Column

Paul Brill: 'Groeicijfers verhullen brandgevaar in Oost-Azië'

Door de constante nieuwsstroom uit de brandhaarden van het Midden-Oosten en uit de krochten van het Europese vergadercircuit zou je bijna vergeten dat er elders in de wereld ook dingen van belang gebeuren, schrijft Paul Brill in zijn wekelijkse column.

Amerikaanse marineschepen in het Pacific Rim-gebied. Beeld null
Amerikaanse marineschepen in het Pacific Rim-gebied.

En dat, alle consternatie in Brussel en Caïro ten spijt, het zwaartepunt van de internationale constellatie niet meer in deze contreien ligt, maar moet worden gezocht in de kuststaten van de Stille Oceaan, de zogeheten Pacific Rim. In elk geval op economisch terrein en geleidelijk aan ook in politiek opzicht.

Wat we hier ook onvoldoende beseffen: dat alle cruciale landen in dat deel van de wereld onderhevig zijn aan een wisseling van de wacht. Met alle onzekerheid van dien. Ga maar na. Een jaar geleden blies Kim Jong-il, Noord-Korea's 'Geliefde Leider', de laatste adem uit. Opvolger Kim Jong-un lijkt doortastender dan was gedacht, maar zit duidelijk nog niet zo vast in het zadel als zijn vader. China: na een periode waarin er achter de schermen kennelijk veel plooien moesten worden gladgestreken, gaan nu in Peking nieuwe leiders de hoogste posities innemen.

Deze maand worden er parlementsverkiezingen gehouden in Japan en enkele dagen later presidentsverkiezingen in Zuid-Korea. Met name in Japan tekent zich een machtswisseling af. Last but not least de Verenigde Staten, die immers ook een gewichtige speler op het Oost-Aziatische toneel zijn: daar is de bewoner van het Witte Huis weliswaar dezelfde gebleven, maar de aanvang van zijn tweede ambtstermijn lijkt het signaal voor nieuwe initiatieven, uit te dragen door een nieuwe minister van Buitenlandse Zaken. Een voorproefje daarvan was president Obama's reis naar Zuidoost-Azië, dat hier enigszins werd overschaduwd door de Gazacrisis, maar niet in het Verre Oosten, waar zijn tournee werd opgevat als een duidelijke indicatie van wat zijn primaire blikveld is.

Onzekerheid
Waarom gaat dat alles gepaard met zoveel onzekerheid? Omdat veel relaties in Oost-Azië onder druk staan. Neem Japan en Zuid-Korea. Lange tijd zagen de twee landen elkaar als logische bondgenoten in de regio. Maar in deze entente cordiale is duidelijk de klad gekomen, vooral door het opgelopen dispuut over het bezit van de eilandengroep Takeshima (Dokdo in het Koreaans). In Zuid-Korea, waar de herinnering aan de Japanse bezetting nog altijd een nationale zenuw raakt, zijn de anti-Japanse sentimenten hoog opgelaaid. De verwijdering kan zich gemakkelijk voortzetten als na de verkiezingen in Tokio de nationalistische LDP-voorman Shinzo Abe aan de macht komt en in Seoul de linkse oppositieleider Moon Jae-in het presidentschap verovert.

Maar de twee voornaamste bronnen van onzekerheid zijn toch China en Noord-Korea. Om met China te beginnen: vrijwel alle Aziatische buurlanden breken zich het hoofd over de vraag hoe ver de Chinese aspiraties reiken. Eist Peking simpelweg de leidende rol op die past bij de op één na sterkste mogendheid ter wereld? Of heeft het zijn zinnen gezet op volledige hegemonie in de wijde omtrek? De krachtige opvoering van het militaire potentieel, vooral ter zee, en de ongenaakbaarheid die China etaleert in de vele territoriale conflicten, doen het ergste vrezen.

De bezorgdheid is het grootst in Japan, dat een direct verband ervaart tussen China's opkomst en zijn eigen relatieve achteruitgang. Tijdens een recent bezoek aan Japan vroeg ik aan al mijn gesprekspartners wat ze zagen als grootste bedreiging, en steevast luidde het antwoord: China. Van de weeromstuit wordt weer meer aangeschurkt tegen de VS als beschermheer. Maar dat gebeurt toch ook weer met een zekere besmuiktheid, want alleen al om economische redenen wil men in Tokio niet de indruk wekken dat er een anti-Chinese alliantie in de maak is.

Dan Noord-Korea. Al jaren wordt door kenners verkondigd dat het regime in Pyongyang, ondanks zijn brute repressie en nucleaire stok achter de deur, op termijn zal bezwijken. Maar ja, wat is die termijn? En is er wel een reële kans op een soft landing à la Birma, zoals sommigen hopen? Want als dat niet gebeurt, is Noord-Korea in potentie een levensgevaarlijk kruitvat in een regio waar de belangen op dit punt zo duidelijk uiteenlopen. China is het meest gebaat bij de status quo: het vreest een massale vluchtelingenstroom als het misgaat in Noord-Korea, en het wenst geen Koreaanse hereniging onder auspiciën van Seoul. De VS en Japan vrezen juist een Chinees dictaat. Zuid-Korea streeft in beginsel naar hereniging, maar is ook beducht voor een forse economische terugslag als het pardoes het noorden moet redden.

Het opstellen van een gezamenlijk scenario voor het geval dat het laatste stalinistische bastion ineenstort, zou natuurlijk wel in ieders belang zijn. Maar dat is nog een brug te ver in deze regio, die zich zo graag laat voorstaan op haar praktisch vernuft als het om de economie gaat.

Paul Brill is columnist voor de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden