Column

Paul Brill: 'Europese Unie betaalt hoge prijs voor wensdenken'

Het is inmiddels een vertrouwd, maar daarom niet minder onzalig patroon in de Europese politiek: er wordt een kloeke stap richting integratie gezet, maar na een x-aantal jaren moet worden vastgesteld dat die onverantwoord was, schrijft buitenlandcommentator van de Volkskrant Paul Brill.

Een Cyrpiotische agent tegenover demonstranten in Nicosia, gisteren.Beeld reuters

De wereld heeft de laatste tijd veel weg van een calamiteitengrossier, die elke week een nieuwe crisis in de aanbieding heeft. Twee weken geleden werden we opgeschrikt door het, zelfs voor Noord-Koreaanse begrippen, uitzonderlijke sabelgerinkel - of beter: bomgedonder - uit Pyong-yang. Afgelopen week keerde de eurocrisis terug van nooit helemaal weggeweest, gechaperonneerd door de euroministers van Financiën en het Cypriotische parlement. Zelfs het bezoek van president Obama aan Israël, waarover van tevoren zo veel te doen was, werd er - althans in Europa - door overschaduwd.

Of en hoe Europa zich uit deze zoveelste penibele situatie weet te redden, is nog niet duidelijk op het moment dat ik dit schrijf. Maar er vallen wel een paar kanttekeningen te maken bij het verdriet van (en over) Cyprus.

Altijd al geweten
1. De eerste salvo's in de controverse over het financiële reddingsplan voor het eiland waren nog niet afgevuurd of de experts en ook diverse politici kwamen ons vertellen dat ze altijd al hadden geweten dat het een keer mis moest gaan met Cyprus. Een financiële sector die veel te groot is geworden gezien de omvang van het land en een belastingregime dat disproportionele voordelen biedt in vergelijking met andere lidstaten van de Europese Unie. Trouwens, Cyprus had eigenlijk niet tot de EU mogen worden toegelaten zolang het conflict tussen Grieks-Cyprioten en Turks-Cyprioten niet was opgelost middels een door beide partijen goedgekeurd akkoord.

Het is inmiddels een vertrouwd, maar daarom niet minder onzalig patroon in de Europese politiek: er wordt een kloeke stap richting integratie gezet, maar na een x-aantal jaren moet worden vastgesteld dat die onverantwoord was. Helaas geldt voor de Brusselse machinerie: sadder but not wiser. Want bij een volgende gelegenheid moet de realiteitszin wederom wijken voor het wensdenken.

Nu wordt ook door voorstanders toegegeven dat de uitbreiding van de EU met tien nieuwe lidstaten in 2004 te hoog was gegrepen, maar wie destijds vraagtekens zette, werd ervan beticht geen oog te hebben voor de historische betekenis van deze operatie. Het moest en zou gebeuren. Bij de formatie van de eurozone van hetzelfde laken een pak: van meerdere kanten werd gewaarschuwd dat Italië en vooral Griekenland niet rijp waren voor de euro, maar het kwam er toch van. Bulgarije en Roemenië in de EU? Het was een publiek geheim dat beide landen niet werkelijk voldeden aan de criteria voor het lidmaatschap, maar de tekortkomingen werden met de mantel der liefde bedekt. En dan is er Turkije: alom is het besef doorgedrongen dat de omvang en de specifieke situatie van het land een te zware hypotheek leggen op volwaardig lidmaatschap van de EU, maar toch blijft men de schijn ophouden dat dit het doel is waarnaar we in Europa streven.

Reddingsplan
2. Het was onthutsend om te zien hoe snel de ene na de andere eurobobo de handen aftrok van het reddingsplan voor Cyprus toen het op forse weerstand bleek te stuiten. Inclusief ministers die aan het marathonoverleg hadden deelgenomen en hadden getekend voor het resultaat. De Franse minister van Financiën liet via een woordvoerder weten dat hij vanaf het begin tegen enigerlei heffing op spaartegoeden beneden de 100.000 euro was geweest. Zijn Oostenrijkse collega meende dat het plan onvoldragen was en dat er nog een paar uur had moeten worden doorvergaderd. Het bontst maakte de Luxemburgse premier Juncker het, de voorganger van minister Dijsselbloem als voorzitter van de eurogroep: de besluitvorming was slecht verlopen omdat hij niet langer de regie had.

Natuurlijk was het plan allesbehalve perfect. Ook schortte het aan een deugdelijke uitleg van het motief voor de heffing op kleinere spaartegoeden (waartoe vooral was besloten omdat de Cypriotische president Anastasiades zich met hand en tand verzette tegen een zwaardere aanslag op de tegoeden van meer dan 100.000 euro, zo blijkt uit een reconstructie van de Financial Times). Maar dat is geen rechtvaardiging voor het vluchtgedrag dat leden van de eurogroep etaleerden. Hier was duidelijk sprake van een gebrek aan collectief verantwoordelijkheidsbesef - wat er nog eens op duidt dat de Europese saamhorigheid maar een dun laagje is.

Nul op rekest
3. De Cypriotische minister van Financiën Sarris heeft in Moskou nul op het rekest gekregen toen hij probeerde Russische financiële steun te verwerven in ruil voor, ja in ruil voor wat eigenlijk? Hij zou een stevig Russisch aandeel in de exploratie van Cypriotische gasvelden hebben voorgesteld. Dus: terwijl het van strategisch belang is dat Europa voor zijn energievoorziening niet nog afhankelijker wordt van Rusland, ziet een kleine EU-lidstaat er geen been in om dat toch maar te laten gebeuren. Hallo Frau Merkel en monsieur Hollande, bent u daar nog?

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden