Pas op de plaats

De subsidie is gestopt, Dansgroep Amsterdam opgeheven. Choreograaf Krisztina de Châtel, de grande dame van de Nederlandse dans, is op een zijspoor gezet. Is haar tijd gekomen? Welnee, zegt ze. 'Nooit.'

Als de deur van haar appartement in het chique grachtenpand openzwaait, staat ze daar met een schoonmaakmiddel en een poetsdoek in de hand. Lange grijsblonde haren, zwarte kleding, haar vermaarde schelle lach. 'Het was zo'n bende! Gisteravond waren m'n dansers hier. Een etentje. Ze hebben de tent op z'n kop gezet.'


Choreograaf Krisztina de Châtel (69) - koningin van de minimal dance is ze wel genoemd - moppert, maar geniet vooral na. Etentjes voor 'haar' dansers geeft ze wel vaker in het grote huis dat leegte en stilte ademt ondanks (of misschien wel door) de vele moderne kunst die er hangt en staat. De nieuwste aankoop is van een jonge kunstenares uit Leipzig. Twee enorme doeken, een combinatie van houtsnede en video, waarop in zwart-wit een bosrand te zien is. Het enige verschil is de lichtval. 'Hier loop je het bos in, daar loop je het bos uit.' Het is een eenvoudig, maar gevoelsmatig krachtig beeld.


De Châtel heeft altijd alleen gewoond, maar sinds een paar weken is haar archief bij haar ingetrokken. Alles uit de studio's en kantoren van Dansgroep Amsterdam is doorgevlooid en gedigitaliseerd. Recensies, foto's, posters. Een tijdperk is definitief ten einde nu Dansgroep Amsterdam met ingang van 2013 is opgeheven; het Rijk stopte de subsidie. En aanvragen bij de gemeente Amsterdam en het Fonds Podiumkunsten werden niet gehonoreerd. De Châtel zette weliswaar in 2011 al een stap terug door het leiderschap over te dragen aan collega en generatiegenoot Beppie Blankert en plaats te nemen in een artistieke adviesraad, maar het is haar naam die aan de groep verbonden zal blijven.


Sinds 1976 heeft de Hongaarse met haar choreografieën, een stuk of zeventig in totaal, een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Nederlandse moderne dans. Ze temde de ruimte met strakke, zich herhalende patronen en bewegingen, gekleurd door minimale verschuivingen en maximale kracht. Ferme passen en draaien, gebalde vuisten, scherp opzij knikkende hoofden. Fiere lichamen die het opnamen tegen tl-buizen, windmachines en computerheldin Lara Croft. Decennialang hebben deze vlijmscherpe beelden zich in het geheugen van de Nederlandse dans genesteld.


Voor haar dansers springt ze meteen op de bres - 'het is openlijk erkend dat het niet aan hun kwaliteiten heeft gelegen!' - maar verder lijkt het De Châtel weinig te doen dat ICKAmsterdam van Emio Greco en Pieter C. Scholten het nieuwe 'stadsdansgezelschap' is geworden. 'We hebben genoeg kansen gehad, de bal ligt nu bij anderen. De directie heeft in haar toekomstplannen te veel gekozen voor choreografen uit het verleden. Dat werkt niet. Ik had het bestuur een jongere generatie geadviseerd. Sterke vrouwen als Ann Van den Broek en Nicole Beutler. Het lastige was dat die geen directeur boven zich zouden dulden. Greco en Scholten hebben talent, maar moeten nog bewijzen dat ze ook andere dansmakers echt kunnen stimuleren. Dat is belangrijk. Juist voor een gezelschap dat een centrale rol in de stad moet vervullen. Juist voor een moderne dansgroep, waar het gaat om ontwikkeling.'


Voor De Châtel persoonlijk is de opheffing geen debacle; ze gaat gewoon door. Vanaf vandaag staat in Theater Bellevue Krisztina's Keuze, een programma met werk van vijf talentvolle choreografen, mensen die De Châtel belangrijk vindt. Het is een project van haar stichting Imperium, dat haar oeuvre beheert maar ook jong talent ondersteunt, artistiek én financieel. In de kas zit de Amsterdamprijs die De Châtel in 2010 won. 'Ik geef al jaren stilletjes donaties. Het mag nu wel eens worden genoemd: het honorarium van de dansers in dit programma komt van mijn stichting.'


Jonge mensen zijn altijd belangrijk geweest in De Châtels carrière. Dansers zijn doorgaans sowieso jong, maar Dansgroep Krisztina de Châtel en later Dansgroep Amsterdam gaven het podium geregeld aan beginnende choreografen. Bovendien heeft De Châtel jaren lesgegeven. 'Ik vind het ontzettend inspirerend om te zien hoe iemand zich ontwikkelt. Probeert, valt, doorgaat. Die gedrevenheid van anderen is een energie waar ik op meelift. Na de zomer ga ik iets kleins maken op een wenteltrap in Alkmaar, op muziek van Simeon ten Holt. Zoiets vind ik het einde. Maar het is niet alles. Zelf creatief zijn is toch een beetje draaien om je eigen as. Als kunstenaar ben je onvermijdelijk een soort egoïstisch mens. Anderen iets leren of adviseren doet goed.'


De vergelijking ligt voor de hand en is vaker gemaakt: de dansers zijn de kinderen die De Châtel nooit heeft gehad. 'Misschien', zegt ze. En dan, in dezelfde adem: 'Nee, onzin.' Het is te veel psychologie van de koude grond. 'Maar ik hield wel altijd ontzettend van mijn dansers. Zij waren mijn hart en ziel. Zij zijn mijn materiaal geweest, zo'n verhouding kan niet afstandelijk blijven. Ik heb een heftig imago: die ingewikkelde vrouw die zo fel en te direct is. Maar ook ik hecht aan mensen die mij snappen, die mij kennen, die ik even kan bellen. Hoe waardevol dat is, merk ik helemaal nu de groep is opgeheven.'


De Châtel en emoties, het is een nuchter verhaal, wat ongetwijfeld verklaart waarom haar dans zo goed is aangeslagen in Nederland. Ze is een vrouw met temperament. Iemand die geregeld 'op ontploffen' staat, zegt ze zelf. 'Een piekeraar ook.' Maar in haar werk zoekt ze voor deze innerlijke turbulentie een beheerste uitlaatklep: 'Emoties uitkotsen in kunst, afschuwelijk. Er moet altijd een bepaalde spanning, een bepaalde begrenzing zijn. Natuurlijk moet je in een choreografie flink tekeergaan, de mens is emotie, maar niet ongebreideld en vormeloos. Orde brengt mij rust. Ook in het dagelijks leven.' En dan, na even nadenken. 'Als ik geen controle heb, val ik misschien wel uit elkaar.'


Het is allemaal de schuld van Nietzsche. Zijn buste staat in de brede vensterbank, met aan beide zijden, keurig symmetrisch, twee kandelaars. Het is net een altaartje. De Châtel vond het ding voor 2 euro in een Hongaarse antiekzaak. 'Mijn interesse in filosofie is begonnen met Nietzsche, toen ik in de 20 was. Filosofie helpt mij om te analyseren en dat maakt weer dat ik beter met de wereld kan omgaan. Het interesseert me hoe het verstand de emotie kan corrigeren. Nietzsche heeft daarover uitgebreid geschreven, over het apollinische en dionysische, het beheerste en het onbeheerste in de mens.'


Als 20-jarige uitblinker in ritmische gymnastiek kon De Châtel niet zomaar weg uit het streng communistische Hongarije. Onder voorwendsel dat ze haar oma in Nederland ging bezoeken (haar moeder was Nederlandse), deed ze in het geheim auditie bij de expressionistische dansopleiding van Kurt Jooss in Duitsland. En werd aangenomen. Van hem leerde ze veel over ruimtegebruik. Maar in Kurt Stuyf, die ze in 1969 met Ellen Edinoff zag optreden op het Holland Festival en bij wie ze ging dansen, vond ze een geestverwant. Hier kon ze de ingehouden spanning ontwikkelen waar haar werk zo bekend om is geworden. 'Als danser moet je er zijn. Gewoon staan, voordat je überhaupt een pink of grote teen beweegt, en jezelf zijn, integer zijn. Hier ben ik. Dat is de kern van het minimalisme. Het gaat er niet om dat je lekker weinig beweegt, maar om de puurheid van het bijna niets.'


De andere tak van sport waarmee De Châtel wil doorgaan, zijn haar locatieprojecten, sinds kort ondergebracht in een tweede stichting, De Châtel sûr place. Met dezelfde 'eenvoudige' repetitieve bewegingen en patronen - altijd stevig, fel en aards, anders dan de lichte, speelse stijl van de Amerikaanse minimalist Lucinda Childs - putten de dansers zich uit. Ze werkte tegen aarden wallen, in een rozenkas, met paarden in duinen. De laatste jaren ging De Châtel daarbij steeds vaker een samenwerking aan met de gewone man. Het liefst een gespierde man, dat wel.


American football players passeerden de revue, maar ook vuilnismannen ('hier op de grachten halen ze nog ouderwets op, zo'n boom van een kerel met een kale kop, krankzinnig wat een stuk') en hijskraanrijders. 'Al deze types zijn bijzonder om mee te werken, omdat ze door hun beroep zo lichamelijk zijn ingesteld. Ook vormen ze een mooi contrast met de fragiliteit van dansers.' La danse des sapeurs pompiers, twee jaar geleden gemaakt in Monaco, wordt komende zomer bewerkt voor brandweermannen in Nederland, onder andere in Enschede.


Met haar locatievoorstellingen bereikt De Châtel een breed publiek, maar dat is niet haar drijfveer. 'Je moet als kunstenaar vooral doen wat je wilt. Natuurlijk moet je publiek bereiken, maar die algehele verheerlijking van toegankelijkheid klopt niet. Dat niet nadenken, het kan gewoon niet, het maakt talent kapot. Kunstenaars moeten nieuwsgierig mogen zijn, kritisch mogen zijn. Ze moeten blijven relativeren. Is het werkelijk goed wat ik doe? Hoe ik ben? Het gaat om het fanatisme, het werken vanuit je eigenheid.' In het verlengde hiervan vindt De Châtel de Nederlandse danswereld weinig gezond in elkaar steken. 'De mensen en de middelen zijn te veel geconcentreerd in slechts een paar gezelschappen. De danswereld heeft meer diversiteit nodig.'


Aan de muur hangt een foto van het Balatonmeer in Hongarije, waar De Châtel een bescheiden zomerhuisje heeft ('echt niet meer dan een voormalige wijnopslag'). Ze komt er geregeld om het platte Holland te vergeten en te genieten van de vulkanische bergen. Ook in Boedapest komt ze vaak, vooral voor concerten. Niet dat ze terug wil naar haar roots, 'maar ik ben me er wel heel bewust van, altijd geweest ook. De Hongaarse culturele traditie is sterk en zeer aanwezig in de maatschappij. Kunst wordt gewaardeerd. Ik ben trots en blij dat veel literatuur inmiddels wordt vertaald en dat mijn vrienden die nu kunnen lezen.'


Tijd voor de sauna, midden in het seizoen een weekje Djerba, nog vaker voorstellingen en tentoonstellingen bezoeken dan ze al deed: het leven lacht De Châtel toe. Wordt het niet tijd om gewoon helemaal te stoppen? 'Al ver voor onze subsidieaanvraag heb ik het bestuur laten weten door te willen werken op projectbasis. Ik word in augustus 70, vreselijk. Maar stoppen? Nee, nooit. Daarvoor heb ik te veel energie. Daar moet ik iets mee, anders ga ik nog meer piekeren. Gewoon weer op zoek naar goedkope studioruimte, net als in het begin, geen probleem. Dat fanatisme zit in de familie. Mijn vader was reumatoloog en zocht voortdurend zieken op. Mijn broers zijn 75 en 73 en werken ook nog steeds, de een als arts, de ander als fysicus. We hebben heel goed contact, we sms'en continu.'


En weer is daar die ongegeneerde lach.


Krisztina's Keuze, met nieuwe choreografieën van Melissa Ellberger, Cecilia Moisio, Eva Susova, Chris Tandy en Kat Válastur. 1, 2 en 3/5. Theater Bellevue, Amsterdam. Volgend seizoen tournee. kdechatel.com


WILDE DAME

'Ik blijf gewoon een langharige wilde dame', zei ze ooit in een interview. En dat lijkt te kloppen. Bijna 70 is ze en voor het eerst in ruim dertig jaar zonder eigen gezelschap. Toch gaat choreograaf Krisztina de Châtel gewoon door met het maken en ondersteunen van dans. De hort op met brandweermannen, net als vroeger repeteren in studio's voor een habbekrats en nog meer dan voorheen naar voorstellingen, concerten en tentoonstellingen. Haar dansers namen het op tegen beeldende kunst, minimal music, de natuur, het oog van de camera en tegen niet-dansers. Met als constante: de puls van inkrimpen en uitdijen, van ruimte zoeken en ruimte inperken, van imploderen en exploderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden