Parijs verliest moed in Frans-Pruisische oorlog

Ik keek naar al die verdedigingswerken die geen woord van protest tegen een Duitse overwinning zouden laten horen.

Beeld Thinkstock

Parijs, 11 november 1870

Gewonden mogen zich in de algemene gunst verheugen. Toen ik op de boulevard Montmorency liep, zag ik een dame die in haar open rijtuig een gewonde rondreed, in een lange soldatenjas en met een kwartiermuts op. Zij wendde haar ogen niet van hem af; zij trok voortdurend de pelsdeken die over zijn benen lag recht; haar handen gleden ieder moment over hem heen en deden daarbij aan die van een moeder en echtgenote denken.

Gewonden zijn een modeverschijnsel geworden. Voor weer anderen vervullen ze een nuttigheidsfunctie, zijn ze bliksemafleider. Ze beschermen je huis tegen de invasie van de bewoners van buitenwijken; in de toekomst vrijwaren ze je tegen brand, plundering en vordering door de Pruisen [...].

Ik verlang vurig naar vrede en ik hoop, heel egoïstisch, dat er geen granaat op mijn huis en mijn kunstverzameling valt; en toch liep ik in een stemming van dodelijke treurigheid langs de versterkingen. Ik keek naar al die verdedigingswerken die geen woord van protest tegen een Duitse overwinning zouden laten horen.

Ik merkte aan de houding van de arbeiders, van de nationale garde, van de soldaten, aan alles wat het innerlijk van de mensen aan informatie over henzelf uitstraalt, dat de vrede bij voorbaat getekend was en wel geheel op de voorwaarden van Bismarck.

Edmond de Goncourt (1822-1896), Franse schrijver. Uit Dagboek; vertaling Leo van Maris. De Arbeiderspers; 1985.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden