Patat op een stervormig bord

In Gekkenhuizen! speelt de Franse schrijver Régis Jauffret een meeslepend spel met de lezer – die nooit weet wie van de krankzinnige personages hij moet geloven....

Om iets van de stijl van de Franse schrijver Régis Jauffret over te brengen, zou je eigenlijk een paar pagina’s moeten citeren uit de roman die nu in het Nederlands beschikbaar is. En wat voor Nederlands! Net als het Frans is het een afwisselend hink-stap-springen, huppelen en strak in de maat marcheren. Deze versie van het vertalersduo Martin de Haan en Rokus Hofstede, met de titel Gekkenhuizen!, is niet minder overdadig en explosief dan het origineel, en vliegt ook even mooi steeds nét niet uit de bocht.

Misschien is ook een korter citaat verhelderend. Dit is een advies van een moeder aan haar verse ex-schoondochter: ‘Je had liever een ander geschenk gehad, maar sieraden worden gestolen, en de kassen van verlovingsringen zijn poelen vol smerige padden. Geniet van die tranen als van een orgasme, en voel hoezeer de pijn het levensbesef verscherpt dat je onderscheidt van de doden en van mensen zoals wij, het plebs dat in papperige paren boven het grote niets bungelt, Siamezen die bijeen worden gehouden door geslachtsdaden met de kracht van gekietel, door en-ofrekeningen, leningen, roerende en onroerende speculaties, gedeelde schimmelaandoeningen, overspelige relaties en wederzijdse leugens. Innige gruwel, geur van uitgedroogde geslachtsdelen die’s ochtends al meteen rond de boterhammen en de koffie met melk hangt, en dan die vertegenwoordiger die bij je aanbelt om zijn spotgoedkope begrafenissen aan te prijzen, u betaalt maar één kist, de andere krijgt u er gratis bij, in ons bedrijf hebben geliefden een streepje voor.’

Wat een genot om te lezen. Wat een plezier moet de schrijver hebben gehad bij het componeren van deze zinnen. En wat moet het moeilijk zijn geweest ze te herschrijven in het weerbarstige Nederlands.

Régis Jauffret, geboren in 1955 in Marseille, studeerde filosofie en schreef een aantal hoorspelen voor hij in 1985 als romancier debuteerde.

Bij zijn vijfde roman kwam de belangstelling voor hem pas goed op gang omdat die aanleiding was voor een opstootje in de literaire beau monde: Jauffret werd beticht van misogynie (hij zou verkrachting verheerlijken) waardoor zelfs signeersessies bij boekhandels werden afgelast.

Het weerhield de jury van de Prix Décembre (die ook wel wordt genoemd als de tegenhanger van de aartsconservatieve Goncourt) er niet van hem enkele jaren later te onderscheiden voor Univers, univers. Deze dikke roman waarvan de vertaling voor volgend jaar staat gepland, gaat over een vrouw die wacht tot haar man thuiskomt voor het eten. Tijdens de uren die ze in ledigheid doorbrengt, vraagt ze zich vertwijfeld af of ze misschien gasten krijgen, of ze zich moet verkleden, wat haar man voor werk doet, hoe hij eruit ziet. Ze verzint voor zichzelf honderden levens compleet met kinderjaren en liefdesgeschiedenissen.

In het universum van Jauffret is alles mogelijk. Ook als de mogelijkheden diametraal tegenover elkaar staan. Voor Asiles de fous, waarvoor de schrijver in 2005 bekroond is met de Prix Femina (nu dus vertaald als Gekkenhuizen!) geldt dat ook: niets is wat het lijkt.

Het verhaal is eigenlijk vrij simpel. De relatie tussen Damien en Gisèle, allebei rond de dertig, wordt beëindigd. Niet op een normale manier: het is de vader van Damien die het in plaats van zijn zoon met Gisèle komt uitmaken.

De moeder van Damien adoreert haar slappe zoontje en strooit Gisèle met een sardonisch genoegen zout in de wonde door haar voor te houden dat Damien misschien nog wel terugkomt. Gisèle loutert zich met veel drank en beseft dat ze uiteindelijk het beste af is: ontsnapt aan dat knettergekke drietal.

Maar van deze ogenschijnlijk eenvoudige vertelling maakt Jauffret een soort interactief spel met de werkelijkheid. Door de personages om beurten aan het woord te laten, en vooral doordat ze steeds een andere versie van de gebeurtenissen geven – is Damien nu stomdronken of niet, zijn die ouders nu wel of niet bij Gisèle binnen geweest? – laat Jauffret zijn fictieve werkelijkheid telkenmale uit elkaar spatten.

De lezer wordt op hardhandige wijze geconfronteerd met het feit dat je maar een boek zit te lezen, dat de schrijver een spelletje met je speelt. Maar de uitkomst van het spel is niet gratuit. Je realiseert je dat dit het beste is wat literatuur kan doen: Jauffrets letters vormen geen wereld die parallel loopt aan onze dagelijkse realiteit, maar een totaal nieuwe wereld. Dit boek lezen betekent even flink maar aangenaam door elkaar geschud worden.

Is het Jauffret vooral om die speelse vorm te doen, en is de inhoud minder belangrijk? Hij vindt van niet. ‘Of patat nu op een rond of een stervormig bord wordt geserveerd, het blijft patat’, zegt hij in een interview. Bij een doodgewoon rond bord zul je je na afloop van de maaltijd beter die patat herinneren, bij een stervormig bord is het de vorm van het bord die je bijblijft.

Alleen zijn het in Gekkenhuizen! geen borden patat, maar bombastische zinnen over de liefde. ‘Dieven, verkrachters en moordenaars worden ooit vergeven, maar voor wie nooit heeft liefgehad zal er nooit genade zijn’, laat Jauffret Gisèle, het enige personage dat iets betrouwbaarder is dan de rest, aan het begin van zijn roman zeggen. ‘U zegt daar een heel waar ding’, luidt het antwoord. Het verleent de uitspraak de status van een motto dat geldt voor de hele roman.

De drie andere personages existeren zonder die genade, dolen rond in hun eigen wereldje, zonder in staat te zijn de ander de hand te reiken. Lijden aan een vorm van gekte. Wonen in hun eigen gekkenhuis.Wineke de Boer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.