Particuliere jeugdzorg nog vaak onveilig

De Inspectie Jeugdzorg krijgt veel signalen over onveilige situaties van kinderen in particuliere jeugdzorginstellingen.

Van onze verslaggeefster Anneke Stoffelen

‘Vermoedelijk zijn deze klachten nog maar het topje van de ijsberg’, zegt plaatsvervangend hoofdinspecteur Irene Albers.

Afgelopen herfst deed minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) een beroep op de provincies, die verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg, om geen kinderen meer te plaatsen in de private opvang. Daar komt weinig van terecht. In een bericht aan de inmiddels demissionaire minister stelt de inspectie daarom dat er toezicht moet komen op alle vormen van jeugdzorg, bijvoorbeeld via een registratieplicht en een kwaliteitstoets.

Crisisopvang of zorgboerderij

Op dit moment kan iedereen nog een crisisopvang of zorgboerderij voor jongeren beginnen – opleiding of ervaring is niet vereist. De inspectie is niet bevoegd om de kwaliteit van deze instellingen te toetsen, omdat ze niet erkend zijn of geregistreerd worden. ‘Maar wij krijgen veel zorgelijke signalen van bijvoorbeeld medewerkers en stagiaires’, zegt Albers. ‘Studenten moeten tijdens hun stage bijvoorbeeld in hun eentje een hele groep draaien. Tegen lastige kinderen wordt soms hardhandig opgetreden, totaal onverantwoord. Ook horen we dat op sommige plekken geen enkele behandeling wordt geboden.’

Vorig jaar zomer werden pakweg twintig kinderen weggehaald bij de particuliere instellingen Back to Basics en Stichting Kind, nadat de inspectie daar wantoestanden had gesignaleerd. Sindsdien zijn er ook kinderen weggehaald uit enkele andere particuliere instellingen.

Wachtlijstprobleem

In theorie worden kinderen door jeugdzorginstanties alleen geplaatst in instellingen die door de provincie zijn erkend en die onder toezicht staan van de inspectie. In de praktijk is het wachtlijstprobleem vaak zo groot, dat er geen andere oplossing is dan een kind bij een particulier te plaatsen. Daarnaast zijn er ouders die een persoonsgebonden budget voor hun kind gebruiken voor de private opvang. In dat geval is het volgens de overheid aan de ouders om te controleren of de geboden zorg wel goed is. Maar de inspectie betwijfelt of ouders daartoe wel altijd in staat zijn.

‘Overal doemen initiatieven op’, zegt Albers. ‘Omdat er geen registratie plaatsvindt, weet niemand hoeveel aanbieders er precies zijn. Maar onze indruk is dat het om honderden particulieren gaat.’ En lukt het op de ene plek niet, dan kan zo’n particulier zo weer elders beginnen. Zo gaan er op internet geruchten dat de directeur van een van de instellingen waar kinderen zijn weggehaald, onder een andere naam weer is verder gegaan.

Commerciële drijfveer

Het is bovendien een risico dat deze particulieren vaak werken vanuit een commerciële drijfveer, vindt Albers. ‘Dat kan botsen met het belang van het kind. De particulier heeft er baat bij een kind zo lang mogelijk in zijn opvang te houden, ook als dat misschien niet meer nodig is. En waar professionele instellingen de groepen zorgvuldig samenstellen, zit in de private opvang soms alles door elkaar, wat heel onveilig kan zijn.’ Zo horen bijvoorbeeld heel teruggetrokken, jonge kinderen volgens Albers niet in een groep te zitten met oudere jongens met gezagsproblemen die overal tegenin gaan.

Een speelkamer van Bureau Jeugdzorg (Martijn Beekman/ de Volkskrant) Beeld
Een speelkamer van Bureau Jeugdzorg (Martijn Beekman/ de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden