Parijs laat Franse jazz opbloeien

Het jazzleven in het achtste arrondissement van Parijs is verdwenen. Daar staat tegenover dat op sommige plekken in het eerste arrondissement de jazzclubs huis aan huis te vinden zijn....

Jazz in Parijs: dat was vroeger op bedevaart gaan naar Saint-Germain-des-Prés, in de hoop ergens in een kelder een glimp op te vangen van Sidney Bechet, Boris Vian of Juliette Gréco. Later verhuisde het jazzwalhalla naar de buurt rond de Champs-Elysées, waar je Bud Powell met Kenny Clarke in de Blue Note hoopte te horen, of later in de nacht Billie Holiday in de Mars Club - want daar waren de Amerikanen op tournee na afloop van hun concerten meestal te vinden.

Philippe Carles, sinds dertig jaar hoofdredacteur van het maandblad Jazz Magazine en nog altijd huizend op het legendarische adres 63, avenue des Champs-Elysées, haalt de herinneringen met enige spijt in zijn stem op. 'Het gaat heel goed met de jazz in Parijs. Sinds twee of drie jaar zit er duidelijk meer leven in de clubs. Alleen hier in de buurt is de jazz totaal verdwenen.'

Het achtste arrondissement, vertelt hij, was in de jaren vijftig en zestig het intellectuele en kosmopolitische centrum van Parijs. 'De beroemde jazzfilms spelen allemaal hier. In Ascenseur pour l'échafaud dwaalde Jeanne Moreau op zoek naar haar minnaar wanhopig langs de Champs-Elysées. De filmmuziek van Miles Davis is ook hier vlakbij opgenomen, in de studio van Le Poste Parisien. Les Tricheurs speelt zich af in de cafés in de buurt. En in A bout de souffle loopt Jean Seberg op de Champs-Elysées de Herald Tribune te verkopen. Maar tegenwoordig heb je hier alleen nog maar het massatoerisme.'

Ook de rue de la Huchette, dicht bij het kruispunt van de boulevards Saint Michel en Saint-Germain-des-Prés, is grotendeels overgenomen door de pizza-, crêpes- en souvlaki-industrie. Op nummer 5 voert de Caveau de la Huchette, 'de beroemde tempel van de jazz sinds 1946', een eenzame strijd. Er is nog elke avond levende muziek in de kelder, door de hoogbejaarde saxofonist Hal Singer of organiste Rhoda Scott of pianist Georges Arvanitas. Les Rats de Cave (de kelderratten) dansen op hun vilten schoentjes nog net zo adembenemend virtuoos als een halve eeuw geleden. Alleen zijn de jaren zichtbaar gaan tellen: menige danser houdt zijn elegante performance niet langer dan een half nummer vol en moet dan naast de dansvloer gaan uithijgen.

Le Chat qui Pêche, schuin aan de overkant op nummer 10, heeft alleen de naam nog gemeen met de legendarische jazzclub waar ooit Dexter Gordon, Eric Dolphy en Johnny Griffin optraden. Het is nu een toeristenfuik die Raclette en Fondue Savoyarde et Bourguignonne serveert.

Voor de grote Amerikaanse namen moet je sinds twintig jaar naar de New Morning, in de rue des Petites-Écuries in het tiende arrondissement. Daar spelen deze zomer onder anderen Carla Bley, Joe Zawinul, Elvin Jones, saxofonist Chris Potter en trompettist Tom Harrell. Maar Philippe Carles waarschuwt dat de New Morning allang geen pure jazzclub meer is. 'Iedereen kan de zaak afhuren en er zijn eigen muziek presenteren. Daardoor is het programma veel eclectischer dan dat van Ronnie Scott's Club in Londen.'

Het nieuwe jazzcentrum beslaat een paar honderd meter rondom het metrostation Châtelet-Les-Halles in het eerste arrondissement. 'De rue des Lombards mag je tegenwoordig de 52nd Street van Parijs noemen', zegt Philippe Carles. 'Wat vroeger in de rue de la Huchette kon - van club naar club gaan en overal één set horen - kan nu daar.'

De wandeling erheen stemt niet direct vrolijk, want de buurt van de vroegere Hallen is een inferno van SBS6-toerisme geworden. Maar in de rue des Lombards vind je de jazzclubs inderdaad vrijwel huis aan huis: op nummer 42 de Duc des Lombards, op nummer 58 de Baiser salé, en op nummer 60 zelfs twee podia, de Sunside en de Sunset. Tweehonderd meter verderop, in de rue des Lavandières-Sainte-Opportune waar het meteen een stuk minder unheimlich is, zit nog de Petit Opportun. En op minder dan een kilometer, in de rue des Rosiers in het hartje van de joodse wijk Le Marais, combineert de Sept Lézards een restaurant op de begane grond met een jazzkelder eronder.

In al die clubs treden voornamelijk Franse jazzmusici op, die een behoorlijk eigen publiek hebben opgebouwd. 'We hebben hier geen bussen Japanners zoals in New York', zegt Carles. 'Als er een toerist in een Parijse club zit, wordt er naar hem gekeken: hé, een buitenlander.' Hij noemt de opbloei van de Franse jazz enerzijds verheugend. 'We hebben nu zelfs een paar kleine jazzsterren. Zoals vroeger de viool de Franse jazzspecialiteit was, met Stéphane Grappelli en Jean-Luc Ponty, zo is dat tegenwoordig de basklarinet, met Michel Portal, Louis Sclavis en Denis Colin.' De keerzijde is dat de prominente Amerikanen bijna allemaal uit Parijs zijn vertrokken, wegens gebrek aan werk. 'De Franse musici nemen nu eenmaal veel plaats in.'

De laatste der mohikanen is sopraansaxofonist Steve Lacy, die ik in de Sunside glasheldere, verrassend toegankelijke jazz hoor spelen, begeleid door bassist Anthony Cox en drummer Daniel Humair. Maar dat blijkt een aanloopje tot zijn afscheidstournee. In september keert Lacy na dertig Parijse jaren terug naar zijn geboorteland, om in Boston te gaan lesgeven.

Waarschijnlijk de aangenaamste jazz-ambiance is 's zomers het Parc Floral bij het Château de Vincennes, waar zich tot eind juli elke zaterdag- en zondagmiddag het Paris Jazz Festival voltrekt. De meeste jazzclubeigenaren zijn woedend over de 'oneerlijke concurrentie', vertelt Carles, want het enige dat de bezoeker hoeft te betalen is de toegang tot het park, anderhalve euro per persoon.

Het festivalprogramma liegt er niet om: 23 juni pianist Jacky Terrasson, 30 juni de Mingus Big Band, 6 juli gitarist John Scofield en saxofonist Joe Lovano, 7 juli Herbie Hancock met saxofonist Michael Brecker en trompettist Roy Hargrove, 14 juli zangeres Dee Dee Bridgewater, 28 juli pianist Ahmad Jamal. Meestal is er 's middags om twaalf uur een ontmoeting met de muzikant in de vorm van een openbaar interview, waarna om half vier het concert begint.

Wie een van de 1500 stoelen onder het grote tentdak bij het podium wil veroveren, doet er verstandig aan ruim voor half drie in de rij te gaan staan. Misschien nog aanbevelenswaardiger is het om onder de bomen of bij het water een idyllische picknickplek te zoeken, want het geluid van de jazz reikt ver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden