Parijs,

Als Ayaan Hirsi Ali een erfgename van Voltaire is, dan moeten wij vaststellen dat de inspecteur der belastingen middels het opeisen van de successierechten op diens nalatenschap blijkbaar heel weinig heeft overgelaten voor onze voyante druktemaakster....

Toegegeven, haar autobiografie heb ik niet tot het einde toe uitgelezen: het genre van de autobiografie die niet door de betrokkene zelf is geschreven, staat mij niet aan – en de fuga van pathetiek en retorische foefjes waar haar tekstschrijver zich in heeft uitgeleefd, wekt veeleer mijn lachlust dan mijn ontzag. Maar van Voltaire heb ik veel gelezen. In mijn 19de-eeuwse editie hebben wij het dan over tachtig delen, vrijwel ononderbroken ontzagwekkend vrolijk proza.

De parallellen ontgaan mij, of het zou om heel globale overtuigingen moeten gaan die sedert het heengaan van de filosoof in 1778 door veelvuldige vererving bijkans gemeengoed geworden zijn. Dat krijg je bij vererving buiten de familiekring: de boedel wordt publiek bezit.

De lijnrechte verwantschap waar Bernard-Henry Lévy zondagavond in Parijs die twee – bien étonnés – op trakteerde, lijkt mij daarom de zoveelste manifestatie van het verlies van zelfbeheersing waartoe menigeen kennelijk geraakt zodra hij binnen de cercle van Ayaan Hirsi Ali belandt. In een van de aandoenlijkste passages in het pamflet Verlichtingsfundamentalisme? beschrijft de filosoof Herman Philipse, die geruime tijd tot de entourage van raadgevers, tekstschrijvers en onbesuisde bewonderaars van de politica behoorde, hoe hij met eigen ogen heeft gezien dat zij zich wijdde aan de lectuur van Jonathan Israels Radical Enlightenment. Daar komt Voltaire herhaaldelijk in voor, dus laten wij het erop houden dat Hirsi Ali zich in elk geval diens schampere opvattingen over Nederland heeft eigen gemaakt: er een blauwtje gelopen – en dan tot aan het einde der dagen canards, canaux, canaille blijven roepen.

Lévy, Philipse – en laten wij Paul Scheffer en Leon de Winter ook niet vergeten: er dringt zich een amusante typologie op van de advocaten van Hirsi Ali. Allemaal leeftijdgenoten, allemaal goed van de tongriem gesneden en allemaal begenadigd met een forse dosis ijdelheid om dat te laten weten, allemaal al meer robuuste meningen gehad én weer verlaten dan goed is voor een mens en, eerlijk is eerlijk, allemaal mannen.

En allemaal wat aan de drieste kant wanneer zij zich namens haar of door haar met de discussie over de vrijheid van godsdienst, die in hun ogen vooral de vrijheid moet zijn om mensen met een andere godsdienst te jennen, bemoeien. Het heeft iets selectiefs en iets jacobinistisch, maar bovenal iets onweerstaanbaar grappigs. Kan iemand daar niet eens een proefschrift over schrijven, over de stilistische discrepanties tussen de Hirsi Ali-oraties en het overige werk van die mannen?

Zoveel drukte, je zou er de zaak zelf, het beveiligingsvraagstuk buiten de grenzen en de soevereiniteit van het koninkrijk enerzijds en de vrijheid om malle uitspraken te doen over andermans malle overtuigingen anderzijds, bijna door vergeten.

Dit weekeinde leek het wel een wedstrijd tussen twee landen die er prat op gaan de Verlichting in hun historische canon te kunnen bijschrijven, een interland om de Radical Enlightenment-cup. Wij hebben hun René Descartes en Pierre Bayle de ruimte gegeven, maar zij proberen ons drie, vier eeuwen later terug te pakken met onze Ayaan Hirsi Ali: iedereen scoort in eigen doel. Het wachten is op het moment dat zij er achter komen dat Adriaan van Dis ook in Parijs woont: dan zijn de rapen gaar.

Drie dagen voor het optreden van Lévy-Hirsi Ali vond in datzelfde Parijs een debat tussen Fransen en Nederlanders plaats over de betekenis van Baruch Spinoza. Het Institut Néerlandais daar had trefzeker vastgesteld dat diens naam vandaag de dag weer op veler lippen is, vooral ook in Frankrijk. Hij is er écht uitgegooid, indertijd, zij het ook niet uit het land, maar uit zijn synagoge en zijn stad. Wat betekent zijn radicaal verlichte nalatenschap nu nog voor ons, aan beide zijden van België, en hoe verklaren wij zijn kennelijk aansprekende zeggingskracht?

In Nederland wordt hij bij gelegenheid aangeroepen door politici van rechts, stelde onze grootste Spinoza-kenner, de Rotterdamse filosoof Wiep van Bunge. Zij voeren hem op als vertegenwoordiger van de nationale Nederlandse identiteit en dan vooral om hem en zijn opvattingen over de verhoudingen tussen godsdienst en politiek als legitimatie van hun islam-jeuk te bestempelen. Maar het stelt allemaal geen ruk voor, constateerde Van Bunge mismoedig: aan Spinoza-studie doen wij nauwelijks, dat hij in onze nieuwe canon van de nationale geschiedenis een venster kreeg, is louter opportunisme.

Nee, dan Frankrijk: het beste land ter wereld als het om de Spinoza-kunde gaat. Zijn Ethica en zijn Theologisch Politiek Tractaat worden er bestudeerd en becommentarieerd, zijn fijnzinnige opvattingen over geloof en ongeloof, over de mate waarin vrijdenken veeleer bijdraagt aan de bloei van het maatschappelijk debat dan dat het de maatschappelijke orde verstoort, zijn er thema’s. Vooral politiek-links stelt er belang in – en de vooraanstaande Franse Spinoza-kenner Pierre-François Moreau deed de afgeladen zaal uit de doeken waarom.

Aan de wortel van diens denken ligt een diep doorleefd idee van verdraagzaamheid en een groot ontzag voor redelijkheid. De lenzenslijper van Rijnsburg staat veraf van persconferenties en inzamelingsgala’s – en, jawel, ook van invectieven. Al oogstte hij ze indertijd al volop, ‘dien doornaeyden vinder ener alleringewikkeldste ongodisterij’. In Nederland, jawel.

Het zal toch niet weer iets met onze nationale identiteit te maken hebben, dat een subtiel en genuanceerd denker hier zo buiten de belangstelling blijft? Of, godbetert, met de hunne, dat zij er wel aan willen?

Het wordt tijd de successie op die erfenis te heffen, en publiekelijk te verdelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden