'Pas op, de tafel smelt'

Hoog in de Alpen staat een iglodorp. Wil Thijssen slaapt er met een warme kruik op een bed van ijs....

Het is echt waar. Midden in SkiWelt, het grootste aaneengesloten skigebied van Oostenrijk, staat een kerk van sneeuw. Schuin onder de gondelbaan. Met een altaar van ijs, twee ijsstoelen ervoor waarin schelpen en zeesterren zijn ingevroren, en een glasheldere doodskist waarin Sneeuwwitje – ijskoud – ligt opgebaard. Met, werkelijk waar, zeven kristalheldere dwergen eromheen.

‘Op 2 februari hadden we hier ons eerste huwelijk’, zegt Mädy Langhoff, gastvrouw in Alpeniglu, een iglodorp hoog in de Kitzbüheler bergen. ‘Ach nee, ik vergis me. In december, kort na de opening, is de beeldhouwer hier zelf ook getrouwd.’

De kerk is roze en blauw verlicht en doet mystiek aan. Door kleine geluidsboxjes in de sneeuwwand klinkt zachte muziek, beelden en pilaren worden bijgelicht door koudlicht-lampen die in de vloer van sneeuw zijn weggewerkt. De kerk is het sluitstuk van de rondwandeling door Iceland, een expositie van ijssculpturen in halfronde sneeuwgangen die iglo’s met elkaar verbinden. De bezoekers lopen met oorwarmers en mutsen op langs Elvis Presley en figuren uit de Lord of the Rings-trilogie, allemaal gebeiteld uit het zuiverste ijs.

Acht bouwvakkers, twaalf dagen, 3.600 kuub kunstsneeuw en 45 ton ijs waren nodig om het dorpje Alpeniglu neer te zetten. ‘Een record, want we hadden er drie weken voor gepland’, meldt eigenaar en bedenker – naar Scandinavisch voorbeeld – Benno Reitbauer, een avonturier die onder meer Parijs-Dakar op de motor aflegde en van avonturieren zijn beroep heeft gemaakt.

Hij richtte in het Duitse Esslingen een bedrijf op dat helder ijs – zonder bubbels, putten of rijp – van een halve meter dik produceert à 75 euro per strekkende meter. Het wordt verkocht voor ijssculpturen en gebruikt als decoratie in zijn iglodorp. Gasten krijgen ijsblokken waarop ze met beitels en gutsen hun beeldhouwtalenten kunnen uitleven.

De zeven iglo’s in het dorp, een bar, een restaurant, Iceland en de kerk, zijn gebouwd met levensgrote koudeluchtballonnen waar omheen houten schotten worden opgetrokken. De ruimte tussen ballon en hout wordt vol kunstsneeuw gespoten, legt de eigenaar uit. Na een nacht vorst wordt het hout weggehaald en de ballon eruit getrokken. Dan legt een elektricien leidingen aan en mag beeldhouwer Klaus Grunewald de boel versieren.

‘Hier slapen jullie’, wijst Mädy, terwijl ze het kleine hangslotje op de houten deur van Suite IV losfrummelt. Ze blaast haar vingers warm, haar woorden wasemen in de kou. In de iglo flikkeren kunstlichtjes achter een groot bed van ijs, dat is bedekt met rendiervellen waarop twee dikdonzen expeditieslaapzakken liggen, geschikt voor een temperatuur waarvan de diepvries thuis slechts kan dromen.

Onze buren zijn Sabine Liebenau en Thomas Jud. Het stel is vorig jaar getrouwd en kreeg het überromantisch igloweekend cadeau van collega’s. Voor hun iglo staan twee grote, plastic rode rozen in de maagdelijk witte sneeuw. ‘Het grote verschil tussen de honeymoonsuite en de andere iglo’s is dat Thomas en Sabine hun slaapzakken aaneen kunnen ritsen’, lacht de gastvrouw.

Rond zeven uur worden alle gasten in het restaurant verwacht. Voorbij de ijsbar, met zijn ingevroren cocktailglazen en likeurflessen, staat een gigantische, sikkelvormige tafel van ijs. Op de ‘bijpassende’ bankjes eromheen liggen rendiervellen ‘om het bevriezen van je billen te voorkomen’, grapt Mädy’s collega Nils Sandfort. Hij stelt dikke, gevoerde poncho’s ter beschikking aan gasten die het ondanks hun skikleding toch koud hebben.

Op de ijstafel staan borrelende fonduepannen boven vuurtjes, omringd door schalen groenten, vlees en sausjes in verschillende kleuren. ‘Het lijkt wel een sprookje’, zegt politieman Holger Tepe, die dit weekend met Kerstmis van zijn vriendin Kathrin cadeau kreeg.

Na een half uur fonduen haalt Nils zijn vinger door een plasje water op tafel, en waarschuwt hij zijn collega: ‘Pas op, de temperatuur stijgt, de tafel smelt’. Mädy zet de klapdeurtjes naar de bar open ‘om frisse lucht naar binnen te laten’. Het pasgetrouwde stel vraagt daarop alsnog om een tweetal poncho’s.

Na het diner volgt een fakkelwandeling door het winterlandschap, die eindigt met het smelten van marshmallows boven een kampvuur.

’s Nachts is het koud. IJskoud. Het vriest een graad of tien. We slapen in thermisch ondergoed, met wollen sokken, een muts en de warme kruik die Mädy heeft gebracht, waaromheen een rode, pluchen hoes is gewikkeld in de vorm van een hart met de opdruk Ich Liebe Dich.

Door de kier boven de deur schijnen sterren aan de wolkenloze hemel, de wind giert om onze überromantische suite. We fantaseren over aaneenritsbare slaapzakken, fondue- en kampvuren, gaskachels en centrale verwarming, en constateren dat het een lange nacht wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden