Passie plus het vermogen tot kijken

GEWOONLIJK laat een uitgever het recensie-exemplaar van een nieuw boek vergezeld gaan van een briefje waarin hij in een paar regels de inhoud van het boek vervat, om te eindigen met de vermelding van verschijningsdatum, ISBN, prijs van het boek en het verzoek om toezending van een bewijsexemplaar van de...

Soms maakt een uitgever meer werk van de begeleidende brief. Dan is er iets bijzonders aan de hand. Met het boek, met de auteur van het boek, met de uitgever of misschien wel met alledrie.

Zo'n brief ontving de redactie van de Volkskrant onlangs van de gerenommeerde Amsterdamse uitgeverijG.A. van Oorschot. Andere media ontvingen dezelfde brief. We citeren: 'Met gepaste trots zenden wij u hierbij De handen van de zeven zusters, een boek waar wij Noordzij twintig jaar geleden, in 1980, om hebben gevraagd. (. . .) Het boek bevat een kleine keus uit al hetgeen Noordzij de afgelopen 25 jaar schreef. Zonder twijfel hebben alle opgenomen teksten tenminste een zijdelings verband met zijn vak: schrijfkunst, letterontwerpen en typografie, maar wij menen oprecht dat hem tekort zou worden gedaan wanneer zijn boek uitsluitend als dat van een typograaf werd besproken. Daarvoor is het eenvoudig te veelzijdig.

'Bovendien vroegen wij Noordzij in de eerste plaats om zijn boek op grond van zijn stilistische kwaliteiten. Voorts vragen wij u aandacht voor de unieke omstandigheid dat bij ons weten dit het eerste boek is in de geschiedenis van de Nederlandse boekdrukkunst waarvan zowel de inhoud als de vormgeving, tot en met de keuze voor materiaal, drukker en binder aan toe, is voortgekomen uit de handen van één en dezelfde persoon.'

Menige auteur zou zich zo'n uitgever wensen.

Maar uitgever Wouter van Oorschot laat het hier niet bij. Er volgt nog een tweede brief, waarin hij expliciet schrijft dat De handen van de zeven zusters van Gerrit Noordzij 'het mooiste boek is geworden' dat hij en zijn compagnon Gemma Nefkens ooit hebben uitgegeven.

Even, heel even meenden we de verwekker van Wouter van Oorschot tegen het deksel van z'n kist te horen schoppen. Anderzijds laat de uitgever zich hier van zijn royaalste kant zien. Een boek waarover niet hij, maar de auteur zelf de algehele regie heeft gevoerd, benoemt hij tot het mooiste van zijn fonds.

Hoogste tijd dus om het boek te bekijken. Het bevat een stofomslag dat deels schuilgaat onder een buikband met deze wervende tekst, gezet in een kloeke romein: 'De inhoud van dit boek, het lettertype, de ontwerpen voor de typografie van binnenwerk, band en omslag, de ruim honderd illustraties in kleur en zwart-wit, de keuze van papiersoort, linnen, drukker en binder, alles kwam voort uit de handen van één schrijver-kunstenaar.' In cursief volgt dan nog de toevoeging: Echt gebonden, 382 bladzijden.

Dat een auteur tevens de ontwerper van zijn eigen boek is, komt vrijwel nooit voor, maar de opmerking van Van Oorschot als zou Noordzij's boek in deze een unicum zijn in de geschiedenis van de Nederlandse boekdrukkunst, is een vergissing.

Schrijvende grafisch ontwerpers als Gerard Unger en Huib van Krimpen gingen Noordzij al voor, en ronduit opzienbarend was de wijze waarop de Amsterdamse filosoof en erudiet G.J.L. Schönbeck een paar jaar geleden zijn proefschrift publiceerde. Ook hij hield alles - tot en met het ontwerp van een (Grieks!) lettertype en het los inplakken van initialen en illustraties - in eigen hand. Met als resultaat dat zijn boek belandde op de lijst van Best Verzorgde Boeken.

Zonder enige twijfel zal dat ook met Noordzij's boek gebeuren. De handen van de zeven zusters is gezet in de Ruse, een letter die Noordzij baseerde op zijn eigen handschrift. Door zijn tekst te laten zetten in vrije regelval met vaste woordspatie - Noordzij legt uitvoerig uit waarom dit de beste zetwijze is - komt de open letter prachtig tot zijn recht binnen een royaal opgezette zetspiegel. Gedrukt is het boek op Mellotex, een allesbehalve ordinaire, maar evenmin exclusieve papiersoort die wellicht in een iets gewichtiger versie had mogen worden toegepast. Dat het boek perfect gebonden is, geldt helaas in toenemende mate als een exclusief handelsmerk van Van Oorschot en wordt dan ook pontificaal op de buikband vermeld.

Merkwaardig genoeg is het colofon voor een boek als het onderhavige nogal beperkt: wie heeft de tekst gezet, hoe hoog is de oplage, welk lettertype is gebruikt - we moeten het langs andere weg aan de weet komen. En wat zal de uitgever gefoeterd hebben toen iemand hem opmerkzaam maakte op de zetfout die - in een zee van wit - het oog doet schrijnen als de lezer nota bene pagina 2 van dit met zo veel toewijding gemaakte boek opslaat.

Dan de inhoud. Met De handen van de zeven zusters bundelt de ontwerper en boekverzorger Gerrit Noordzij (1931) vooral zijn opvattingen over het vak, dat hij bovendien gedurende drie decennia doceerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Dat deed Noordzij op zo'n gedegen en aansprekende wijze dat er op het gebied van letterontwerpen een bloeiende 'Haagse School' is ontstaan, die wereldwijd aanzien geniet.

Letters zijn zijn passie en zoals het een goed docent betaamt, behandelt Noordzij niet alleen de hoofdlijn, maar probeert hij zijn lezers bij de les te houden door ook talrijke boeiende zijpaden te bewandelen. Een kleine honderd hoofdstukken en hoofdstukjes telt zijn boek. Over de gewenste breedte van tekstkolommen in een boek en waarom veel kinderboeken een veel te groot formaat hebben; over de oorzaak van woordblindheid bij kinderen; over de gelijkvormigheid van een kapitaal gezette tekst; over het & -teken, de enige letter 'die alleen voor het mooi is'; over het niet te onderschatten belang van knippen en plakken, niet met de computer, maar met schaar en lijmpot.

De titel van het boek verwijst naar een door Noordzij verricht onderzoek naar de makers van een middeleeuws handschrift. Hij weet de handschriften van de zeven nonnen die het boek calligrafeerden van elkaar te onderscheiden, dit in tegenstelling tot de hoogleraar handschrifkunde Lieftinck, die blijkbaar ooit een soortgelijk onderzoek voortijdig staakte. Het is jammer dat Noordzij zijn betoog ophangt aan de 'beroemde professor', en daarbij iets te nadrukkelijk de toon aanslaat van mij-maak-je-niks-wijs. De autodidact die Noordzij is, zet de academicus te kijk; het geeft zijn betoog iets gelijkhebberigs en vervuilt het tevens.

Zolang Noordzij zich beperkt tot zijn vakgebied, kunnen we iets van hem opsteken. Over de computer die de ontwerper meer vat op de kopij geeft; over leesbaarheid en het afbreken van woorden; over het register in een boek; over de postzegels en de rijksdaalder die hij ontwierp, en over het paspoort dat hij graag zou willen ontwerpen. Zijn dikwijls verrassende invalshoeken komen voort uit een hoogontwikkeld 'vermogen tot kijken'.

Soms ronduit pijnlijk om te lezen zijn daarentegen de filosofietjes, dagboeknotities, losse invallen, dromen, wijdlopige vertogen over de Bijbel en God, en brieven aan Willem Dijkhuis, redacteur van Het Financieele Dagblad, waarin Noordzij met het nodige aplomb theorieën ontvouwt op de vierkante centimeter. Onvermijdelijk komt dan de vraag boven waarom dit geneuzel aan 115 grams Mellotex is toevertrouwd. Omdat de uitgever het als literatuur beschouwt? Helaas, als Noordzij voor Leo Vroman wil spelen, worden zijn teksten aanzienlijk minder verteerbaar.

Misschien had hij zijn boek bij een andere en strengere uitgever moeten onderbrengen. Nu wreekt zich het feit dat tussen auteur en uitgever een wel heel nauwe band bestaat. Niet alleen is Van Oorschot (evenals diens vader) al jarenlang zijn opdrachtgever - Noordzij bepaalt in niet geringe mate het klassieke en harmonieuze uiterlijk van het fonds -, maar is er eveneens sprake van een hechte vriendschap. Dat heeft bij het maken van dit boek de blik van zowel de uitgever als de auteur annex vormgever danig vertroebeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.