Parker valt nergens te ontlopen: New York viert 75ste geboortedag van uitvinder moderne jazz

Op de hoek van Avenue B en East 7th Street is het naambordje 'Charlie Parker Place' verdwenen. Hoogstwaarschijnlijk gekaapt door een jazz-lievende souvenirjager....

Van onze verslaggever

Bert Vuijsje

NEW YORK

Het volgende stuk van Avenue B, langs Tompkins Square Park tot aan East 10th Street, is sinds twee jaar inderdaad keurig herdoopt tot Charlie Parker Place. En op de gevel van nummer 151 meldt een metalen plaquette dat Parker van 1950 tot 1954 in dit pand heeft gewoond.

Toen de altsaxofonist daar een jaar voor zijn dood vertrok, gekweld door heroïneverslaving, gebrek aan erkenning en een rampzalige psychische instabiliteit, zullen weinig buurtgenoten hebben vermoed dat de postume roem van Charlie 'Bird' Parker met het verstrijken der decennia de wereld zou veroveren.

In het filmprogramma dat een belangrijk onderdeel is van het Greenwich Village Jazz Festival, werd zaterdag regisseur Clint Eastwood's filmbiografie Bird (1988) weer eens vertoond, samen met een minder bekende, gefictionaliseerde Parker-film uit 1966, Sweet Love, Bitter, van regisseur Herbert Danska met in de hoofdrol de zwarte comedian Dick Gregory.

Die poging tot verbeelding van Parker's levensdrama, gebaseerd op John A. Williams' roman Night Song, werd destijds een hopeloze flop. Bijna dertig jaar later valt vooral de naïeve idealisering van onvolwassen gedrag op. Het heldendom van de beat-generatie blijkt veel meer gedateerd dan Parker's muziek.

Diezelfde zaterdag wordt de komende 75ste geboortedag van Charlie gemarkeerd met een feestprogramma op het Brooklyn Conservatory. Studenten spelen zijn muziek en luisteren naar de verhalen van Bird's pianist Walter Bishop jr en de weduwe Doris Parker - een rivale van die andere weduwe, Chan Parker, die met hem op Avenue B woonde en later naar Frankrijk verhuisde.

Zondag brengt The New York Times een reportage over de nieuwe film van Robert Altman. Voor Kansas City is de 70-jarige regisseur teruggekeerd naar de stad van zijn jeugd, maar hij heeft in dit historische gangster-epos ook een plaats ingeruimd voor de veertienjarige Charlie Parker (die zijn moeder Addye Parker verblijdt met de mededeling dat zijn zwangere vriendinnetje bij hen in huis komt te wonen).

De grote Bird-plechtigheid, het Charlie Parker Jazz Festival, trekt zondagmiddag duizenden mensen naar Tompkins Square Park. Dit gratis toegankelijke evenement werd twee jaar geleden voor het eerst georganiseerd door Chantal Lindh, een blanke onderwijzeres die zich aan haar eer als bewoonster van een 'multiculturele wijk' verplicht voelde iets te doen aan de nagedachtenis van haar zwarte buurtgenoot.

Ze begon zonder enige ervaring, maar haar festival is inmiddels - mede dank zij zulke uiteenlopende sponsors als filmregisseur Spike Lee, Rolling Stones' drummer Charlie Watts en sigarettenfabrikant Philip Morris - uitgegroeid tot een gebeurtenis van serieus artistiek belang. Van drie uur 's middags tot zeven uur 's avonds brengen vijf groepen ieder hun eigen hommage aan Charlie Parker.

Het Jazz Legacy Ensemble van bassist Larry Ridley, met altsaxofonist James Spaulding en pianist Walter Bishop jr, biedt een zo getrouw mogelijke reconstructie van Parker's muziek. Tussendoor reciteert Bishop twee berijmde odes aan Bird, waarin zijn goede bedoelingen ('Het is nu veertig jaar later, en ik speel nog steeds op basis van zijn roem') sterker opvallen dan zijn poëtisch talent.

Het trio van pianist Kenny Barron brengt sprankelende, tijdloze bop, met een gastoptreden van Lee Konitz, de enige altist die ten tijde van Charlie Parker een eigen manier van spelen overeind wist te houden. De jongere jazzgeneraties zijn vertegenwoordigd door de groepen van de pianisten Gery Allen en Stephen Scott. Vooral de laatste maakt op zelfbewuste wijze duidelijk dat de jazz sinds 1955 niet stil heeft gestaan, zonder overigens de waarde van Parker's invloed te verloochenen.

Toch komt de indrukwekkendste prestatie van de middag op naam van Parker's generatiegenoot Milt Jackson. De vibrafonist, een verbazend jeugdige en vitale 70-plusser, bewijst dat je geen Parker-thema hoeft te spelen om toch zijn muziek tot leven te brengen. In Thelonious Monk's 'Round About Midnight levert de vrije adem van de inspiratie een fabelachtig mooie bop-improvisatie op.

De zwarte essayist en jazz-criticus Stanley Crouch heeft even eerder het maatschappelijke ideaal onderstreept dat aan het festival ten grondslag ligt. Hij werkt sinds 1982 aan een biografie van Charlie Parker, die naar zijn zeggen nu bijna klaar is en leest vast enkele fragmenten voor.

'Charlie Parker was de belichaming van Amerika: zijn vader half-blank, zijn moeder half Choctaw-indiaan. Noch Afrika, noch Europa, noch Latijns Amerika heeft iemand zoals Charlie Parker geproduceerd. Hij was lang niet zo populair als Louis Armstrong, maar zijn penetratie in de Amerikaanse cultuur was even diep.

'Zijn muziek, de jazz, is een unieke democratische kunstvorm, waarin de hoogste vorm van individualisme bestaat uit het permanent naar de anderen luisteren en op hen reageren. In die zin is Charlie Parker een gigantische representant van het democratische ideaal.'

Crouch beseft ongetwijfeld dat hij met dit impliciete pleidooi tegen het zwarte cultureel-nationalisme een flink deel van zijn publiek tegen de haren instrijkt. Hij zal dan ook niet verbaasd staan dat zijn woorden zowel met applaus als met boe-geroep worden ontvangen.

Toch vormt het succes van het derde Charlie Parker-festival het beste bewijs van zijn gelijk. Niet cultureel exclusivisme maar etnische versmelting ligt ten grondslag aan de mooiste muziek die Amerika heeft voortgebracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden