Pas verworven vrijheid Umm Qasr smaakt zuur

De inwoners van de havenstad Umm Qasr in Zuid-Irak kunnen niet blij zijn met de komst van de coalitietroepen. Talrijke monden smeken om water, water, water....

Om brood dat wordt toegeworpen maar in het zand belandt, wordt gevochten. Afstoffen en opeten. Tientallen monden bedelen om water. Water, water en nog eens water. Een leger van in vodden geklede Irakezen, jong en oud, stort zich op de enkele bekers met water die bezoekers deze middag bezitten. Als blikken konden doden, dan is het wel vandaag in de Iraakse havenstad Umm Qasr.

'Saddam is weg maar het is voor ons alleen maar erger geworden', foetert vijftiger Hadi bij de ingang van het ziekenhuis. Een bebloede vinger, gehuld in verband, wijst verwijtend naar een groep Koeweitse medische hulpverleners en de Amerikaanse en Britse militairen die hen beschermen. Hadi: 'We hebben niets. Geen medicijnen, geen water, geen werk. Niets!' De menigte om hem heen knikt instemmend.

Saadi, een van de arts-assistenten in het lokale ziekenhuisje, bekijkt het tafereel met enige gêne. 'Zo'n zestigduizend mensen wonen hier in Umm Qasr. Hoe willen de Amerikanen en Britten dan in hemelsnaam gaan zorgen voor 26 miljoen Irakezen?'

Welkom in Umm Qasr, welkom in 'bevrijd' shi'itisch Zuid-Irak, onder de rook van Basra. Bekend vanwege Iraks enige diepzeehaven. Bekend ook vanwege de felle gevechten die hier in de eerste dagen van Operatie Iraqi Freedom woedden. Eerst hadden de Britten het gebied in handen, vervolgens weer niet, korte tijd later toch weer wel. Ruim twee weken geleden werd hier het laatste schot gelost, maar het stadje is er nog niet bovenop. Bevrijd zijn ze van Saddam Hussein, maar de pas verworven vrijheid smaakt zuur.

De 'Garner Boys', zoals de medewerkers van de Amerikaanse generaal b.d. Jay Garner worden genoemd die Irak moeten gaan besturen, verschenen dinsdag voor het eerst in de stoffige straten van Umm Qasr. Het havenstadje viel de eer te beurt, als een van de eerste 'bevrijde' plaatsen in Zuid-Irak, te dienen als oriëntatie-punt voor de Amerikanen voor het besturen van het na-oorlogse Irak.

Gezeten in hun spiksplinternieuwe Suburban-terreinwagens, zullen ze er geen al te best gevoel over gehad hebben. Umm Qasr staat immers voor alles wat er de laatste decennia is misgegaan in Irak. De havenplaats is getekend door ruim acht jaar oorlog met Iran - net als Koeweit hier praktisch om de hoek - de Eerste Golfoorlog, de onderdrukking door Saddam Hussein, twaalf jaar sancties en nu wederom een oorlog .

Rijdend door de verpauperde, bevuilde straten, langs de bouwvallige huisjes is het moeilijk te bevatten dat dit de belangrijkste havenstad is van de tweede olie-natie in de wereld. Umm Qasr staat voor het drama dat Irak heet.

De bevolking beklaagt zich over de gevolgen van drie weken oorlog. Een feit is ook dat zij voor het eerst in decennia weer vrijuit kan spreken. Het portret van Saddam Hussein bij de toegang tot de stad staat er nog. Er zijn drie kruizen op zijn gezicht gekrast.

Overal wordt uitbundig gezwaaid, de duim opgestoken of worden kinderen in de lucht getild als het konvooi met medische hulp van de Koeweiti's in de straten verschijnt. Twaalf trucks met zo'n twintig ton medicijnen, brancards en rolstoelen worden dezer dagen afgeleverd in Umm Qasr, Safwan en Al Zubaijah. Al dachten ze in Umm Qasr dat er water in aantocht was. Want ondanks de nieuwe waterpijplijn tussen Koeweit en het stadje, heerst er schaarste.

'Ze verkopen het water', roept een twintiger gehuld in een shirt van de Italiaanse nationale voetbalploeg. 'Sinds de Britten en Amerikanen hier zijn, zijn we het slachtoffer geworden van waterdealers die nu hun slag slaan.' Hana al Sana, een van de Koeweitse hulpverleners, luistert verbouwereerd naar een oude vrouw die voor de ingang van het ziekenhuis schreeuwend de alomtegenwoordige schaarste hekelt.

Hana: 'Rustig, rustig, het komt eraan.' Binnen hangt een bedompte geur. De schappen van de apotheek zijn vrijwel leeg. In een kamer kijkt Ali Walai (60), slachtoffer van een Brits bombardement, strak voor zich uit. Walai: 'Waarom geven de Amerikanen ons geen hulp? Er wordt zoveel beloofd maar er komt niets. Wat ik van Saddam Hussein vind? Alle westerlingen vragen mij dat. Ik zeg niks.'

Ali Akram, manager van een medisch centrum in de buurt, helpt in deze moeilijke dagen in het ziekenhuis. Hij bekijkt hoe de Koeweiti's een vrachtwagen met hulpgoederen voor de ingang parkeren. Akram: 'Elke dag moeten we tweehonderd patiënten helpen. Maar hoe doe je dat zonder water? De Britten en de Amerikanen hebben het waterleidingnet gewoon gebombardeerd. We vragen de patiënten hun eigen water mee te nemen.'

Umm Qasr juicht als rolstoelen en medicijnen naar binnen worden gedragen. De Britse majoor Rob Hannan meldt dat enkele trucks met water binnen twintig minuten in het stadje zullen verschijnen. Hannan: 'Water is er genoeg. Het probleem is de distributie.'

Een 20-jarige bewoner is tevreden. 'Bush is good!', roept hij blij. 'Saddam?' Hij maakt een schietend gebaar. 'Klik, klik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden