Column

Past een minister van Financiën in het Kamerbankje?

Mocht de PvdA onder Lodewijk Asscher zo klein worden dat het in een acht partijen tellende coalitie hoogstens kan rekenen op een staatssecretariaat voor Sport, dan zal coryfee Jeroen Dijsselbloem een andere job moeten zoeken.

Dijsselbloem maakte afgelopen weekeinde een uithaal naar hebzuchtige bankiers. Beeld epa

De rode ingenieur heeft aangekondigd desnoods weer gewoon Kamerlid te willen worden. Maar daarmee zou hij een absolute uitzondering zijn. Wie minister van Financiën is geweest, wordt geroepen tot een hoge functie bij een befaamd instituut of in de top van het bedrijfsleven, kortom een baan waarvan het salaris de Balkenende-norm enkele malen overstijgt.

Enige uitzondering sinds de oorlog was Anne Vondeling, de sociaal-democraat die na de Nacht van Schmelzer in 1966 fractieleider van de PvdA werd. Nogal wat voormalige bewindslieden van Financiën werden bankier: Roelof Nelissen, Onno Ruding, Gerrit Zalm. Andere (Jan-Willem de Jager, H.J. Hofstra) kozen voor een ander bedrijf. Of ze werden meteen president van De Nederlandsche Bank (Zijlstra, Duisenberg), directeur van het IMF (Lieftinck, Witteveen), baas van een groot ziekenhuis (Wouter Bos) of premier (Willem Kok). Maar het Kamerbankje past niet erg bij de status. Het zou zijn of Max Verstappen volgend jaar terugkeert op de kartbaan.

Maar Dijsselbloem lijkt afgelopen weekeinde nogal wat aanlokkelijke deuren te hebben dichtgegooid door falende bankiers verantwoordelijk te stellen voor het opkomende populisme. Een uithaal naar hebzuchtige bankiers is voor politici net zo gemakkelijk punten scoren als een uithaal naar falende voetbalcoaches voor het kletsteam van Voetbal Inside.

Maar daarmee hebben ze nog geen gelijk. Ver voordat de kredietcrisis in 2007 uitbrak, was het populisme (Fortuyn, Farage, Le Pen) al sterk in opkomst. Zeker, bankiers gaan niet vrijuit in de kredietcrisis. Bewust werden uit winstbejag giftige producten verhandeld die de problemen hebben verergerd. Maar het echte gif is door politici in de markt gezaaid. Zij brachten de Postbank naar de beurs om de concurrentie op te stoken, lieten de megafusies toe en daagden de banken uit die maximale winstgevendheid na te streven.

Politici ook wilden dat de banken de volkshuisvesting financierden, zodat het mes kon worden gezet in de dure sociale huursector. Dit werd verder gefaciliteerd met premieregelingen, garantieregelingen en de onbeperkte hypotheekaftrek.

De banken verlekkerden zich aan de voorgehouden kluif en deden wat werd gevraagd. Ze opereerden op het scherp van de snede en vergrootten hun slagkracht. Met complexe producten als derivaten en herverpakte hypotheekobligaties draaide de markt uiteindelijk dol. Het is vreemd dat een minister die de ABN Amro privatiseerde en eigenlijk ook van SNS af wil, de oorzaak van het populisme primair bij de banken legt.

Want als dat zo is, dan heeft het populisme paarse wortels.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden