Column

Parijse schoolkinderen moesten in de klas blijven zitten tot alles veilig was

School

Hoe zou het met de kinderen zijn die de aanslag in Parijs van dichtbij meemaakten?

Door de aanslagen in Parijs denk ik deze week veel terug aan mijn lagereschooltijd. Dat komt door de kinderen die vlak bij de supermarkt in de klas moesten blijven zitten tot alles veilig was. Hoe is dat gegaan?

Eerst zullen ze misschien schoten hebben gehoord. Niks aan de hand. Het afvuren van kogels klinkt in het echt heel anders dan op televisie. Als vuurwerk bijna. Niet lang daarna is er iemand de klas binnengekomen. Het hoofd van de school.

In de tijd dat ik op de lagere school zat, is dat één keer gebeurd. Ik schrok. Er kwam tijdens een les nooit zomaar iemand het klaslokaal binnen. Ik herinner mij dat er eerst werd geklopt. Daarna kwam meneer Dekker binnen. Een lange man. Hij fluisterde onze lerares iets in het oor en ze knikte ja. Daarna verliet hij het klaslokaal.

Ik heb doodsbang naar mijn lerares zitten kijken. Of ze niet heel zachtjes moest huilen. Ik voelde het. Alles was goed geweest. Ze hadden net de schoolmelk besteld en die hadden ze weer vol in de zon gezet. Ik had, tijdens de lunchpauze, met de punt van mijn potlood de aluminium dop kapotgeprikt. Alles ging zoals anders. Tot meneer Dekker binnenkwam. Daarna had de klas zich gevuld met een onnoembaar verdriet. Er was iets aan de hand en wij wisten niet wat.

Zo is het ook gegaan in de Parijse klaslokalen. Er kwam, vlak na de knallen op straat, iemand het lokaal binnen. Daarna werden snel de gordijnen dichtgedaan. De juffrouw heeft ze gevraagd zo stil mogelijk te zijn. Ze hebben de juffrouw op haar telefoon berichtjes zien tikken. Naar haar geliefde waarschijnlijk. 'Geen zorgen, alles komt goed.' Daarna begon de raarste schooldag ooit.

Als ik mij, 45 jaar later, meneer Dekkers schoenen herinner en zijn trillende keel, en als ik nog precies weet wat onze juffrouw aanhad toen ze knikte, hoe moet dat dan met deze kinderen gaan? Er zal weinig zijn gezegd. Jip-en-janneketaal zal er niet zijn gesproken. 'Die knallen buiten, die zijn van een rare meneer die heel boos is, maar eerst lief was. Die meneer is een beetje in de war en nou heeft die meneer gezegd dat hij heel erg woedend is. Woedend is een moeilijk woord voor boos. Als wij nu heel stil zijn en netjes wachten, dan wordt die meneer misschien wel weer heel lief. Afgesproken?'

Nee. Ze hebben doodstil in de klas gezeten en de juffrouw in de gaten gehouden. Ze zullen hebben geluisterd naar ongebruikelijke geluiden in de school. Als je zes jaar lang in dezelfde school zit, herken je het geluid van de buitendeur. Zoals bezorgde ouders 's nachts om half vier het geluid van een brommer herkennen. En even daarna het openen van de ijskastdeur. 'Hij is thuis. We kunnen gaan slapen. Ik spreek hem er morgen wel even op aan.'

De Parijse schoolkinderen zijn door politieagenten uit het gebouw gehaald. Mannen met kniebeschermers en helmen op. Weer hebben ze hun juffrouw in de gaten gehouden. In haar gezicht hebben ze willen lezen dat het helemaal niet gek was wat er gebeurde.

Daarna, veilig buiten, zijn ze door hun ouders geknuffeld. Ze hebben hun vader zien huilen. De juffrouw ook. Daarna begon een leven lang peinzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.