Parlement in crisis

Zelden was ik zo teleurgesteld in een televisieprogramma als na het zien, afgelopen maandag, van het eerste deel van een serie van drie documentaires over de Tweede Kamer....

Tot ver buiten de politiek verkeerde men in een soort shocktoestand. Een onheilspellend gevoel van dreiging overheerste. Iedereen wist dat er iets ingrijpends moest gebeuren, maar niemand wist wat. Voor een bekroond documentairemaker die daarvoor toestemming krijgt een unieke kans een parlement en democratie in crisis te laten zien.

En wat kregen we te zien? Geneuzel over onwennig gestuntel van de nieuwelingen en gedoe over hun plek in de zaal en hun plek in het gebouw. Allemaal omstandigheden die je altijd, overal, bij iedere organisatie die verhuist of fuseert kunt aantreffen. En we kregen het verrassende inzicht dat ook Kamerleden af en toe taart eten, zich opmaken, aanvaringen hebben, gewichtig doen en keuvelen over niemendalletjes.

Om te voorkomen dat ik mijn oordeel te eenzijdig baseer op de eerste aflevering heb ik mij laten informeren door mensen die alle afleveringen hebben gezien. Volgens mijn zegslieden dreigt het in de derde aflevering even inhoudelijk te worden als er verslag wordt gedaan van de Kamerdiscussie over de doodstraf naar aanleiding van uitlatingen van minister Nawijn. Maar ook in dat onderdeel alleen aandacht voor bekvechten met Nawijn zelf, en bijvoorbeeld geen aandacht voor de indrukwekkende interventie van minister Donner, misschien wel het enige principiële, overtuigende betoog dat de afgelopen jaren in de Tweede Kamer is gehouden.

Nu zou het kunnen zijn dat de maker van de documentaire juist wilde laten zien dat er in deze hectische periode in Den Haag niets dan organisatorisch en procedureel geneuzel plaatsvond. Dat is niet waar. Nieuwe Kamerleden moeten zich inwerken in duizend en een dossiers, waaronder het reglement van orde, de organisatie van het Kamerwerk, in wetgevingsprocedures, etcetera. En natuurlijk moesten zij studeren op de onderwerpen die zij in hun fractie gaan behandelen.

Het presidium van de Tweede Kamer heeft juist ten behoeve van het ongebruikelijke aantal nieuwe leden zonder ervaring een groot aantal cursussen georganiseerd. Ik had graag gezien hoe daar gebruik van is gemaakt, met welke inzet en met welk resultaat. En natuurlijk is er in alle fracties volop gediscussieerd over de oorzaken en gevolgen van de politieke aardbeving die zich had voorgedaan. Als we daar meer over te weten waren gekomen, hadden we misschien ook enig inzicht gekregen in de crisis van het parlement. Want daar is sprake van, in meerdere lagen.

In de eerste plaats is het vertrouwen in het parlement minimaal, misschien wel op het laagste niveau sinds de oorlog. Dat geldt ook voor de maatschappelijke status van parlementariërs. Het verlies aan status en vertrouwen is een geleidelijk proces geweest dat al enkele decennia aan de gang is. Het kan niet anders of dat moet effect hebben gehad op de habitus van nieuwe parlementariërs.

Het is duidelijk dat twee kwaliteiten aan betekenis hebben ingeboet en node worden gemist: visie en charisma. Er is bijna geen Kamerlid meer dat op een compacte, begrijpelijke en aansprekende manier uiteen kan zetten waarin de visie en het daarop gebaseerde beleid van zijn partij principieel afwijkt van andere partijen. Alle beleid is verworden tot het corrigeren van bestaande trends en het reageren op de waan van de dag. Principes als gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid worden eerder gezien als hinderpalen dan als voorwaarden voor beleid. Het koesteren van nieuwe vergezichten wordt ouderwets gevonden.

Waar visie ontbreekt, wordt het streven naar macht richtinggevend. Het verlies van principieel houvast heeft geleid tot het verlies van de kerntaak van het parlement: de controle van de regering. Die is volledig ondergeschikt geworden aan het in stand houden van de coalitie. Sterker nog: er heeft zich een cultuur ontwikkeld waarin zo veel mogelijk voorkomen wordt dat bevriende bewindslieden in een echt debat verzeild kunnen raken.

Hoe ontluisterend dat voor het parlement kan uitpakken, werd vorig week weer eens duidelijk bij het non-debat over de aanloop naar de oorlog in Irak. Zonder gêne zorgden de coalitiepartijen er voor dat De Hoop Scheffer iedere poging tot een serieus debat over de rechtvaardiging en de doelmatigheid van die oorlog op een schaamteloze wijze liet verstikken in een rivier van verdedigingsslijm. Wat zou er een onthutsende, aangrijpende en beangstigende documentaire gemaakt kunnen worden over de teloorgang van de geloofwaardigheid van ons parlement.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden