'Parijs' maakt kapot wat was opgebouwd

Uitleg wilden de media na 13-11 van de burgers van Molenbeek. Marie- Claire Migerode, al dertig jaar welzijnswerker in de gemeente: 'Wát uitleggen? Wij zijn het meest verward.'

Welzijnswerker Marie-Claire Migerode op de markt in Holenbeek: 'Onze wijk is niet een no-gozone. Wij wonen en werken er.' Beeld An-Sofie Kesteleyn

De fotograaf wil foto's nemen, liefst buiten, zodat we ook een stukje van Molenbeek zien. We gaan staan bij het mooi uitgestalde fruit van een van de groentewinkels. De eigenaar wordt snel op de hoogte gebracht en komt kijken. Je voelt de onvrede, het wantrouwen dat men misschien een beeld van zijn winkel - en dus van hem - gebruikt om een verhaal te vertellen waar hij het niet mee eens is. Ik begrijp hem volledig. Zelf weigerde ik ruim een week om ook maar één journalist te woord te staan.

We hadden nauwelijks tijd gehad om onze afschuw uit te spreken over de aanslag op al die onschuldige mensen in Parijs. We hadden nauwelijks de onberedeneerde angst kunnen plaatsen die mensen rond ons trof en die samenhing met het harde feit dat jonge mannen uit onze omgeving tot deze daden waren overgegaan. Of daar waren al de anderen die het wel hadden begrepen: uit Molenbeek kwam het kwaad.

Marie-Claire Migerode

Migerode (61) is coördinator bij Buurthuis Bonnevie in de Brusselse wijk Molenbeek-centrum. Ze begon daar in 1975 als vrijwilliger, werd in 1983 aangesteld als welzijnswerker. Ze woonde van 1974 tot 1983 in de wijk.

In een mum van tijd kregen ik en vele anderen telefoontjes van de nationale en internationale pers. Zowat tien zendwagens stonden dagenlang op het gemeenteplein, camera's stonden de hele dag klaar, gericht op het gemeentehuis en aan burgers werd gevraagd het uit te leggen. Wat uitleggen? Wij zijn het meest verward. Wij wonen en werken hier.

Men wil van ons duiding in een tijdspanne van een halfuur. Historicus Hans Vandecandelaere sprak twee jaar lang met mensen in Molenbeek voor hij zijn boek In Molenbeek twee maanden geleden uitbracht. Hij signeerde het met de woorden 'een poging tot luisteren'.

Het bleek dat enkele jonge mannen die opgepakt werden, woonden in de onmiddellijke omgeving van mijn werk, Buurthuis Bonnevie. Men wil weten of we geradicaliseerde jonge mannen kennen. Neen, ik ken hen niet. Ik ken vele mensen niet. Je doorkruist te voet in 10 minuten een wijk waar tienduizend mensen wonen. Een wijk waar steeds nieuwe mensen aankomen door migratie, legaal of illegaal, en waar jonge sociale stijgers verhuizen naar elders: waar betere woningen zijn, meer openbare en groene ruimte, minder dicht bevolkte buurten met betere scholen en minder sociale controle.

Postnummer 1080

Het is niet voor het eerst dat de link gelegd wordt tussen een terreurdaad en één of meerdere inwoners van de gemeente. Op een koude zaterdagnamiddag in januari 2015 kwamen enkele honderden Molenbeekenaars samen op het gemeenteplein onder het moto 'We zijn - 1080 - Nous sommes'. We maakten een ketting rond het plein om aan te geven dat we allen burgers zijn van deze gemeente, met postnummer 1080, en dat we er dagelijks samen leven. Er leeft heel wat in Molenbeek. Veel van deze initiatieven worden gedragen door personen met hun wortels in migratie. Opgegroeid in deze gemeente is '1080' hun thuis.

Op 18 november 2015 stonden er opnieuw 2.500 mensen op het gemeenteplein. Dit keer was de verslagenheid groter. Het aansteken van kaarsjes stond nu symbool voor de onzekerheid en de vertwijfeling. Ik zag collega's huilen en een wethouder met de tranen in de ogen staan. Het gevoel heerst dat datgene waar we ons voor inzetten, met veel goesting en energie, 'kapot' is gemaakt.

Een onbestemde angst maakte zich vorige week meester van sommige mensen. Ouders haalden hun kleine kinderen vroeger van school. Inwoners van Noord-Afrikaanse origine vreesden in de openbare ruimte te worden aangekeken of aangesproken als (mogelijke) terrorist. Samenwerking leed eronder. Een voorbeeld. Sinds een half jaar komt een diverse groep bewoners samen. Mannen, vrouwen, moslims, christenen: samen werkten ze aan het scenario voor een film gebaseerd op hun woonervaring. Ze zijn allen slecht gehuisvest, noemen zich als groep ALARM en ijveren voor een beter woonbeleid; dat is wat hen bindt. Vorig weekend zou er gefilmd worden. Dat ging niet door. Een technicus die meewerkt, woont in Parijs en de berichtgeving had haar bang gemaakt. Ze vond het niet veilig om naar Molenbeek te komen.

Door de eenzijdige, karikaturale berichtgeving over St-Jans-Molenbeek die eerste week voelt men zich hier zo hard aangepakt dat men bescherming en veiligheid zoekt. Er is zelfs binnen deze welwillende groep weer meer een wij-zijgevoel. De gesprekken blijven onder bekenden, waar men zich in vertrouwen kan uitdrukken.

Marie-Claire Migerode werkt al 30 jaar in een buurthuis in de wijk Molenbeek. Beeld An-Sofie Kesteleyn

De bewoners van Marokkaanse origine die ook moslim zijn, voelen zich het meest getroffen, nu en in hun toekomst. 'Onze zonen vinden nu zeker geen werk, met hun Marokkaanse naam en hun adres in Molenbeek.' Wat gebeurde in Parijs is zo verschrikkelijk dat men het niet kan vatten. Complot-theorieën doen de ronde. 'Werden deze jonge mannen niet misleid en gebruikt door anderen (de Amerikaanse inlichtingendienst, Israël) om moslims in een slecht daglicht te stellen?'

De verschrikkelijke feiten in Parijs hebben naast de slachtoffers - de doden, de gewonden en hun families - ook veel andere schade aangericht. Er zijn er breuken geslagen of verdiept.

We weten dat er veel problemen zijn in Molenbeek.

Op de VRT-televisie werd kort na de aanslagen een Panorama-reportage uit 1987 vertoond. Ik kom er zelf in voor. De beelden spreken voor zichzelf: woningen en straten zien er verloederd en verwaarloosd uit. Toen al waarschuwden we voor de gevaren van verkrotting en de uitzichtloosheid voor jongeren in de wijk.

Enige jaren later werd er, onder meer na een reeks rellen in Brusselse gemeenten, geld vrijgemaakt voor de oude stadswijken. De afgelopen 25 jaar werden openbare ruimten verfraaid. Er kwamen nieuwe scholen, crèches en sportzalen en jeugdwerk kreeg extra aandacht. Het resultaat is echt zichtbaar als je door de wijk loopt. Bewoners met een migrantenachtergrond deden daaraan mee en openden ondernemingen. In Molenbeek zijn vier van de negen leden van het college van Burgemeester en Schepenen van buitenlandse origine.

Tegelijk ervaar ik steeds meer de invloed van de tweedeling in de wereld. Terwijl veel gezinnen uit de (arbeids)migratie een plek verwerven in onze maatschappij, blijven er steeds maar nieuwe personen aankomen. De bevolking met Marokkaanse roots groeit via huwelijken met personen uit het thuisland. Anderen kwamen uit Oost-Europa, Sub-Sahara Afrika.

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Wijken van aankomst

Toenemende ongelijkheid en de moeilijk benoembare invloed van klimaat bracht vluchtelingenstromen op gang die pas de vorige maanden grote aandacht kregen omdat Europa geconfronteerd werd met een soort dijkbreuk. De armoede en uitzichtloosheid is van dien aard dat mensen hun leven wagen om de oversteek te maken.

Veel nieuwkomers hebben bij aankomst weinig of geen kennis van taal, maatschappelijke structuren en heersende waarden. De historische wijken van Sint-Jans-Molenbeek zijn nu reeds vijftig jaar 'wijken van aankomst'. Zolang er niks misloopt, lijkt men er zich weinig vragen over te stellen. Zijn er problemen, dan wordt met de vinger gewezen.

Onze wijk is niet een no-gozone. We wonen en werken er. De beperkte financiële middelen van de overheid en de bewoners, de vele uitdagingen die zich stellen, zijn aanleiding tot denken buiten de lijntjes. Een veelheid van kleinschalige projecten, acties, activiteiten zien er het licht.

Zo werd het Bonnevieplein in 1996 door de overheid ingericht nadat we twintig jaar lang samen met kinderen en adolescenten een braakliggend terrein - eigenlijk bedoeld voor woningen - hadden omgebouwd tot een voorlopige speelplaats. Nu is het normaal dat een stad kleine sport- en speelplaatsen heeft in het dichtgebouwde oude centrum waar mensen kunnen recreëren, maar jarenlang vond de overheid dit simpelweg lelijk en onnodig. Wij waren de eersten. Sindsdien staat het model voor een tiental andere parkjes in de stad.

Nog een voorbeeld: veertien gezinnen met zo'n negen nationaliteiten en een laag inkomen kregen van de gemeente hun eigen energiezuinige woning. Dit kostte ze zeven jaar nadenken, overleg en actie. Ze woonden daarvoor in zeer vochtige, kleine woningen. Nu sporen zij andere buurtbewoners aan ook op te komen voor een betere woonsituatie en delen hun aanpak.

Op deze wijze vervult Molenbeek een laboratoriumfunctie voor nieuwe initiatieven. En dat is wat ons motiveert. Timmeren aan de weg.

Maar de huidige situatie drukt zwaar. Hoe moeten we van hieruit verder?

Beeld An-Sofie Kesteleyn

We moeten ook inzetten op een versterking van het democratisch karakter van onze samenleving. En op dat vlak is informatie enorm belangrijk en ligt er een belangrijke uitdaging voor de pers. Ik las enkele dagen geleden de volgende woorden van de Pakistaanse columniste Hajrah Mumtaz: 'Informatie presenteert een breder beeld. Informatie gaat niet allen over wat recent gebeurd is, maar ook over wat in het verleden plaatsvond. Ze verbindt de puntjes van het nieuws, zodat je het besproken onderwerp kunt bekijken binnen een ruimere context van verbindingen en patronen. En dat kan ertoe leiden dat we de oorzaken achter de feiten begrijpen.'

Maar ook wij hebben lokaal werk aan de winkel wanneer de rust is weergekeerd en de zendwagens en journalisten zijn vertrokken.

De federale minister van Binnenlandse Zaken heeft beloofd Molenbeek te helpen om de gemeente 'op te kuisen'. Er zal meer nodig zijn. Het lijkt me echt belangrijk meer te investeren in het opvangen van gezinnen en om ze de basiskennis door te geven over onze maatschappelijke structuren en onze waarden, zodat ze volwaardige burgers kunnen worden met kennis van rechten en plichten. Maar kan een gemeente dit alleen? Uiteindelijk zijn de vraagstukken in Molenbeek ook maar de uitkomst van grotere problemen die zich voor een groot deel ver buiten onze gemeente afspelen.

Ik heb in veertig jaar heel wat mensen op zien staan als 'bruggenbouwers' in hun vereniging, in hun straat of buurt. Ik hoop dat deze mensen elkaar terug vinden om elkaar te steunen en samen te werken aan vertrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat een actieve betrokken bevolking overal, maar zeker in deze wijken leidt tot een verbreding van een democratische samenleving en tot een grotere leefbaarheid in Sint-Jans-Molenbeek.

Beeld An-Sofie Kesteleyn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden