijk over een barse brief die minister Arnaud Montebourg ontving van Maurice Taylor, baas van bandenfabrikant Titan. Deze zou een bandenfabriek in Amiens overnemen, maar zag er van af omdat hij de eisen van vakbond CGT niet wilde inwilligen. Taylor is een rasechte Republikein, maar dat wil nog niet zeggen dat zijn onaangename observaties niet ter zake zijn. Die luiden: de arbeiders werken te weinig en kosten te veel. Als hun dit wordt gezegd, halen ze de schouders op: zo gaat het nu eenmaal in Frankrijk. Taylors voorspelling: over een paar jaar zijn hier alleen nog banden uit China en India op de markt. Dit is het verdriet van Europa.

Paul Brill is columnist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden