Column

Pas op voor Iraanse regionale ambities

De hoogste geestelijke leider van Iran, ayatollah Ali Khamenei.Beeld ap

In 1952 won de Republikein Dwight Eisenhower de presidentsverkiezingen niet in de laatste plaats door de belofte om zelf poolshoogte te gaan nemen op het weerbarstige Koreaanse strijdtoneel. 'I shall go to Korea.'

Vooral ter rechterzijde interpreteerde menig kiezer die woorden als een teken dat de man wiens naam bij uitstek was verbonden met de geallieerde overwinning op nazi-Duitsland, persoonlijk zou toezien op het ontwerpen van een nieuwe militaire strategie om het tij te keren in Korea. Dat spoorde ook met een andere Republikeinse belofte, namelijk dat de communistische overheersing van vazalstaten niet zou worden geaccepteerd.

Drie weken na zijn verkiezingstriomf ging Ike inderdaad naar Korea, waar hij evenwel rap tot de slotsom kwam dat een hernieuwd offensief een te riskante onderneming was. In plaats daarvan besloot hij het vizier te richten op het bereiken van een bestand, waarover op dat moment al onderhandelingen gaande waren. Feitelijk betekende dat een voortzetting van de koers die president Harry Truman een jaar tevoren had uitgezet. Een belangrijke overweging daarbij was dat een algehele confrontatie met China moest worden vermeden.

Ik moest aan die episode denken toen afgelopen week de gegadigden voor de Republikeinse nominatie bijna allemaal over elkaar heen buitelden om te verzekeren dat zij op dag één van hun presidentschap het nucleaire akkoord met Iran zouden opzeggen. Deze soep wordt vast niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend.

Weliswaar kan geen van de inmiddels al zestien Republikeinen die een gooi doen naar de nominatie, zich qua ervaring en statuur meten met Eisenhower, maar het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat ze na een eventuele zege inderdaad zo ver zouden gaan om het akkoord stante pede in de prullenmand te deponeren.

Of misschien moet ik het anders zeggen: ik kan me niet voorstellen dat een meerderheid van de Amerikaanse kiezers iemand naar het Witte Huis stuurt die zo lichtzinnig met een internationale verplichting omgaat. Het blokkeren van een ontwerp-verdrag, zoals het Congres meer dan eens heeft gedaan en nu weer poogt te doen, is in een democratie part of the game. Maar een Amerika waar Republikeinse en Democratische presidenten elkaars buitenlandse politiek zo snel mogelijk ongedaan maken, wordt een onberekenbare factor op het wereldtoneel. Dat past een leidende mogendheid niet.

Daarmee wil ik niet zeggen dat het akkoord met Iran louter lof en applaus verdient. Er is het nodige op aan te merken. Maar dat betreft minder de specifieke bepalingen van het akkoord dan de strategische effecten in het Midden-Oosten. Wat kernachtig onder woorden is gebracht door Jeremy Shapiro van denktank Brookings: in dit geval schuilt de duivel niet in de details.

Hoe je het ook wendt of keert, het akkoord maakt Iran tot een sterkere partij in de regio. President Obama en minister Kerry zijn zich daarvan bewust en nemen dat nadeel op de koop toe.

Ze betogen dat een nucleair akkoord eenvoudigweg onhaalbaar was geweest als Irans regionale rol - zoals de steun aan het regime van president Assad en de innige band met Hezbollah - mede tot inzet van de onderhandelingen was gemaakt. En dat een Iran dat minstens tien jaar geen kernwapen mag/kan ontwikkelen, altijd te verkiezen is boven een Iran dat zich tot niets heeft verplicht.

Daar valt veel voor te zeggen. Maar het impliceert twee dingen. In de eerste plaats dat zowel het inspectieregime als het 'snap back'-mechanisme (herinvoering van de sancties als Iran een loopje neemt met de afspraken) de toets der kritiek kan doorstaan.

Ten tweede dat er een strategisch concept wordt ontwikkeld om te voorkomen dat de spanningen alleen maar toenemen doordat de ayatollahs de politieke en financiële winst aangrijpen om hun regionale ambities met verdubbelde ijver na te streven.

Dat enige 'compensatie' gewenst is, lijkt de regering-Obama wel te beseffen. Ze spant zich onmiskenbaar in om het soennitische kamp gerust te stellen, wat onder meer heeft geleid tot stille steun aan de - weinig effectieve - Saoedische inmenging in Jemen.

Maar wat ontbreekt, is de uitdrukkelijke wil om te voorkomen dat Iran via Bagdad, Damascus en Zuid-Libanon een te grote greep krijgt op het Midden-Oosten. Die wil zal met name ook moeten worden getoond in Syrië, waar de sleutel tot de-escalatie van de spanningen in het Midden-Oosten ligt.

Zonder vrees om de sfeer rond het nucleaire akkoord te bederven, een scrupule waarvan Khamenei en de zijnen trouwens totaal geen last hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden