Patrick Kluivert was in potentie de beste spits ter wereld

Hij krijgt geen adem meer. Hij is onderweg naar de zijlijn, naar het publiek. Hij loopt over van emoties, van ontlading, van enthousiasme. Zijn shirt heeft hij al omgedraaid, met de achterkant naar voren. Zo kan iedereen zien wie hier net gescoord had, wie hier Ajax tegen AC Milan op 1-0 heeft gebracht, wie hier de Champions League-finale heeft beslist. Nummer 15, Kluivert.

Patrick Kluivert lijkt te ontploffen als hij al sprintend zijn shirt probeert uit te trekken. Het zou niet lukken, maar de 18 jaar oude spits heeft wel de winnende goal gescoord.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Maar de zijlijn zal Patrick Kluivert nooit halen. Als een antilope wordt hij gegrepen door een kudde uitgehongerde, hondsdolblije teamgenoten. Bogarde, Seedorf, Davids, De Boer - en wie eigenlijk ook niet - hangen om zijn nek waardoor hij even geen adem meer krijgt. Woest slaat hij om zich heen, om zichzelf te verlossen, om zichzelf dat kleine beetje zuurstof te geven waardoor hij zelf ook van dit moment kan genieten. Zelfs Frank Rijkaard, met wie Kluivert als klein jongetje nog trots op de foto ging, krijgt een forse duw.

Met dat puntertje in de Champions League-finale tegen AC Milan lanceerde Kluivert zichzelf. Het was meer dan een geweldig begin, meer dan een droomstart. Het was een oerknal. Een succes zo omvangrijk dat Kluivert het daarna, ondanks de vele prijzen en hoogtepunten die volgden, nooit meer zou evenaren. Aan het eind van die lenteavond in Wenen hief Patrick Kluivert de beker boven zijn hoofd, de wangen nat van de tranen. Mede dankzij PSV.

Twintig jaar na Wenen

de Volkskrant blikt terug op de Champions League-winst van Ajax in 1995. Klik hier voor ons online dossier met daarin onder meer een tijdlijn met alle wedstrijdverslagen van Ajax in het Champions League-seizoen '94/'95 en een fotoserie van de finale van fotograaf Guus Dubbelman.

Een jaar eerder was Ajax namelijk heel dichtbij geweest een Braziliaans supertalent binnen te halen, maar op het allerlaatste moment koos Ronaldo Luís Nazário de Lima toch voor PSV. De Eindhovense club had betere contacten, was doortastender en had aan Romario een buitengewoon invloedrijke ambassadeur. Ronaldo ging naar PSV en Ajax stond dus niet ver voor het begin van het nieuwe seizoen met lege handen.

Maar, zo sprak Louis van Gaal aan het begin van 1994/1995, 'PSV heeft Ronaldo, wij hebben Kluivert.' Het was een - zoals we van Van Gaal inmiddels wel gewend zijn - boude opmerking, eentje die de jonge, nog ranke schouders van een net achttien jaar oud geworden talentje uit de A1 misschien nodeloos zwaar had kunnen belasten. Maar Patrick Kluivert - geboren in Amsterdam Oost en getogen in Noord, zoon van een Surinaamse vader en half-Antilliaanse moeder - maakte vanaf zijn allereerste minuten duidelijk dat niemand bij Ajax rouwig hoefde te zijn over het mislopen van Ronaldo.

Het was een halve sliding, halve volley, op een voorzet van Finidi George waarmee Kluivert aan het begin van het seizoen, in de wedstrijd om de Supercup tegen Feyenoord, zijn eerste doelpunt voor Ajax maakte. Even daarvoor had hij, na een driedubbele ééntwee met Ronald de Boer, al de bal onbaatzuchtig afgelegd op Tarik Oulida die er alleen maar tegen aan hoefde te lopen.

Het waren die twee acties - de één een combinatie van explosiviteit, kracht en techniek; de ander een demonstratie van tactisch inzicht, snelheid en teamspirit - die aan de ontkieming van zijn voetballeven een voorbode waren op wat Patrick Kluivert kon, wat hij de wereld later zou laten zien; waarom hij een van de beste voetballers van de '94/'95-generatie was en later misschien wel de beste nummer 9 van zijn tijd. Of had kunnen worden.

Patrick Kluivert kan de tranen niet onderdrukken bij het vasthouden van beker na de finale tegen AC Milan.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

In zijn eerste seizoen in de hoofdmacht Ajax scoorde Kluivert 23 keer in 38 wedstrijden. Het seizoen erna lag zijn productie nog hoger: in totaal maakte hij 26 doelpunten in 48 wedstrijden. Het jaar erna stortte het Ajax van Van Gaal in elkaar. De club werd vierde achter kampioen PSV, Feyenoord en FC Twente. Kluivert speelde in totaal maar 22 wedstrijden en scoorde daarin 8 keer; de koek bij Ajax was op en het klimaat in Nederland begon zich ook tegen de jonge spits te keren. In september 1995, een paar maanden na zijn doelpunt in de Champions League-finale, veroorzaakte Kluivert een dodelijk ongeluk waarbij de Vlaardingse schouwburgdirecteur Marten Putman om het leven kwam. Dat Kluivert op de dag van de begrafenis gewoon met Ajax tegen Feyenoord aantrad hielp zijn imago niet. Net als de vermeende verkrachtingzaak, waarvan Kluivert uiteindelijk werd vrijgesproken, de beeldvorming ook geen goed deed. Nederland was te klein en de interesse van AC Milan kwam als een bevrijding.

Samen met Edgar Davids en Michael Reiziger moest Kluivert die andere drie Nederlanders in Milaan doen vergeten. Het liep uit op een fiasco. Kluivert stond vaak op een eilandje in het behoudende systeem van coach Fabio Cappello en maakte in zijn eerste - en enige - seizoen in de Serie A 6 doelpunten in 27 wedstrijden; veel te weinig voor een spits van AC Milan. Er kwam een telefoontje uit Manchester. Of Kluivert niet voor United wilde spelen? Nee bedankt, hij wilde het liever nog een jaar in Italië proberen.

Dat was het plan. Maar toen Louis van Gaal Kluivert vroeg naar Barcelona te komen, hoefde hij daar niet lang over na te denken.

Daar, in de zachtzilte Mediterraane lucht van Barcelona, tegen de vrolijke achtergrond van de kleurrijke mozaiek van Gaudi en onder de imponerende, maar warme vleugels van Louis van Gaal, bloeide Kluivert weer helemaal op. Hij was jong, fit, gretig en kwam terecht in een team dat wilde voetballen, wilde aanvallen.

Kluivert maakte in zijn eerste seizoen als helft van het koningskoppel met Rivaldo 15 doelpunten in de Primera División. In zijn tweede seizoen bij de vernederlandste Catalanen maakte hij er 25. Kluivert beleefde bij Barcelona zijn finest moment als voetballer.

Kluivert en Jari Litmanen juichen na de goal van Kluivert in een eredivisiewedstrijd tegen Feyenoord in 1997.Beeld ANP

In totaal vond hij 118 keer het net, het ene doelpunt mooier dan het andere. Er was een wonderschone actie in de Champions League tegen FC Porto waarbij Kluivert een lange bal met rechts dood legde en vervolgens met zijn linkervoet, achter zijn standbeen langs, de bal achter doelman Hilário tegen de touwen werkte. Of de treffer tegen Mallorca, waarbij hij eerst de bal met rechts uit de lucht plukte en vervolgens met de hak van zijn voet de bal via de grond over de uitkomende keeper sloeg. Of het prachtige afstandschot tegen Sevilla, nadat hij eerst drie tegenstanders tapas liet halen.

Tegelijkertijd blonk Kluivert ook uit bij het Nederlands elftal. Ondanks de rode kaart tegen België speelde hij een goed WK in 1998, met als hoogtepunt de even snoeiharde als verlossende kopbal in de halve finale tegen Brazilië. Twee jaar later had Euro 2000, in eigen land, zijn toernooi moéten worden. Dat werd het ook bijna; Kluivert was niet af te stoppen, scoorde 5 doelpunten waarvan 3 tegen Joegoslavië en werd uiteindelijk gedeeld topscorer van het toernooi. Had hij die penalty tegen Italië in de halve finale wel raak geschoten, dan hadden we hier waarschijnlijk kunnen schrijven dat het vooral aan Patrick Kluivert te danken was dat het Nederlands elftal voor de tweede keer Europees Kampioen wist te worden.

Samen met Dennis Bergkamp vormde Kluivert een weergaloos, dynamisch en onvoorspelbaar koppel. Tussen 1994 en 2004 kwam Kluivert 79 keer voor het Nederlands elftal uit en scoorde in die wedstrijden 40 keer. Verreweg het grootste gedeelte van die doelpunten -12- maakte hij in het jaar 2000.

Toch was Kluivert geen echte goalgetter zoals Ruud van Nistelrooy en Roy Makaay dat waren. Ja, hij kon scoren en ja, hij deed dat zeker met enige regelmaat en op de meest indrukwekkende manier. Maar de grote kwaliteit van Patrick Kluivert school in zijn meevoetballen. Hij kon een bal vasthouden, een aanval opzetten en was met zijn lengte en kracht kopsterk. Kluivert was op zijn best als hij in een aanvallend systeem speelde met veel komende spelers om zich heen. Dan kon hij lekker kaatsen, combineren, eentweetjes aangaan en teamgenoten in scoringsposities brengen. We schreven net dat Kluivert in zijn eerste seizoen bij Barcelona 15 keer scoorde. Maar hij gaf in dat seizoen ook 16 assists; Kluivert kon zowel doelpunten maken als ze voorbereiden. Er zijn maar weinig spitsen die dat kunnen - laat staan willen.

Samen met Dennis Bergkamp vormde Kluivert een weergaloos, dynamisch en onvoorspelbaar koppel.Beeld ANP
Patrick Kluivert in actie tijdens de wedstrijd tegen NAC in 1996.Beeld ANP

Wat maakte Kluivert nou zo goed? Allereerst was er zijn atletische fysiek. Kluivert was groot, sterk, maar ook nog eens razendsnel. Tijdens een wedstrijdje sprinten was hij ooit rapper dan Marc Overmars. Maar al die fysieke kracht en dynamiek ging niet ten koste van de techniek. Kluivert had een zeer verfijnde balcontrole; hij kon een bal uit de lucht plukken alsof er klittenband aan zijn voetbalschoenen zat. Om diezelfde bal een moment later als een komeet tegen het net aan te hijsen. Met zijn rechte rug, trots vooruitgestoken borst en tikkeltje opgeheven kin die hij samen liet gaan met een haast nonchalante lichtvoetigheid was Kluivert de vleesgeworden droom van elke Mensendieck-therapeut.

Van de generatie '95 was Kluivert in potentie de beste voetballer. Hij was sterker dan Jari Litmanen, sneller dan Ronald de Boer, explosiever dan Nwanko Kanu en technisch begaafder dan Clarence Seedorf. Youri Mulder zei eens eind jaren 90 dat Kluivert 'op weg is de beste spits van de wereld te worden.' En inderdaad, in zijn hoogtijdagen bij Barcelona en het Nederlands elftal naderde Kluivert dat niveau.

Patrick Kluivert had een prachtige carrière, met een eindeloze hoeveelheid aan YouTube-minuten vol doelpunten, achteloze assists en weergaloze acties. Wie aan de voetballer Kluivert denkt, denkt aan die goal tegen AC Milan, aan de twee verlossende doelpunten tegen Ierland datzelfde jaar, aan het stiftje tegen Argentinië, de kopbal tegen Brazilië, de drieklapper tegen Joegoslavië, aan de wonderschone doelpunten met het blauwrode polyester van Barcelona over het oersterke lijf. Zijn schaduw hangt nog steeds boven elke spits die in het eerste van Ajax komt voetballen; in de achttien jaar sinds Kluivert de club verliet konden alleen Luis Suarez, Klaas Jan Huntelaar en Zlatan Ibrahimovic hem bij vlagen doen vergeten.

Maar wie iets langer - en kritischer stilstaat - bij de loopbaan van Kluivert, zal nog iets zien. Of beter: die zal iets niet zien. Want ondanks al die doelpunten, al die assists, de volle prijzenkast en de prachtige clubs, had er meer in gezeten. Kluivert was in potentie inderdaad de beste spits ter wereld, maar het kwam er nooit helemaal uit. Dat ligt voor een groot deel aan de domme pech van een hardnekkige knieblessure hier of een gemiste penalty daar (in 2001 werd Michael Owen Europees Voetballer van het Jaar. Had Kluivert die penalty tegen Italië benut en Nederland naar de finale geschoten, dan was die prijs zonder twijfel voor hem geweest).

Maar voor een niet onbelangrijk deel was Kluivert er zelf verantwoordelijk voor dat hij niet groter werd dan hij was. Dat hij niet de nieuwe Van Basten werd, en ook niet de nieuwe Bergkamp. Kluivert had het talent. Maar talent heeft discipline nodig om tot volledige bloei te komen. Die ijzeren wil was er nooit echt helemaal. Niet alleen op het veld was Kluivert lichtvoetig, maar ook daarbuiten. In zijn autobiografie, die in 2006 verscheen, gaat Kluivert diep door het stof voor het mislukken van het huwelijk. 'Te veel van mijn vrije tijd is opgeslokt door anderen. Ik ben geclaimd door mensen die zich mijn vrienden noemden. Ik was bang ook maar 'iets' te missen en stond overal voor open. Ik ging liever naar het casino of de film met goede bekenden dan dat ik iets leuks ging doen met Angela.'

Maar niet alleen voor zijn huwelijk had Kluivert harder moeten werken, ook zijn carrière had er baat bij gehad. In zijn boek verwijt Kluivert Nederland geen echt topsportklimaat te kennen. Maar zelf bezat hij die mentaliteit - die bijvoorbeeld Arjen Robben of Cristiano Ronaldo wel hebben - ook niet.

Kluivert protesteert tegen een beslissing van de scheidsrechter in een wedstrijd tegen Sevilla in 2003.Beeld ANP
Kluivert viert zijn doelpunt in een Champions Leaguewedstrijd tegen FC Porto in 2000.Beeld ANP

Wel wijst Kluivert naar zaakwaarnemers, de media of trainers die hem teleurstelden. Zo voelde hij zich tekort gedaan door Dick Advocaat, die hem tijdens het Europees Kampioenschap van 2004 op de bank hield - hij wijt er zelfs een heel hoofdstuk aan: 'De loze belofte van Dick Advocaat'. Maar de Kluivert van 2004 (28 jaar oud, de leeftijd waarop een spits normaal gesproken op zijn best is) was niet meer de Kluivert van vier jaar eerder. Hij worstelde met een knieblessure, oogde te zwaar. Waar Van Nistelrooij - exact even oud als Kluivert - nog zijn beste jaren zou beleven, zowel bij Oranje als op clubniveau, hobbelde Kluivert richting het eind van zijn carrière.

Eerst was er een jaar bij Newcastle United, waar hij zelden zijn niveau haalde. In de hoop dat de Spaanse zon zijn krachten zou terugbrengen zocht hij het seizoen erna zijn heil bij Valencia. Maar ook daar wilde het niet lukken. Er volgde een jaar bij PSV en daarna nog een seizoen bij Lille in Frankrijk. In 2008 - 31 jaar oud - vertrok hij ook daar met stille trom. Het was de laatste club van Kluivert. Pas twee jaar later, in een interview met het tijdschrift NUsport, vertelde hij tussen neus en lippen door dat hij was gestopt met voetballen.

Zo onontkoombaar als Kluiverts loopbaan als voetballer eens ontvlamde, zo zachtjes doofde hij nu uit, als een kampvuur op een strand waar iedereen bij is weggelopen.

En toch. Vorige zomer, tijdens het WK, was hij daar ineens weer. Als assistent zat hij naast bondscoach Louis van Gaal. Hij leek nauwelijks ouder geworden en zat nog steeds op de bank alsof hij ieder moment het veld in kon rennen. Sterker nog: Kluivert begon vaak al met juichen voordat Nederland daadwerkelijk gescoord had. Dan sprong hij op van de bank, gooide zijn armen in de lucht en rende dolblij het beeld uit.

Zijn haar was wat dunner, zijn gezicht wat boller, maar het doelpunteninstinct en het jongensachtige enthousiasme waren nog precies hetzelfde als toen, die ene avond in Wenen.

Patrick Kluivert na zijn winnende goal in de Champions Leaguefinale tegen AC Milan. Frank Rijkaard knuffelt Kluivert en op de achtergrond een opgetogen Louis van Gaal.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden