Particulier museum 'bedreiging' Amerikaanse museumwereld

Een van de grootste museumsponsors van Amerika heeft zijn eigen kunsthuis geopend. The Broad in Los Angeles is zowel een verrijking als een bedreiging voor de museumwereld.

Eli Broad en zijn vrouw voor een kunstwerk van Jeff Koons. Beeld epa

Het gebouw wordt vergeleken met een honingraat, een kaasrasp en zelfs een blokje gefilte fisj - het geprakte joodse visgerecht. De opening van The Broad, zondag aan Grand Avenue in Los Angeles, is in de internationale museumwereld een van de evenementen van het jaar. Niet alleen vanwege de financiële superlatieven die het museum voor moderne kunst omgeven. De overheidsmusea in dezelfde stad verliezen een van hun belangrijkste sponsors en hebben er een (gratis) concurrent bij.

The Broad draagt de naam van zijn oprichter Eli Broad, een 82-jarige ondernemer die miljarden verdiende met bedrijven in de huizenbouw en pensioenbeleggingen. De nieuwkomer is een van de meest besproken representanten van de golf aan private musea die in de afgelopen tien jaar overal ter wereld de deuren openden. Vermogenden gunden hun steun aan de kunsten voorheen vaak aan de publieke musea. Nu steken zij dezelfde instellingen de loef af op de kunstmarkt en openen hun eigen museum.

Zo ging het ook met Eli Broad. Aangestoken door zijn vrouw Edythe verzamelt hij al decennia moderne kunst en werd een van de grootste mecenassen van de kunsten in Amerika. Van het stedelijk museum voor moderne kunst MOCA was hij de eerste bestuursvoorzitter. Het Los Angeles County Museum of Art (LACMA) kreeg een naar hem genoemd paviljoen. En de musea werden gesteund met schenkingen van geld en kunst met een totale waarde van bijna een miljard dollar.

Kunsthuis The Broad aan Grand Avenue in Los Angeles. Beeld reuters

Zo'n tien jaar geleden draaide de wind. Broad, naar verluidt een keiharde zakenman en controlfreak, besloot zijn eigen museum te bouwen. Het Amerikaanse architectenbureau Diller Scofidio + Renfro ontwierp het gebouw met ruim 10 duizend vierkante meter tentoonstellingsvloer. De bezoekers komen binnen in een grot-achtige entree en vinden in de bovenste verdieping met gefilterd daglicht de koningszaal. Vanaf de trap naar beneden kan steeds een blik worden geworpen in het kunstdepot. Daar worden steeds andere werken uit de stellingen gerold. Een slimme oplossing voor het probleem waar veel musea mee worstelen; wat ziet het publiek van de kunst die niet 'op zaal' hangt?

Voorspelbaar

De collectie is een staalkaart van de moderne kunst van de laatste vijftig jaar. Niemand heeft meer van de glanzende sculpturen en ander werk van Jeff Koons, er is een 'oneindige' spiegelkamer van de Japanse stippenkoningin Yayoi Kusama, er zijn basketballen op sterk water van de Brit Damien Hirst. Er zijn aparte kamers voor de Duitsers Anselm Kiefer en Joseph Beuys. En natuurlijk is de Amerikaanse kunstcanon rijk vertegenwoordigd met werken van Andy Warhol, Cy Twombly, Jasper Johns, Mike Kelley en John Baldessari.

Bijna iets te voorspelbaar, al die topstukken, klonk het al. Het roept de vraag op welke rol The Broad kan spelen in de nieuwste kunst. De Broads hebben bovendien al 340 miljoen dollar apart gezet voor uitbreiding van de collectie en exploitatie van het museum. Andere musea mogen naar hartelust lenen uit 'de bibliotheek'. MOCA en LACMA hebben zich al verheugd getoond over dat vooruitzicht. Maar stilletjes vrezen zij ook een terugloop van bezoekers. Een bezoek aan MOCA kost 10 of 25 dollar, afhankelijk van de expositie. The Broad is gratis.

De grot-achtige entree van kunsthuis The Broad in Los Angeles. Beeld epa

Particuliere musea

Bekijk hier de groei van het aantal particuliere musea.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden