'Passie tegen passie'

Waar komt de toename van het verbale en fysieke geweld in de Nederlandse democratie vandaan? Het heeft te maken met het einde van de lange, succesvolle traditie van het neutrale en neutraliserende liberalisme, meent filosoof Theo de Wit....

De moord op Pim Fortuyn lijkt op geen enkele manier te rijmen met de vreemdzame Nederlandse democratie, zeggen velen. Politiek filosoof Theo de Wit, docent aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht, gelooft daar niet in.

Wie een verklaring wil vinden voor de aanslag, zegt hij, zal moeten erkennen dat politiek en geweld altijd en onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Er bestaat geen diepe kloof tussen het beschaafde parlementair debat en politieke moord, maar een oplopende schaal. En op die schaal is volgens hem het laatste jaar geschoven.

Dat geweld inherent deel uitmaakt van de democratie, is een stelling die De Wit onder meer ontleent aan de man die hij jarenlang bestudeerde voor zijn proefschrift: de Duitse rechtsgeleerde Carl Schmitt (1888-1985). Schmitt is omstreden. Hij staat bekend als de 'kroonjurist van de nazi's', wegens zijn verdediging van de totalitaire staat begin jaren dertig. Toch zijn zijn eerdere analyses van de politiek de laatste jaren herontdekt.

Het gaat in het bijzonder om zijn beschouwingen van het woelige, gepolariseerde klimaat van de Weimar Republiek, aldus De Wit. Schmitt trok daaruit de conclusie dat het in de politiek nooit alleen draait om rationele discussies waaruit redeljke oplossingen voortkomen. In de politiek, schrijft Schmitt, bestaat een 'onvermijdelijke ''onzakelijkheid'' van elke politieke beslissing'.

Hij bedoelde daarmee, legt De Wit uit, dat emoties en passies onherroepelijk een rol spelen in het politieke spel. Politici moeten zichzelf en hun standpunten profileren, en dat doen ze door de verschillen met hun vijanden te benadrukken. Deze afgrenzing, of 'zelfdefiniëring', is volgens De Wit altijd polemisch: de werkelijkheid wordt overdreven, ja zelfs gecreëerd, en dus geweld aangedaan. Dat is het risico en gevaar van alle politiek. Het is een legitieme, noodzakelijke vorm van verbaal geweld, zegt De Wit, maar wel een die in verschillende vormen kan voorkomen. Pim Fortuyn was een extreem voorbeeld, een meester in het creëren van een eigen werkelijkheid.

'Een van de eerste dingen die hij zei tegen de BBC was: ''Ze gaan de boel overnemen''. Een door en door polemische en zelfs paranoïde voorstelling van zaken. Dat was zijn centrale inzet. En daarmee vertelde hij wie hij was: degene die zich daartegen teweer stelde. Die Nederland ging redden van een dreigende bezetting. Het was een religieuze of quasi-messiaanse gedachte.'

Maar ook de gevestigde politiek werd verbaal gewelddadiger, aldus De Wit. 'Melkert vergeleek Fortuyn met Le Pen. Daarmee zei hij: ik stel me teweer tegen deze man. Melkert was zo bezien het spiegelbeeld van Fortuyn.'

De media kunnen de uitspraken van politici versterken of juist nuanceren, zegt De Wit. Op dit punt kent de democratie een tweede moment waarop de werkelijkheid geweld kan worden aangedaan. Matigen is de taak van de media, vindt De Wit: 'Zij moeten toetsen: waar hebben die Melkert en Fortuyn het over, wat wordt hier precies gezegd, en welke gevolgen kan het hebben?'

Of vooral de Nederlandse tv-media zich wat dat betreft aan hun opdracht hebben gehouden, noemt hij twijfelachtig. 'Want de vraag is: wat doe je als je politici vraagt hun standpunten in twee zinnen samen te vatten? Hoe korter de statements, hoe meer het geweld van de interpretatie wordt gevoed.'

Een laatste vorm van geweld die onvermijdelijk is in een democratie, is volgens De Wit het fysieke geweld van de staat. 'Van de staat gaat altijd een zekere dreiging uit. Zij straft wie de regels overtreedt. Dat is de afspraak tussen burgers en de staat.' En ook op dit punt ziet De Wit een toename van geweld: de roep om law and order, meer politie op straat, strengere straffen. 'Ook daar liggen de geweldsexcessen en het onrecht altijd op de loer.'

De vraag is: waar komt die toename van het legitieme verbale en fysieke geweld in de Nederlandse democratie vandaan?

Volgens De Wit heeft dat om te beginnen met 11 september te maken. Religieuze fanatici pleegden een aanslag, die door president Bush met bijna even grote religieuze intensiteit werd beantwoord. Hij leek daarmee te gehoorzamen aan een oude les: religie is alleen met religie te bestrijden, passie alleen met passie. Op 11 september keerden met andere woorden de emoties terug in de wereldpolitiek.

Het was een moment dat in Nederland weerklank kreeg, omdat het eenzelfde ontwikkeling doormaakte. In Nederland, zegt De Wit, kwam een einde aan de lange, succesvolle traditie van het neutrale en neutraliserende liberalisme, dat politiek tot beheer probeerde te reduceren.

De Wit: 'Het liberalisme is historisch gezien gestoeld op angst. Het wantrouwt profeten, utopieën, religies. De geschiedenis leert immers dat die tot wreedheden en burgeroorlog leiden. Liberalen hebben daarom ook een weerzin tegen politieke passies, en tegen de collectieve identiteiten waaruit die passies voortkomen.'

Met die religieuze, morele en nationale groepsgevoelens onderhoudt de burger in de liberale samenleving daarom maar een minimale band. Er is een strikte scheiding tussen privé en politiek, aldus De Wit. 'De burger doet zijn ding, zoals D66 altijd wil, en is autonoom. De staat is er om hem te beschermen.'

Sinds het einde van de verzuiling hebben politici er volgens de filosoof alles aan gedaan om zo'n samenleving te creëren. En hier is het de laatste tijd misgegaan: 'Men dacht dat Nederland alleen leefbaar en tolerant kon zijn met autonome individuen. Dat is de liberale illusie die nu explodeert. Want waarom zou in een pluralistische samenleving van zelfbetrokken, maar angstige mensen de tolerantie gedijen? Waarom zou ik de ander vertrouwen als ik geen idee heb over zijn moraal, religie, levenswijze?'

De staat heeft daar allereerst schuld aan, want die voert in de ogen van velen haar beschermingstaak niet goed meer uit. 'Er zijn veel zaken die het collectief aangaan, die zijn blijven liggen.' Maar deze manier van politiek voeren ontkent ook dat er áltijd behoefte is aan passie, emotie, collectieve identificatie. En dat is haar fataal geworden.

Pim Fortuyn was 'een extreem polemische exponent' van deze ontwikkeling, aldus De Wit. 'Hij was charismatisch, bijna messianistisch. En daardoor gaf hij de mensen iemand om zich mee te identificeren, om zich af te zetten tegen die bureaucraten.' Hij markeerde 'een terugkeer van de heilspolitiek'.

Zo'n politiek is niet zonder gevaren, zegt De Wit. Het 'politieke geweldsniveau' is hoog. De politicus die overal bedreigingen ziet, 'loopt kans zelf als een bedreiging te worden gezien'.

De moord op Fortuyn valt daarom 'binnen het heersende klimaat', benadrukt De Wit. 'En natuurlijk kun je zeggen: de moordenaar was een idioot. Maar misschien was hij ook wel een spiegelbeeld van Fortuyn. Misschien had hij óók een missie in zijn hoofd: passie tegen passie, religie tegen religie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden