Column

Paul Brill: Brussel heeft neiging Europees project te romantiseren

Beeld de Volkskrant

Hebben gebouwen een onwillekeurige impact op de bewoners en de instellingen die erin huizen? De vraag drong zich aan me op bij het lezen van een amusant artikel op de website van Politico (Europese editie), dat een opsomming geeft van de 'twaalf mensen en dingen die de EU de das om hebben gedaan'.

Smakelijk leesvoer in de week die je wist dat zou komen: de week van de formele kennisgeving uit Londen dat het Verenigd Koninkrijk het lidmaatschap van de Europese Unie wenst te beëindigen. (Met een brief waarin de EU zo veel lof wordt toegezwaaid dat je onwillekeurig denkt: dat is een club waar je vooral bij moet horen.)

Je zou op Politico's lijst de usual suspects verwachten - van de Brusselse uitbreidingsmanie tot grootzoener Jean-Claude Juncker - maar auteur Konstantin Richter is inventiever te werk gegaan en komt met een verrassende reeks ongeluksbrengers. Te beginnen met Zeus, die zich volgens de Griekse mythologie transformeerde in een witte stier teneinde de lieftallige jonge vrouw Europa te misleiden en overmannen - en die daarmee het latere continent op voorhand voorzag van een onheilspellend 'narratief'.

Waarna een bont gezelschap volgt, variërend van Edith Cresson tot Jean-Marc Bosman. Cresson mislukte faliekant als premier van Frankrijk en mocht ter compensatie eurocommissaris worden, in welke hoedanigheid ze haar tandarts inhuurde als wetenschappelijk adviseur. Bosman is de - inmiddels totaal vergeten - voetballer die de stoot gaf tot het notoire, naar hem genoemde arrest van het Europese Hof van Justitie, dat de Europese voetbalwereld heeft opgezadeld met een paar eliteclubs en torenhoge salarissen, waardoor het hele idee van Europese integratie een slechte naam heeft gekregen.

Tot de handicaps van de EU rekent Richter ook Brussel als vestigingsplaats van de Europese instellingen. Ooit een begrijpelijke keuze, halverwege tussen de twee belangrijkste hoofdsteden van het oorspronkelijke Europa van de Zes, Parijs en Bonn. Maar de Europese wijk van Brussel met het kolossale Berlaymont-gebouw als middelpunt is altijd een tamelijk steriele biotoop buiten het hart van de stad gebleven. Het EU-hoofdkwartier mist de allure van Parijs en de intimiteit van Amsterdam. Het is onmiskenbaar het tehuis van een kunstmatig product.

Natuurlijk ontleent een institutie niet haar volle betekenis aan de architectonische omhulling. Het complex dat even buiten Brussel vijftig jaar lang dienst heeft gedaan als politiek hoofdkwartier van de NAVO, is ook bepaald geen lust voor het oog. Maar in zijn onopgesmuktheid paste het goed bij de organisatie die de NAVO al die tijd was en goeddeels nog steeds is: een militaire alliantie met een afgebakende missie, geen bondgenootschap dat almaar grotere woorden hanteert.

Die hoogdravendheid is een moeilijk bedwingbare impuls in Brussel, ook nu het Europese project zoveel averij heeft opgelopen. Kenmerkend is het stuk dat Frans Timmermans, nummer twee van de Europese Commissie, daags na de Britse echtscheidingsbrief schreef voor de Financial Times. Een Timmermans in vorm: erudiet en met gevoel voor de dramatiek van het moment. We moeten aanvaarden dat de Britten sommige dingen vanuit een ander perspectief bezien, betoogt hij. Maar dan verschijnt toch ineens weer de historische onafwendbaarheid aan zijn horizon: alle verschillen ten spijt moet Europa zich rekenschap geven van zijn 'gemeenschappelijke geschiedenis' en 'gedeelde lotsbestemming'.

Het doet denken aan Ronald Reagan en diens gevleugelde uitspraak in de verkiezingscampagne van 1980: 'You and I have a rendez-vous with destiny.' Prachtige zin - maar wat moeten we ons eigenlijk bij dat kennelijk volmaakte lot voorstellen?

Natuurlijk is er zoiets als een Europese geschiedenis. Maar de gemeenschappelijkheid is relatief en gevarieerd. De historische band van Nederland met afzwaaiend EU-lid Groot-Brittannië is veel hechter dan die met blijver Bulgarije; Portugal heeft vermoedelijk meer affiniteit met de Brazilianen dan met eurozone-partners Finland en Slovenië. De EU in haar huidige gedaante vloeit niet vanzelfsprekend voort uit het verleden. De invoering van de euro maakt geen deel uit van een sluitend scenario, maar is het gevolg van een (betwistbare) politieke beslissing.

Hiermee wil ik de betekenis van het Britse vertrek niet bagatelliseren. Het is een gevoelig verlies voor de economische en politieke weerbaarheid van Europa, waarvan de EU nu eenmaal het belangrijkste voertuig is. Ik denk dat ook de Britten er op termijn de weerslag van zullen ondervinden. Maar als ze ooit op hun schreden terugkeren, zal het zijn vanwege concrete belangen en evidente waarden, niet omwille van een lotsbestemming die in het Brusselse doolhof ligt verscholen.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.