Pas wanneer het leven ons tegenzit, zullen we roepen om Repelsteeltje

De pijn kwam op een dinsdagavond. Ik had gedoucht, droogde me af, keek gedachteloos naar een stapel tijdschriften onder de eettafel. En greep toen naar mijn nek. Het voelde plots of iemand zijn duim op mijn halsspier had gezet. En nu duwde, met al zijn kracht.

Ik kende deze pijn, tijdens mijn studie had ik er ook last van gehad. De klacht had toen bijna een jaar aangehouden. Maanden van fysiotherapie en training, waarin ik constant een brandend gevoel in mijn gewrichten had. Ik had lang niet aan deze periode gedacht. Maar die dinsdagavond na het douchen kwam het terug. De wanhoop die ik destijds had gevoeld, de angst dat ik nooit meer pijnloos zou kunnen schrijven, lopen, lachen, vrijen. En zo werd ik overvallen door een gedachte die ik tijdens mijn studietijd ook had gehad: wat is een leven zonder pijn toch prachtig. Ja, in het jaar dat mijn gewrichten constant brandden, leek een pijnloos bestaan me een idylle. Hoe dat bestaan er verder ook uit zou zien; zonder pijn zou álles goed zijn.

Maar toen de klachten halverwege m'n studententijd afnamen, ging ik me gewoon weer over andere dingen zorgen maken. Of het boek dat ik aan het schrijven was wel goed genoeg zou zijn. Of mijn liefde voor die ene ander wel wederzijds was. Waar ik moest wonen nu de woningbouwvereniging mijn contract had opgezegd. Dat waren de problemen die er toen het meest toe deden. En een leven zonder die problemen leek me een idylle. Hoe dat leven er verder ook uit zou zien; zonder liefdesverdriet, schrijftwijfels of woonzorgen zou alles goed zijn.

Nog steeds denk ik bij iedere nieuwe tegenslag: ik heb het leven van vóór deze tegenslag in de bek gekeken, ben onverschillig omgesprongen met mijn zegeningen en word daar nu voor gestraft. En zo dacht ik de dinsdag dat de pijn terugkwam, opeens aan het sprookje van Repelsteeltje.

In dit verhaal moet een molenaarsdochter hooi in goud veranderen voor de koning. Desperaat vraagt ze Repelsteeltje haar te helpen. In ruil voor zijn magische hulp zal ze hem haar eerste kind schenken. Repelsteeltje gaat akkoord, verandert het hooi in goud, waarop de molenaarsdochter met de koning trouwt. Repelsteeltje vergeet ze. En wanneer ze een kind heeft gekregen, weigert ze dat aan hem af te geven.

Nu heb ik zelf geregeld tot een Repelsteeltje gebeden.

Als ik nu dit proefwerk haal, zal ik nooit meer ergens om vragen. Als we nu niet neerstorten, zal ik van iedere dag genieten (en NOOIT meer in een vliegtuig stappen). Als mijn lief me nu mailt dat alles goed is, zal ik ultiem gelukkig zijn. Als de pijn in mijn nek nu verdwijnt, zal ik de rest van mijn leven dankbaar blijven.

Natuurlijk weet ik: Repelsteeltje is een mentale constructie. Sommigen noemen hem God, andere gewoon: karma. Hij/ zij/ het wordt aangeroepen in tijden van onheil, tot dat onheil voorbij is. Vervolgens wordt er niet meer aan hem gedacht. Pas wanneer het onheil terugkeert, vermoeden we dat onze Repelsteel ons straft. Omdat we hem, in afwezigheid van ellende, helemaal waren vergeten.

Nu is dat laatste niet raar. Waarom zouden we in tijden van voorspoed bij afwezige problemen stilstaan? In een weemoedige bui tellen we hooguit een keer onze zegeningen. 'Ik ben blij dat ik een huis heb', 'Ik ben blij dat ik gezond ben': het levert nauwelijks vreugde op. Blijkbaar is het lastig euforie te ontlenen aan de status quo. Wie bevredigd is, is immers verlost van een verlangen, en daarmee ontdaan van passie. Wie iets nodig heeft daarentegen, gaat branden, actief wensen om een bestaan zonder wensen.

Ja, pas wanneer het leven ons tegenzit, zullen we roepen om Repelsteeltje. Het zijn de momenten waarop we denken te weten wat geluk is, namelijk: ons leven van vóór de tegenslag. Geluk is, kortom, niet weten wat geluk is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.